GEDACHTENWISSELING MET VICARIS DR. J.M. PUNT
In 'Manna/plus' stond een interview met de nieuwe vicaris van het bisdom Roermond, dr. J. M. Punt, waaruit we citeren:
"Als student heb ik me volop in allerlei oosterse religies gestort. Ik deed aan transcendente meditatie en was lid van de Rozekruisers. Tot ik merkte dat ik een privé-toren van Babel bouwde. In mijn zoektocht langs andere richtingen probeerde ik mezelf te verlossen. Maar je eigen gebrokenheid hef je zelf niet op. Daarom geloof ik dat de essentie van evangelisatie de verkondiging van Christus als enige Redder is". "Ze moeten Christus eerst leren kennen als hun persoonlijke Verlosser".
Wij waren erg blij met dit duidelijke bijbelse geluid, maar meenden toch vicaris Punt deze vragen te moeten stellen:
1. Als Christus de enige Redder is en als in Hem "de volheid der Godheid lichamelijk woont" (Kol. 2:9), waarom spoort u de mensen dan toch nog aan om òòk Maria aan te roepen als Middelares van alle genaden?
2. Als wij behouden worden door de persoonlijke kennis van Christus in geloof en liefde, waarom leert u dan desondanks dat de sacramenten noodzakelijk zijn als bemiddeling van de R.-K. Kerk om ons met Christus te verbinden?
ANTWOORD VAN VICARIS PUNT:
1) De Mariaverering wordt door niet-katholieken vaak verkeerd begrepen. Zij doet nergens afbreuk aan het universele Middelaarschap van Christus. Integendeel, alle Mariaverering verwijst naar Christus, is gericht op Christus. "Door Maria tot Christus" is de alle eeuwen door herhaalde oproep van katholieken.
Maria toch is het uitverkoren werktuig van de allerheiligste Drievuldigheid voor de menswording en verlossing van Christus. Als géén ander mens is zij met Christus en zijn verlossingswerk verbonden, van vóór zijn geboorte tot nä zijn dood.
Op haar woord heeft Hij water in wijn veranderd. Op het kruis heeft Hij haar ons allen tot moeder gegeven, opdat zij ook in ons die haar door God gegeven taak kan volbrengen nl. Christus te doen geboren worden in de mensen. Dat is de diepe inspiratie van christenen vanaf de vroegste eeuwen, van kerkvaders en heiligen zonder uitzondering, dat het haar gegeven is om op bijzondere wijze te putten uit de verlossingsgenaden die Christus op het kruis verworven heeft om daarvan uit te delen aan haar kinderen en hen zo te brengen tot de volheid van de Christus. Alleen in die zin noemen we Maria middelares van genaden en doen met ons 'Wees gegroet, Maria, vol van genaden'eigenlijk hetzelfde als de engel in het Evangelie. Zo ook brengen we haar eigen voorzegging in het 'Magnificat'tot vervulling: "Van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen". Wij prijzen haar zalig en noemen haar koningin, maar alleen in haar relatie tot het menselijk geslacht. Waar het haar relatie tot God betreft noemen we haar - met haar eigen woorden - nooit anders dan 'de dienstmaagd des Heren'. Dat is precies de betekenis van de Mariaverering: te wijzen op haar, die altijd alleen op Christus wijst, de Redder en Heiland van de wereld.
2) De essentie van ons geloof is inderdaad de band met Christus in geloof en liefde. Maar dat geloof en die liefde moeten - naar Gods wil in de Bijbel - gevoed worden door woord èn sacrament, evenals het Zijn wil is dat de mens "herboren wordt uit water en heilige Geest". Natuur en bovennatuur werken samen om de gehele mens, eenheid van ziel en lichaam, te vernieuwen in Christus. Ook het woord alleen kan met Christus verbinden door het verwekken van geloof en werken, maar nog onvolledig. Christus heeft ons tenslotte niet alleen opgedragen om in Hem te geloven, maar ook om in Zijn Naam te dopen, eucharistie te vieren, handen op te leggen, zonden te vergeven, te binden en te ontbinden…, niet als mooie symboliek, maar als menselijke handelingen, waarin Hijzelf werkelijk aanwezig is met zijn goddelijke kracht om te sterken, te helen en te vergeven. Zo zegt b.v. ook Augustinus over de eucharistie: "Brood en wijn worden door het woord dat erbij komt Lichaam en Bloed van Christus. Neem het woord weg en het is brood en wijn; doe het woord erbij en het wordt een sacrament"(Sermo Denis 6). De sacramenten zijn weergaloze uitingen van de geïncarneerde liefde. God is mens geworden - belichaamd in het menselijke - om zichtbaar en tastbaar ons nabij te zijn, ons lot te delen. Dit geheim van de incarnatie heeft Hij na zijn hemelvaart niet teruggenomen, maar in de kracht van de Geest voortgezet in zijn mystieke lichaam, de kerk. Steeds opnieuw spreekt Hijzèlf in het verkondigde woord en belichaamt zich in de sacramenten om die te maken tot momenten van echte Godsontmoeting en zo zijn volk te voeden, op te bouwen en tot eenheid te brengen.
Natuurlijk, de Geest waait waar Hij wil, ook buiten de sacramenten, en schenkt vrijelijk zijn gaven en charismata tot opbouw van zijn volk. Maar wel heeft Hij zijn kerk, woord èn sacrament, gemaakt tot de centrale weg waarlangs Hij leven en heil wil schenken aan de wereld. Voor wie deze weg niet kent, of tegoedertrouw niet gaat, zal Gods genade andere wegen zoeken om hem te bereiken, maar ook die wegen zullen altijd een geheimnisvolle band hebben met zijn mystieke Lichaam, de kerk, en daar naar toe voeren.
ONS WEERWOORD
We waarderen het zeer dat vicaris Punt met ons van gedachten wilde wisselen. Door het 'over en weer' kunnen we elkaar beter begrijpen. Dat betekent echter ook dat we de verschillen niet moeten verdoezelen, maar in alle liefde met elkaar moeten kunnen bespreken. Vandaar:
1. Wij zijn overtuigd dat de Bijbel de boodschap dat wij via Maria tot Jezus zouden moeten gaan, weerspreekt. Zo zegt Jezus Zelf: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader Die Mij gezonden heeft, hem trekke" (Joh. 6:44); dus niet: "tenzij Maria hem trekke".
2. Jezus ontkent uitdrukkelijk dat de verandering van water in wijn op voorspraak van Maria zou gebeuren. Op haar vraag antwoordt Hij: "Vrouw, is dat soms uw zaak?" (Joh. 2:4 RKV).
Als Hij daarna toch het wonder verricht, is dat omdat dan het uur van Zijn Vader gekomen is: "De Zoon kan niets van Zichzelf doen, tenzij Hij de Vader dat ziet doen". "Want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft" (Joh. 5:19,30); Jezus zoekt dus niet de wil van Zijn moeder.
3. Aan het kruis heeft Jezus Maria slechts aan Johannes tot moeder gegeven: "Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam de discipel haar in zijn (huis)"(Joh. 19:27); niet: "Van die ure aan beschouwde hij haar als de moeder van alle mensen". Is het niet veiliger om ons te houden aan de verklaring die Johannes zelf van die woorden van Jezus geeft, dan uw verklaring te volgen? Johannes stond erbij en heeft de woorden gehoord en de gelaatsuitdrukking van Christus gezien, toen hij die woorden sprak; u niet.
4. De wedergeboorte, waardoor Christus in ons gaat leven, schrijft de Bijbel aan het Woord Gods (1 Petr. 1:23) en aan de Heilige Geest toe (Joh. 3:3,5), niet aan (het woord van) Maria.
5. Degenen die door een levend geloof Christus worden ingelijfd, worden in de Bijbel kinderen Gods, maar nooit kinderen van Maria genoemd.
6. Maria wordt niet door de engel begroet met 'vól van genade", maar met 'begenadigde' (kecharitoomenè, zonder lidwoord; dus niet 'dè' begenadigde, maar 'een begenadigde'). Degene van wie wèl wordt gezegd dat hij 'vol van genade' was, is Stephanos (plèrès charitos; Hand. 6:8). Maar daaruit trekt u toch ook niet de conclusie dat Stephanos een middelaar van alle genaden is.
7. Ook wij prijzen Maria zalig vanwege haar uitverkiezing om moeder te mogen worden van de Zaligmaker. Maar wanneer wij iemand zalig prijzen of gelukkig noemen, betekent dat nog niet dat we zo iemand na zijn/ haar dood religieus gaan vereren en aanroepen. Ook het Nieuwe Testament verklaart dat zo niet, want nergens vinden we daarin (ook niet in de geschriften van Johannes die Maria goed kende, omdat hij haar bij zich in huis nam) een aansporing om de gestorven Maria als middelares aan te roepen en te vereren.
8. We moeten steeds proberen om een schrijver vanuit zijn eigen boek te verklaren; dus ook Joh. 3:5, waar Jezus zegt: " Z o iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan". We zullen dat moeten verstaan tegen de achtergrond van Joh. 1:26,33 en de andere evangelisten zoals Mat. 3:11, waar Johannes de Doper zegt: " Ik doop u wel met water tot bekering, maar… Die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur". "Johannes was dopende in de woestijn en predikende de doop der bekering tot vergeving der zonden" (Markus 1:4). Daaruit blijkt dat de Doop niet werd beschouwd als een instrument, waardoor je de genade van de bekering kreeg, maar als een uiting van de bekering, die nodig was om de vergeving der zonden te ontvangen.
9. Ook wij zijn het met Augustinus eens dat water, brood en wijn alleen maar tot sacramenten worden door het Woord dat erbij gesproken wordt. Ook volgens ons zijn de sacramenten momenten van echte Godsontmoeting, wanneer ze in geloof ontvangen worden.
10. Ook wij zien het Woord Gods als 'levend en krachtig' (Hebr. 4:12). Christus leeft in ons voort door het Woord dat Hij gesproken heeft en door de Heilige Geest, Die Hij schenkt aan de Zijnen; niet echter door uiterlijke tekenen aan wie Hij een zelfstandige kracht (ex opere operato) zou hebben gegeven.
WEERWOORD VAN VICARIS PUNT
De tegenstelling die in het weerwoord steeds gezien wordt tussen de Wil van de Vader, het werk van de Geest enerzijds, en de rol van Maria anderzijds, bestaat in onze visie niet. De Vader en de H. Geest gebruiken mensen om andere mensen tot hun heil, tot Christus te brengen. Maria is zo'n mens die hierin een eigen opdracht vervult, wier gebed en voorspraak een bijzondere kracht hebben door haar unieke en intense band met Christus. Er is geen enkele bijbelse reden die dat weerspreekt. Ook het gebed van Mozes had b.v. al een bijzondere kracht. Het kon de Rode Zee doen splijten, Gods gerechtvaardigde toorn van een heel volk afwenden enz. Maria-verering is niets anders dan een beroep doen op de bijzondere kracht van haar voorspraak.
Wat de sacramenten betreft duidt het 'ex opere operato' op de werkelijke objektieve tegenwoordigheid van Christus in het sacrament. In hoeverre een mens de genade van zijn goddelijke tegenwoordigheid ondervindt, is afhankelijk van zijn subjektieve gesteldheid, het 'ex opere operantis'. In Christus' tijd hebben ook vooral de mensen die met geloof en vertrouwen tot Hem naderden Zijn kracht ondervonden, vele andere niet. Niettemin was Hij ook voor hen objektief aanwezig.
Maar zinvoller dan op onderdelen te discussiëren is het wellicht te wijzen op de bron waaruit veel van onze verschilpunten voortvloeien, nl. het traditiebegrip. U gaat uit van het 'sola scriptura' en wij stellen dat de H. Schrift binnen de overlevering ontstaan is en ook alleen binnen de overlevering volledig verstaan kan worden. Dit neemt natuurijk niet weg dat de H. Schrift ook door de enkeling met vrucht gelezen kan en moet worden. Anders, enigszins vereenvoudigd, gezegd: wij nemen aan dat de H. Schrift ook waarheden in kiem bevat, die niet direkt doorzichtig zijn, maar zich pas in de loop der tijd onder de werking van de H. Geest binnen de kerk ontvouwen en hun diepe betekenis onthullen. 'Veel heb Ik u nog te zeggen', zegt Christus, 'maar gij kunt het nu nog niet verdragen… de heilige Geest zal u alles leren en in herinnering brengen…'
Het woord van Christus op het kruis 'Vrouw, ziedaar uw zoon; zoon, ziedaar uw moeder' en het opnemen door Johannes van Maria in het zijne, is zo'n woord waarvan de katholieke theologie aanneemt dat het hier niet slechts een praktische mededeling voor Johannes betreft, maar dat hier in kiem Gods wil onthuld wordt van een diepe blijvende relatie tussen de leerlingen van Jezus en de moeder van Jezus, een relatie die zich dan binnen de traditie ontvouwd heeft. Hetzelfde geldt voor de boodschap van de engel, de bruiloft van Kana e.d. Het ontkennen van de werking van de H. Geest in de traditie beperkt naar onze mening het volle inzicht in de diepgang van het Woord van God. Om binnen de overlevering, zoals ook bij het vaststellen van de canon van bijbelboeken, waarheid en waan van elkaar te kunnen onderscheiden erkennen wij de rol van het leergezag onder bijstand van de H. Geest. Waar dit werd/wordt losgelaten gaat de eenheid verloren en ontstaat een veelheid van interpretaties en 'tradities' van interpretaties die zich nog steeds vermeerderen.
Veel zouden we elkaar waarschijnlijk nog kunnen zeggen, maar dat mag ons toch nooit de diepe overeenstemming doen vergeten die we ook bezitten. Gelijkelijk hebben we ons in geloof en liefde aan Christus gebonden, de Zoon van God, de Weg, de Waarheid en het Leven. Gelijkelijk zijn we verbonden met de Geest van Christus, ook al ligt er een verschil in de band met Zijn Lichaam, de Kerk.
In een tijd waarin de persoon van Christus zozeer naar beneden wordt gehaald, zijn Godheid ontkend en verlossing gezocht wordt buiten Hem om, is het onze gezamenlijke opdracht als christenen om krachtig van Hem te getuigen en zijn Kruis weer te planten, midden in de wereld van vandaag.
ONS NASCHRIFT
1. U weet al dat ik gastschrijvers graag het laatste woord geef. Ik meen dat dit een eis van hoffelijkheid is.
2. Ik meen echter dat het nodig is dit misverstand weg te nemen: Ook ik wijs een geïsoleerd Sola Scriptura af, want dat zou een individualistische versmalling van dat beginsel inhouden, zodat dan iedere ketter met zijn letter er vandoor zou mogen gaan.
Ik formuleer het liefst zo: Onze norm voor leer en leven is de Schrift zoals die functioneert in de gemeenschap der heiligen (= der gelovigen).
Het verschil tussen Rome en Reformatie is dat volgens Rome de overlevering gelijkwaardig naast de Schrift en als interpretatieve, onfeilbare norm zelfs boven de Schrift staat, terwijl volgens de Reformatie de Schrift wel verstaan moet worden binnen de levende overlevering van Gods Woord door de gelovigen (Ef. 3:18), maar toch tegelijk boven de overlevering blijft staan, zodat elke gelovige steeds opnieuw een beroep mag doen op de Schrift. Levend onder die spanning vervolgt de gemeente van Christus haar gang door de geschiedenis tot aan Zijn wederkomst.
Maar dat deze visie van de Reformatie juist is, ga ik nu niet bewijzen, want ik houd mij aan de afspraak: de gastschrijver heeft in de discussie het laatste woord. We danken tenslotte dr. Punt heel hartelijk voor zijn bijdrage en voor de prettige sfeer van de gedachtenwisseling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
