STERVEN
We denken allen wel eens aan onze dood. Elk uur, elk ogenblik schuiven we dichter naar die eindstreep van ons leven toe.
Vooral als je ouder bent, komt de dood steeds meer in het vizier. Wanneer je de leeftijd der sterken of der zeer sterken hebt bereikt, legt elk jaar een steeds zwaarder gewicht in de schaal. Dan komt de vraag intenser op je af: hoe zal, moet, mag, kan ik straks mijn sterven beleven?
Zeker, een gelovige weet dat de dood een doorgang is naar een onvergankelijk leven, naar de nimmer eindigende heerlijkheid in Christus.
Maar hoe zal die overgang, die tocht door de tunnel van de dood, zelf zijn?
Tegenwoordig probeert men het probleem van de dood vaak te relativeren door te zeggen: de dood hoort bij het leven. Maar dat is niet waar. De dood hoort bij het leven van de gevallen mens.
In zichzelf blijft de dood voor ons een vijand. Hij is "de laatste vijand die te niet gedaan wordt" (1 Kor. 15:26).
Zo beleven alle mensen het ook. De dood is voor niemand een vriend. Hij breekt ons af tot de grond toe. Alles in ons verzet zich, wanneer de dood zijn sloperswerk aan ons begint.
Hoe moeten we dan ons sterven beleven? Moeten we de dood gelaten over ons laten komen als een lot dat we nu eenmaal moeten ondergaan? Of kan er ook muziek zitten in ons sterven?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
