In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

…TOT VERHEERLIJKING VAN GOD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

…TOT VERHEERLIJKING VAN GOD

3 minuten leestijd

De Heidelbergse Catechismus geeft op de vraag waarom wij nog moeten sterven, terwijl Christus reeds voor onze zonden gestorven is, dit antwoord: "Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterving van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven" (Zd. 16).

Op zichzelf is dat een heldere weergave van wat de Bijbel leert, maar toch opende dat voor mij niet voldoende perspektieven om straks mijn sterven met kracht en vreugde te kunnen ondergaan. Hoe moeten/mogen we dan het doodgaan beleven? Ik kwam tot déze oplossing, die ik u wil voorleggen.

De dood is een straf voor de zonde van ons, mensen: "Want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij sterven" (Gen. 2:17). Maar Adam (en wij collectief in hem) en vervolgens ieder van ons persoonlijk, wij hebben ons niet gestoord aan het gebod van God. Daarom hebben we terecht de dood verdiend.

Ik dacht nu het volgende. Wanneer ik weet dat ik niet meer kan genezen en ik weldra sterven ga, dan mag ik dat sterven als de voltrekking van het in het paradijs uitgesproken vonnis over mijn zonden zien en aanvaarden. Dan loof ik God in Zijn rechtvaardigheid en Zijn smetteloze heiligheid. Ik belijd en beleef dan Gods heerlijkheid in Zijn rechtvaardige oordelen.

Zo wordt dan mijn sterven een roemen in Gods grootheid, een akte van aanbidding. Dan geef ik gehoor aan de oproep van Paulus: "dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande" (Rom. 12:1). Dan wijd, offer ik mijn sterven aan God. Niet dat mijn sterven daardoor een verzoenende waarde zou krijgen. Slechts het sterven van Christus is onze verzoening met God.

Ik weet dat onze "geestelijke offeranden"slechts "Gode aangenaam zijn door Jezus Christus" (1 Petr. 2:5). Dat betekent echter wel, dat God deze offerande van mijn lichaam en van mijn leven wil aanvaarden, wanneer ik ze Hem offer door Jezus Christus.

Maar dat "door Jezus Christus" maakt de offerande van mijn sterven des te 'zoeter'. Ik mag mij dan verenigen met Jezus Christus, Die door Zijn sterven de grootst denkbare hulde aan God heeft gebracht vanwege Zijn gehoorzaamheid tot in de dood des kruises.

Zeker, ook daardoor wordt de dood zelf nog geen vriend voor ons, maar we mogen dan wel de dood uitdagend toespreken: "Dood, waar is uw overwinning?" Want de dood is dan voor ons niet slechts een uitermate pijnlijk middel om voorgoed met Christus verenigd te worden, maar krijgt dan in zichzelf een hemelse waarde door onze geloofsvereniging met Christus.

Als wij zo onze dood beleven, gaan we bijna blij door de tunnel van de dood heen, aan de hand van de gestorven en opgewekte Heiland. Dan is ons sterven met Hem een verheerlijking van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

…TOT VERHEERLIJKING VAN GOD

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's