U BENT GODS EIGENDOM
en een koninklijk priesterdom
Misschien zal iemand op het artikel op p. 2 en 3 reageren: Maar wij hebben God niets aan te bieden. Mijn vraag luidt dan: leert de Bijbel dat werkelijk?
Zeker, wij kunnen God niets aanbieden dat IN ZICHZELF Gode aangenaam is. Maar dat neemt niet weg dat wij worden opgeroepen "om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus" (1 Petr. 2:5).
Bovendien zegt Petrus dat wij "een koninklijk priesterdom"(vers 9) zijn; welnu, het eigene van een priester is dat hij iets aan God aanbiedt, offert.
Wij zijn geroepen om onszelf, met al ons doen en laten, Gode te wijden. Waarom? Omdat wij, wanneer wij tot geloof in Christus zijn gekomen, Gods eigendom zijn, gekocht en betaald met het bloed van Zijn Zoon. Wij zijn "de gemeente Gods, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed" (Hand. 20:28).
Daarom schrijft Paulus: "Want hetzij dat wij leven, wij leven de Heere, hetzij dat wij sterven, wij sterven de Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren"(Rom. 14:8). "Want gij zijt duur gekocht; zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn"(l Kor. 6:20).
Ook Paulus ziet zijn sterven als een offer: "Want ik word nu tot een drankoffer geofferd en de tijd van mijn ontbinding is aanstaande"(2 Tim. 4:6). En dat ligt ook helemaal in de lijn van zijn denken. Hij zegt immers: "Of weet gij niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is, Die gij van God hebt en (dat) gij van uzelf niet zijt" (1 Kor. 6:19).
Welnu, bij een tempel hoort volgens de Bijbel een (geestelijk) offer. Daarom moeten wij onszelf, ook ons lichaam, in leven en sterven telkens weer stellen tot een offerande, die Gode aangenaam is door Christus.
Ook de Heidelbergse Catechismus spreekt Paulus daarin na:" Ik word een christen genoemd, omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben, opdat ik Zijn Naam belijde en mijzelf tot een levend dankoffer Hem wijde" (Zd. 12).
Probeer dat eens: elke morgen, wanneer u ontwaakt, heel de komende dag aan God te wijden, al uw hebben en houden Hem aan te bieden als een offer dat Hem aangenaam is, wanneer u dat aanbiedt door Jezus Christus. Zeg het tegen Hem: Ik ben van U voor eeuwig. Ik ben niet meer van mezelf. Ik ben Uw eigendom. Doe met mij zoals U wilt.
Dat is ook de betekenis van die andere oproep: "Weest heilig, want Ik ben heilig" (1 Petr. 1:16; Lev. 11:44,45; 19:2;20:7).
De oorspronkelijke betekenis van 'heilig' is niet 'volmaakt', maar 'afgezonderd voor God'. Daarom was en is Israël heilig, want God had het van alle volken voor Zichzelf afgezonderd. Daarom werd het tempelgereedschap heilig genoemd. Daarom spreekt Paulus de gemeenten tot wie hij zijn brieven richt, aan met "de geroepen heiligen" (o.a. 1 Kor. 1:2).
Maar God heeft recht op het volmaakte. Daarom moesten de offers van het Oude Testament gaaf zijn. Daarom vermaant Christus ons: "Weest gij dan volmaakt gelijk uw hemelse Vader Die in de hemelen is, volmaakt is" (Mat. 5:48). Omdat wij niet volmaakt zijn en God nooit iets volmaakts kunnen aanbieden, moeten we onszelf, ons leven en ons sterven, slechts door Jezus Christus aan Hem aanbieden.
Moet ook dat niet een grote troost zijn tijdens uw leven èn in uw sterven, wanneer u zich dan door het geloof als priester(es) heel innig verbonden weet met uw Heiland, de stervende Hogepriester om Hem dan door uw dood heen tegemoet te gaan als de Opgestane?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
