In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE CULTUS VAN DE TWIJFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CULTUS VAN DE TWIJFEL

6 minuten leestijd

(vervolg studie 1 Kor. 1 en 2)

Onlangs beluisterde ik een preek, waarin de dominee op allerlei wijze trachtte aan te tonen, hoeveel begrip hij kon opbrengen voor de twijfelaars en hoe tolerant en dus hoe modern hij was: "Ja, ik kom naast je staan, als je moeite hebt met het bestaan van een persoonlijke God. En datje de Bijbel graag met een korreltje zout wilt nemen, ook dat kan ik best begrijpen. De Bijbel is ook een moeilijk boek" Zo ongeveer was de trant van de hele preek.

Ik ontdekte er geen spoor van besliste verkondiging in. Geen oproep tot een onwrikbaar geloofsvertrouwen in de God van de Bijbel; geen duidelijk stellen dat er maar één mogelijkheid is tot redding van de eeuwige dood die we allen door onze zonde verdiend hebben, namelijk bekering en geloof in Jezus Christus, overgave aan Hem in een rotsvast vertrouwen; geen veroordeling van het ongeloof als dè grote zonde (Joh. 16:9). Hij trad daar helemaal niet op als een dienaar van het Woord Gods: Verbi Dei Minister. Hij gaf meer de indruk van een slappeling die zat te soebatten om de gunst van de toehoorders.

Ik vond het een onwaardig gedoe, een ontluistering van de majesteit en de heerlijkheid van Christus, die radicaal is in Zijn laatste oordeel. Dan zegt Hij niet: "Och, ik heb er altijd alle begrip voor gehad datje Mij maar niet kon aannemen als je Zaligmaker; Ik wil daar best nog eens met jou over discussiëren". Dan luidt het öf: "Komt, gezegenden Mijns Vaders" öf: "Gaat weg van Mij, vervloekten".

Paulus zegt dat Christus hem gezonden heeft "om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld wordt" (I Kor.1:17).

Al dat flemerige gepraat, al dat meegaan met de twijfels van mensen, ontneemt aan het kruis van Christus zijn inhoud, zijn kracht en heerlijkheid. Het is geen verkondiging, maar een in- en uitpraten. Paulus was heel anders: "Doch God is getrouw, dat ons woord hetwelk tot u (is geschied), niet is geweest ja en neen" (2 Kor. 1:18).

Maar zien we een dergelijk zachtaardig goedpraten van de twijfel soms ook niet in de rechterflank van de gereformeerde gezindte? En is er ook daar niet soms het bedelen om de gunst van de hoorders? Een voorganger weet dat hij in sommige kringen niet meer 'in' is, wanneer hij met kracht de zekerheid des heils verkondigt, die er in Christus Jezus is. De toegang tot allerlei kansels wordt hem dan ontzegd. Hij wordt een gebrandmerkte in eigen kerkverband. Ik kan heel goed begrijpen dat je dan in je de neiging voelt opkomen om maar wat water te doen in de goddelijke wijn van het Woord Gods.

Ook Paulus heeft die verzoeking gevoeld om dan maar de scherpe puntjes van de prediking eraf te slijpen en de mensen een beetje naar de ogen te zien. Maar hij wijst die verzoeking radicaal af: "Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus" (Gal. 1:10).

Lieve broeder-predikant, hoe zouden we tegelijk naar Christus kunnen opzien, als wij de achterban naar de ogen zien? Wat zijn wij buiten Christus? Waar moeten we het zoeken, als we Zijn ogen proberen te ontwijken. Zijn ogen die ons bedroefd aanzien, omdat we ontrouw zijn?

"Allen die een schoon gelaat willen tonen naar het vlees, die noodzaken u besneden te worden, alleen opdat zij vanwege het kruis van Christus niet vervolgd zouden worden"(Gal.6:12). Zij die de volle rijkdom van Gods genade in Christus prediken, en in het licht daarvan onze volstrekte armoede als verloren zondaars die totaal niets kunnen bijdragen tot onze zaligmaking, zullen hetzij door links hetzij door rechts verdacht worden gemaakt.

MAAR: "Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende" (Hebr. 13:13, 14).

En lieve mede-leden van de Gemeente van Christus, wat wilt u? Wilt u leraars, die u naar de mond praten, naar uw "eigen begeerlijkheden" (2 Tim.4:3)? Wilt u hen misvormen tot knechten van u in plaats van hen te laten in hun heilige roeping: dienaars te zijn van de levende God?

Laten we toch op onze hoede zijn voor de duivel, die zich zo graag voordoet in de gedaante van de 'engel des lichts' (2 Kor. 11:14).

Hij spiegelt u een beloning voor, wanneer u zo zwaar mogelijk op de hand bent, alsof er dan nog, en dan alleen, ook een kansje voor u is om nog behouden te worden.

Zo bereikt hij twee dingen: Hij drijft u daardoor ongemerkt de weg op van de werken, waar geen heil te vinden is. En hij houdt u, en door middel van al uw kritiek op de rijke Christusverkondiging, ook anderen af van Christus. En dan is zijn doel bereikt, want hij vindt niets verschrikkelijker dan wanneer mensen Christus gaan verheerlijken door zich in geloof aan Hem toe te vertrouwen en in Hem te roemen als hun enige en volkomen Zaligmaker door genade alleen.

Laat u toch niet voor dat karretje van de duivel spannen. Toets wat in de prediking gezegd wordt, onverbiddelijk aan het Woord Gods en niet aan wat mensen zeggen, aan de gangbare opinies in uw kringen. En laat u door het Woord van God gezeggen en niet door het woord van mensen, wanneer dat in strijd is met het Woord van God.

En terwijl ik zo zit te vermanen vanuit Gods Woord, zit ik ook tegen mezelf te preken. Want ook ik vind het uitermate moeilijk om alleen maar Christus te volgen. Ook ik schrik terug voor de mogelijkheid dat mensen die nu met mij sympathiseren, mij gaan afschrijven, omdat ik niet zeg en schrijf wat ze zelf graag lezen of horen. Ook ik voel mij dan als Paulus "in zwakheid en in vreze en in veel beving" (1 Kor.2:3). Maar van de andere kant roem ik met hem in de kracht van Christus: "Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone". "Want als ik zwak ben, dan ben ik machtig" (2 Kor. 12:9,10).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE CULTUS VAN DE TWIJFEL

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's