BOMMEN ZEGENEN?
Mogen wij een zegenbede uitspreken over wapens?
Mogen we bidden dat de Heere onze bommen zat doen ontploffen, zodat ze verwoesting aanrichten bij de vijand?
Die vraag werd gesteld tijdens onze Bijbelstudie. En vanzelfsprekend beantwoordde niemand die vraag zonder meer met een 'ja'.
En ook onder de lezers van IRS zal er wel niemand zijn die geen moeite heeft met een bidde n dat de Heere de vijand moge vernietigen. Niemand van ons zal lichtvaardig bidden: "Heere, zegen deze bommen. Amen".
In een oorlog komen allerlei lage instinkten naar boven. Het gebruik van geweld ontaardt gemakkelijk in wreedheid, haat en verkrachting.
Iemand wijst misschien op de vloekpsalmen, die bepaald niet zachtzinnig zijn zoals: "Verteer hen in grimmigheid; verteer hen dat zij er niet zijn" (Ps. 59:14). Daar is de vijand heel duidelijk Gods vijand, door Hemzelf aangewezen. Maar zo eenvoudig ligt het meestal niet in de oorlogen, die sinds de komst van Christus gevoerd zijn. Wij moeten er altijd voor oppassen dat we niet onder vrome voorwendsels onze eigen belangen najagen en bijvoorbeeld neerknielen voor de god van de olie.
Vroegen dachten velen daar anders over. In de R.-K. Kerk zwaaiden priesters heel gemakkelijk met hun kwast over bajonetten, handgranaten en bommen om ze met wijwater te besproeien.
Tegenwoordig is dat anders. Deze paus veroordeelt zelfs het tegengeweld van de Verenigde Naties tegen Saddam Hoessein. (Maar hij heeft geen enkele moeite met zijn eigen tegengeweld dat hij gebruikt tegen christenen, die zich niet blind aan zijn absolute gezag onderwerpe n. Met het grootste gemak verwijst hi) hen naar de eeuwige dood in de hel, waarover hij meent in de Naam van Christus te kunnen beschikken).
Velen zitten thans met een stukje gewetensnood. Verreweg de meesten van ons zullen het er mee eens zijn dat de agressor Saddam Hoessein een halt moest worden toegeroepen.
De ouderen onder ons zullen in deze dagen vaak gedacht hebben aan het verdrag van Múnchen (30 sept. 1938). Toen werd aan Hitier, de hellehond, een kluifje toegeworpen, opdat hij voortaan niet meer zo vreselijk zou blaffen en wat minder zou bijten. Hij mocht één derde van Tsechoslowakije annexeren. Dat hielp niet, want hellehonden willen steeds meer en steeds groter kluifjes. Toen volgde onvermijdelijk de tweede wereldoorlog.
Zo zeggen we ook nu: deze Golfoorlog was niet meer te vermijden. De wereld stond opnieuw voor de keuze: deze agressor zijn gang laten gaan en steeds meer staten laten inslokken met de grote kans dat hij in de toekomst de wereld zou gaan chanteren door de dreiging met atoombommen? Of reeds nu tegengeweld gebruiken?
Maar zodra we gezegd hebben: het kón niet anders, laten we er onmiddellijk op volgen: vreselijk! Vreselijk voor de vele geallieerden, maar evenzeer voor de vele Irakezen, die in deze oorlog zullen sneuvelen of verminkt worden; vreselijk voor henzelf, vreselijk voor hun dierbaren.
Nee, wanneer ik als legeraalmoezenier geplaatst zou worden voor een zware bom, die zo meteen boven de vijand zal worden afgeworpen, zou ik daar niet bij kunnen neerknielen om er een zegen over af te smeken. Waarom niet?
Ik meen dat we dan staan, niet zo maar voor een bom, maar voor een oordeel Gods. We beluisteren daarin iets van het woeden van Zijn gerechtvaardigde toorn over de zonden van Saddam Hoessein en over ónze zonden. Ik kom dan in aanraking met een dimensie, waarin ik als mens slechts als een blinde zou kunnen rondtasten. Dat is de dimensie van het goddelijke, de heilige grond van God Zelf.
Dan kan ik alleen maar huiverend en ootmoedig terugtreden, in een niet-begrijpen en toch aanvaarden. Dan zeg ik het de psalmist na: "Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid en de volken oordelen in rechtmatigheden" (Ps. 9:9).
Dan bid ik heel intens om vrede. "Vrede over Israël"(Ps. 128:6). "Vrede, vrede hun die ver zijn en hun die nabij zijn"(Jes. 57:19); dus voorde Joden die ons, christenen, meer nabij zijn, maar evenzeer voor de Irakezen, de Iraniërs, de Syriërs en voor alle bewoners van de islamitische staten.
En laten we vooral bidden om die andere, die eigenlijke vrede, de vrede die een zondaar vindt in de verzoening met God door het geloof in Christus, "de vrede Gods die alle verstand te boven gaat" (Fil. 4:7).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
