In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 57

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 57

8 minuten leestijd

In de vorige twee nummers publiceerden wij de brief, die Gerda aan haar ouders schreef naar aanleiding van de eerste keer dat ze aan het Heilig Avondmaal deelnam. Ik citeer nu nog iets uit de brief van Gerda aan mij.

Ik had toch niet in de bank kunnen blijven? Jaren heb ik Jezus gezocht. En als Hij je dan uitnodigt door Zijn Woord, moetje toch immers komen?

Maar Jezus sprak niet tot mij, daar aan Zijn Dis. Ik kon niet met Hem feestvieren zoals ik gehoopt had. En toen kwam de vertwijfeling, ongenadig.

Kunt u mij nog volgen? Ja, ik stop er maar mee, want ik kan nog wel vellen vol schrijven, want ook over m'n man ligt een verhaal als van een wonder. Want hij vierde 's nachts Avondmaal in zijn hart. Die zondagnacht heeft hij de zekerheid, de zaligheid, de volheid ervaren, waarnaar ik zo op zoek was geweest. Maar als ik dat vertel, wordt het een zijspoor-verhaal.

Eén ding heb ik dus gewonnen. We kunnen deze eenheid in Christus ook in het huwelijk samen delen. Onverdiend, uit genade alleen!

Zo, ik vond het fijn u een brief te schrijven. Al jaren was ik dat van plan, maar na deze bijzondere weken, móest ik u schrijven.

NIEUW ANTWOORD

Nadat ik bij Gerda en Arthur op bezoek was geweest en vooral nadat ik de brief van Gerda aan haar ouders gelezen had, vond ik mijn eerste antwoord een slag naast de spijker, te vee! (theologisch) gepraat, waar Gerda weinig aan had. Vandaar dit nieuwe antwoord.

Beste Gerda,

Je verhaal, vooral zoals je dat beschreef in je brief aan je ouders, heb ik intens meebeleefd. Het was alsof ik je gang naar het Avondmaal, met alle spanningen en angsten én met het sterke verlangen om de Heere Jezus persoonlijk te ontmoeten, helemaal meemaakte; ook je 'afgang' daarna.

Ik wil er rond voor uitkomen dat ik moeite had met mijn tranen, zelfs toen ik het voor de tweede keer las. En ik denk dat dit bij veel lezers het geval zal zijn.

Waarom grijpt jouw geschiedenis ons zozeer aan? Daar zijn verschillende redenen voor.

1. Ik denk dat de belangrijkste reden is dat we zo sterk de nabijheid van de heilige God ervaren in watje vertelt.

Door alles heen klinkt je diepe eerbied voor God. Zeker, je hebt ook angst voor Hem gehad. Maar boven alle angsten uit kan iedereen je ontzag voor Gods grootheid beluisteren.

En dat doet zo weldadig aan. Daarvan gaat zulk een reinigende invloed uit op ons die het lezen. Je voelt dan iets van de verschijning van de "Ik zal zijn Die Ik zal zijn" aan Mozes vanuit het brandende braambos. Het is heilige grond die we dan betreden.

Daarom ben ik zo blij dat je toestemming hebt gegeven om die brief in IRS te publiceren. Het zal veel lezers stemmen tot verootmoediging en tot dankbaarheid en vertroosting.

2. Een tweede reden waarom jouw verhaal ons zo diep raakt, is dat je er de nabijheid van de genadige God in proeft. Op verschillende manieren:

a. Toen ik zo intens het gebeuren bij het Avondmaal met je meebeleefde en meeleed, was het alsof ik de Heere Jezus zag, die jou helemaal van buiten én van binnen heeft gadegeslagen. En ik zag het verdriet op Zijn gelaat. Het was alsof Hij treurig het hoofd schudde: "Hebben ze er dat van gemaakt? Ik had toch dat Avondmaal ingesteld als een gedachtenis aan mijn volstrekte zelfovergave, tot in de dood, aan de verlorenen. Die eenvoudige tekenen van brood en wijn had ik bestemd om daarin Mijn alles overtreffende liefde te vieren. En nu hebben sommigen, met de beste bedoelingen, van dat feest van Mijn liefde een ontzetting gemaakt".

En toch ook weer Zijn geduldige, begrijpende liefde. Want de kerk waar je voorheen toe behoorde, ken ik als een gemeenschap met veel oprechte gelovigen. Dat is ook jullie overtuiging.

Ook jullie zeiden tegen mij dat men daar uit liefdevolle bezorgdheid jullie heeft vermaand, toen jullie hun gemeente vaarwel zeiden.

De Heere Jezus ziet die goede bedoelingen nog veel meer dan wij. Maar we worden niet zalig door goede bedoelingen. Ook Paulus getuigt van zijn vroegere geloofsgenoten: "Want ik geef hun getuigenis dat zij een ijver tot God hebben", maar hij voegt eraan toe: "maar niet met verstand" (Rom. 10:2).

Het juiste inzicht in Gods bedoelingen (die niet samenvallen met goede menselijke bedoelingen) wordt ons slechts ontsloten, wanneer Jezus Christus aan en in ons geopenbaard wordt door het Woord en de Geest. "Want tot op (de dag) van heden blijft dezelfde bedekking in het lezen van het Oude Testament, zonder weggenomen te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt" (2 Kor. 3:14).

3. Uitje verhaal blijkt opnieuw het grote belang van de gemeenschap der heiligen. Ik denk dat velen een beetje jaloers zijn op zo'n fijne gemeente, waar je nu toe behoort, waar men zo met elkaar meeleeft. Wat een wijze ouderlingen, wat een sympathieke dominee, wat een lieve mede- zusters Marjan, Tineke en die oude mevrouw! Ja, zo zou het in elke gemeente van Christus moeten zijn: eikaars (geestelijke) lief en leed volledig delen (1 Kor. 12:26).

Dan zie je in en achter zo'n gemeente de gestalte van het Hoofd, Jezus Christus, oprijzen. Hij was en is nog oneindig veel meer bewogen met jou dan wij dat waren, toen je ons jouw geschiedenis vertelde.

Over dat meeleven van Christus, de Engel des Heeren, lezen we ook in het Oude Testament: "In al hun benauwdheid was Hij benauwd en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op en Hij droeg hen al de dagen van ouds" (Jes. 63:9). God lijdt met ons mee. Dat staat er. We moeten dat niet van onze zelfgefabriceerde theologische tafels met allerlei redeneringen wegvegen. Wij hoeven ons niet te onderwerpen aan mensen met hun spitsvondigheden.

Wij mogen geheel en al vertrouwen op de Bijbel. Daar alleen kan ik de echte, de levende God kennen.

En die God openbaart Zich daarin als een God vol liefde, die in alles met de Zijnen meeleeft. Die Vader had door Zijn Zoon Jezus Christus op die zondagmorgen Zijn arm om je heen willen slaan, omdat Hij benauwd was met jouw benauwdheid. Dat geloof ik op grond van de Schrift.

Op die zondag heeft ook Jezus met je meegeleden. Ook Hij was benauwd in jouw benauwdheden. Jouw benauwdheden waren ook de Zijne. Hij zei toch immers tot Paulus op de weg naar Damascus: "Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?", niet: Wat vervolgt gij hen die in Mij geloven?

4. Deze morgen las ik weer eens in de wijze, volkomen bijbelse Dordtse Leerregels. Daarin wordt de leer verworpen: "dat in de Verkiezing tot het geloof deze voorwaarde te voren vereist wordt, dat de mens het licht der natuur recht gebruike, vroom zij, klein, nederig en ten eeuwigen leven geschikt, gelijk alsof aan die dingen de Verkiezing enigszins hing. Want dit smaakt naar het gevoelen van Pelagius en strijdt tegen de leer van de apostel, waar hij schrijft …" (en dan wordt Ef. 2:3- 9 aangehaald).

Ook in je vorige gemeente zal men de Dordtse Leerregels volkomen onderschrijven. Ik vraag mij echter vaak af of men die wel echt in het licht van de Schrift heeft gelezen of veel meer in het licht van het eigen bevindelijke systeem dat men aanhangt.

Maar opnieuw: ik (en jullie evenmin) wil niet hard over jullie vorige gemeente oordelen, want hun oprecht goede bedoelingen en hun vroomheid en gestrenge levenswijze doen zeer weldadig aan.

5. Erg blij was ik ook met wat je schreef over de doorbraak van Gods licht bij je man. Ja, dat is een heel bijzondere genade, wanneer je als man en vrouw beiden Christus persoonlijk hebt leren kennen. Het is een stukje heerlijkheid, wanneer je de gemeenschap der heiligen kunt beleven met je eigen vrouw/man, wanneer je samen de Heere kunt loven en prijzen om de schatten van Zijn liefde, die Hij voor ons heeft uitgestald.

Tegelijk is dat een verdieping van je liefde als man en vrouw voor elkaar. Je vindt elkaar dan in de mooiste en verhevenste dingen; je vindt elkaar dan in de Heilige, die Liefde is.

Zeker, daarmee zijn niet alle onderlinge moeilijkheden totaal opgegeven. We zijn dan wel verloste zondaars, maar we blijven verloste zondaars.

Maar je kunt bij botsingen elkaar dan altijd weer vinden in de levende Heere. In Hem ontmoet je elkaar dan steeds opnieuw.

Mag ik het voorlopig hierbij laten? Schrijf anders gerust, dan kunnen weer nog wat dieper op ingaan, als de Heere ons daartoe het licht geeft.

Tenslotte: wij allen wensen jou. beste Gerda, de volgende keer een heerlijke viering van het Heilig Avondmaal, samen met je man. en we bidden dat jullie van ganser harte toe.

Geniet samen van de liefdevolle aanwezigheid van Christus, die Zichzelf aan jullie aanbiedt in de heilige tekenen van brood en wijn. En loof en prijs Zijn onvoorstelbare goedertierenheid voor zondaars zoals jullie en wij zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 57

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's