DOOLHOF
Als we terugkijken op 1990, zullen we de bovenstaande belijdenis van Jesaja moeten beamen. Wat hebben we ons vaak schaapachtig gedragen! Wat zijn we vaak bokkig geweest!
We leren het maar niet af. De Heere wijst ons duidelijk de weg in Zijn Woord. "En uw oren zullen horen het woord (van hem die) achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt daarin; als gij zoudt afwijken ter rechter- of ter linkerhand" (Jes. 30:21)
Maar vaak zijn we eigenzinnig afgeweken naar links of naar rechts. En altijd maar weer moesten we erkennen dat die eigen wegen doodlopende straten zijn. We lopen er ons stuk op, want ze voeren naar de dood, naar de eeuwige dood. Het zijn letterlijk DOOD- lopende straten.
Wat zijn wij toch hardleers! We hebben zulke keiharde koppen. We weten dat de wet Gods "heilig en rechtvaardig en goed is" (Rom. 7:12). Die wet brengt ons de vrede. Want die wet is de liefde. En overal waar liefde is, is vrede, harmonie, rust, vruchtbaarheid, vreugde (Gal. 5:22).
We weten ook dat, als we afdwalen van Gods wet, we in de prut, in de viezigheid terecht komen en ons steken in de wespennesten van de afgunst, ruzie, soms de dodelijke haat.
En tóch slaan we telkens die dwaalwegen in. Wat moeten we toch? "Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?"
(Hand. 9:6).
Wat een enorme vertroosting is het, dat dit vers van Jesaja nog een tweede gedeelte heeft: "Doch de Heere heeft onzer aller ongerechtigheden op Hem doen neerkomen " (Jes. 53:6b).
Wij moesten het vernederende A zeggen, maar we mogen nu ook het verblijdende B naspreken, het B van de genade.
En laten we er ons dan steeds van bewust zijn, dat de Heere het bij ons eigenwillig gekozen A had mogen laten. Hij had helemaal geen verplichting om ons van die doodlopende weg terug te roepen. Als wij ons aan het einde van die weg te pletter hadden gelopen, zou dat slechts het gevolg van onze eigen, kwaadwillige en domme keuze zijn geweest.
Maar achter het A van onze opstand tegen God, waar wij meteen een punt en zelfs een uitroepteken hadden gezet, heeft de Heere een komma geplaatst, de komma van Zijn barmhartige liefde, de komma: Jezus Christus als Zaligmaker voor hen die in Hem geloven.
Wat kan een gelovige soms toch dankbaar zijn! Je weet dan met je dankbaarheid geen raad. Je zou het wel voortdurend naar de hemel willen schreeuwen: "Heere, ik dank U!"
U en ik, we zullen het moeten erkennen: We hadden in 1990 in zeven sloten tegelijk kunnen stappen, maar de Heere heeft dat telkens weer verhinderd: "Groot is Uw trouw, o Heer!"
En nu staat de Heere opnieuw voor ons klaar in het begin van 1991. Hij vergeeft niet alleen 1990, maar Hij geeft ook 1991. Hij reikt ons Zijn Vaderhand.
Zullen we die grijpen? Of gaan we het toch weer ergens buiten Hem proberen? Gaan we onze energie en onze tijd weer verspillen met het dwalen in een labyrint (= bij de Grieken een groot en kunstig gebouw, met zulk een menigte elkaar kruisende gangen en ineenlopende kamers, dat men er licht in verdwalen kon), het labyrint van de wereld met haar verlokkende holten?
In speeltuinen voor kinderen is er soms ook zo'n doolhof met vele door elkaar gevlochten slingerpaden, waar je telkens even doodloopt, totdat je eindelijk de enige uitweg hebt gevonden. Spannend en griezelig. Zo vinden wij allen het blijkbaar een avontuur om in ons leven telkens kronkelwegen in te slaan, in de hoop daar ergens het geluk te vinden, buiten de rechte wegen die de Heere ons aanwijst. Hoe dwaas! hoe dwaas! We moeten telkens bidden: "Leer mij Uw weg, o Heer!" "Leer (ons) alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen"
We mogen bidden: "Verzadig ons in de morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen en verblijd zijn in al onze dagen". "En de liefelijkheid van de Heere, onze God, zij over ons" (Ps. 90:12,15,17).
En dat gebed wordt verhoord. In de morgenstond van 1991 verschijnt de Heere aan de Zijnen en laat Zijn vriendelijk aangezicht over hen lichten. Gaat u dan vol geloofsvertrouwen achter de Heere aan?
"Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten. En zie of bij mij een schadelijke weg zij; en leidt mij op de eeuwige weg" (Ps. 139:23,24).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
