UNIO MYSTICA
Ik wist dat deze term ook in de literatuur van de Nadere Reformatie wordt gebruikt. Daarom sloeg ik maar eens de Christelijke Encyclopedie er op na. Daar las ik in een artikel van dr. A. Kuyper Jr.:
"Unio mystica is de geestelijke vereniging van Christus met de Zijnen. Onze eenheid met Christus, dat Hij ons Hoofd is en wij Zijn lichaam zijn, komt op mystieke wijze door de Heilige Geest tot stand en daarom spreken we hier van een mystieke unie".
Christus en Zijn kerk
Hoe ik aan dat idee van de unio mystica kwam? Doordat ik een preek van ds. P. de Vries van Opheusden ter recensie (Uitg. Lectori Salutem, Polslandstraat 104a, 3081 TS Rotterdam, 19 hlz. ƒ 2,50) kreeg toegestuurd. In die preek over Kol. 3:1-4, die tot titel draagt: "De band tussen Christus en Zijn kerk", proefde ik die 'mystieke unie'.
Al meteen in het Voorwoord werd ik geboeid door wat ds. de Vries daarin schrijft:
"De gedrukte weergave van deze preek kan de tegenwoordigheid des Heeren die in de bediening van het Woord bemerkt werd, niet overbrengen. De tegenwoordigheid des Heeren is een geschenk waar wij zelf niet over beschikken".
Daar ben ik het van harte mee eens. Die tegenwoordigheid kan alleen maar over je komen. Je kunt die niet zo maar even oproepen, zoals je naar de telefoon kunt grijpen om iemand op te bellen.
Wel is het alsof de Heereje door de jarenlange verborgen omgang van Hem met jou en van jou met Hem steeds meer toegang geeft tot de wijnkelder van Zijn liefde. Er ontstaat dan een steeds fijnere gevoeligheid voor het zachte suizen van Zijn stilte, van Zijn heilige tegenwoordigheid.
Ik lees dat in die enkele woorden over Henoch: "Henoch dan wandelde met God; en hij was niet (meer); want God nam hem weg" (Gen. 5:24). Wat een tederheid moet er tussen Henoch en de Heere niet geweest zijn? Zozeer zelfs dat God Zelf hem persoonlijk tot Zich nam. Ik meen althans dat zo te moeten aanvoelen. Het lijkt erop alsof de Heere Zelf er behoefte aan had om Henoch voor altijd bij Zich te hebben.
Lieflijk
Ds. de Vries vervolgt: "De Heilige Geest zet door middel van de waarheid van Gods Woord harten in brand. Mijn wens en bede is dat u bij het lezen de lieflijke tegenwoordigheid des Heeren bemerken mag. Elke keer als we Gods vriendelijke aangezicht zien, is er sprake van een wonder".
Ja, zo is het. Die tegenwoordigheid Gods is zo onuitsprekelijk lieflijk, wanneer die over ons komt. Ze is als een wierookwolk, maar ik voeg er meteen aan toe, dat dit maar een zwak beeld is. Die aanwezigheid Gods vervult je gehele wezen. Ze legt zich als een zoetheid op je.
En toch is die aanwezigheid ook oorzaak van steeds grotere afstand. Tegelijk met dat komen van God deins je terug en wil zo ver mogelijk van Hem wegvluchten, omdat je weet en ervaart dat je alleen maar onreinheid bent tegenover Zijn smetteloze heiligheid. Je zou het kort zo kunnen zeggen: De aanwezigheid Gods in je is schrijnende zoetheid: schrijnend, omdat je daardoor steeds meer je zondigheid gaat beseffen; zoetheid, omdat je tegelijk weet dat deze heilige God Zich vanuit Zijn barmhartige liefde helemaal aan je geven wil.
Eenheid in verscheidenheid
We citeren weer: "In het geestelijk leven is er zowel van eenheid als van verscheidenheid sprake. Verscheidenheid, want de ene christen heeft meer geleerd van het werk des Heeren dan de ander. De eenheid van het christenleven komt naar voren in het feit dat ieder van Gods kinderen de dood in zichzelf vindt en het leven en de zaligheid buiten zichzelf in Christus zoekt. God houdt al Zijn kinderen laag bij de grond. Keer op keer doet Hij ze beseffen dat ze hun leven lang leerlingen blijven".
Ook dat beaam ik van harte. Dat maakt de verborgen omgang met de Heere zo boeiend: De Heere gaat met jou heel persoonlijk om zoals Hij met niemand anders doet. En toch is er weer dat ene grondpatroon, waarin alle kinderen Gods elkaar herkennen: de voortdurende en toenemende, dankbare verwondering dat de Heere mij, mij, genadig wil zijn in Christus. Je kunt eerder begrijpen dat God anderen genadig is, omdat je die niet zo kent zoals je jezelf door het jarenlange wandelen in Zijn licht hebt leren kennen.
Onze rijkdom in Christus
Ds. de Vries vervolgt: Gods kinderen hebben vaak maar al te weinig zicht op de rijkdom die hen in Christus is geschonken. Ze leven zo veel onder de maat". 'Toen de koningin van Scheba Salomo zelf ontmoette, betuigde ze: 'Zie, de helft is mij niet aangezegd'(1 Kon. 10:7). Zo zal het u ook vergaan, als u getrokken wordt uit de duisternis tot Gods wonderbare licht en de Koning in Zijn schoonheid mag zien". "Wie niet wederomgeboren is, kan niet bevatten dat een mens al zijn blijdschap in de Heere vindt". "Een kind van God vindt zijn hoogste geluk in het overpeinzen van de deugden van God. 'Maar mij aangaande het is mij goed nabij God te wezen' (Ps. 73:28)".
'Roomse zuurdesem'
Naar aanleiding van deze citaten een paar opmerkingen over mijn boek "Bijbelse elementen bij r.-k. mystici".
Sommigen hebben er blijkbaar moeite mee dat ik daarin, naar ik meen: voorzichtig, de vraag naar voren breng of bij sommige r.-k. mystici een bepaald bijbels gegeven nl. het "God in onsen wij in Hem"(l Joh. 4:15,16) en het "Christus in ons en wij in Christus" (Joh. 15:5) niet méér tot zijn recht is gekomen dan bij de meeste protestantse schrijvers.
Het lijkt erop dat men niet goed kan hebben dat ik iets goeds zeg over rooms-katholieken. Als dat zo is, zou ik dat erg jammer vinden om verschillende redenen.
In de eerste plaats, omdat wij zoals ds. de Vries terecht zegt, altijd leerlingen van Gods Woord blijven. En we kunnen de rijkdom die God ons in Christus gegeven heeft, pas ten volle vinden vanuit de gemeenschap der heiligen (Ef. 3:18).
En er moeten toch ook in de R.-K. Kerk, zelfs in de duistere middeleeuwen, echte gelovigen geweest zijn. Het is toch niet voor te stellen dat Christus eeuwenlang zonder leden van Zijn lichaam op aarde zou zijn geweest en dat de hemelse Vader gedurende zo lange tijd geen kinderen hier zou hebben gehad, waarvoor Christus had betaald met Zijn bloed.
Herkenning
Laat ik een voorbeeld geven. De diepe verbrokenheid des harten om mijn zonden heb ik niet van protestanten, maar van r.-k. mystici geleerd.
In mijn "Hoe leef ik met een genadig God?" heb ik geschreven dat ik jarenlang na mijn overgang naar de reformatie dacht dat die verbrokenheid nog een stukje 'roomse zuurdesem' was, die ik moest proberen uit te zuiveren … totdat ik een ontmoeting had met een predikant van de Gereformeerde Gemeente.
"Tot mijn verbazing en grote vreugde bemerkte ik dat hij dat precies zo doorleefde. Vanaf die tijd wist ik zeker, niet omdat die predikant van de Gereformeerde Gemeente dat had gezegd, maar omdat ik het duidelijk in de Bijbel zag, dat ik deze verbrokenheid des harten niet hoefde uit te zuiveren als 'roomse zuurdesem'. Het was een verademing voor mij. Ik wist nu: Ik hoef die tranen van de verbrokenheid niet weg te drukken uit mijn ziel. Ik ervoer ook die wonderbare gemeenschap van twee zondaars, die zich verloren weten op grond van hun bedorven bestaan, maar tegelijk zich volkomen begenadigd weten in de Zoon van Gods liefde" ("Hoe leef ik met een genadig God?", sinds 1990 uitg. Kok-Kampen, p. 70).
De Schrift boven alles
Vanwege die ervaring meen ik dat het niet juist is, als ik zou proberen de eenheid met God in Christus zoals ik die opnieuw heb beschreven in "Bijbelse elementen bij r.-k. mystici" uit te zuiveren als 'roomse zuurdesem'.
Als ik niet in contact was gekomen met die predikant van de Gereformeerde Gemeente of in het algemeen met christenen van de bevindelijke richting, met name van hen die de visie van de Nadere Reformatie onderschrijven, zat ik misschien nog steeds met die vraag of ik niet moest proberen die verbrokenheid als een onbijbelse, al te persoonlijke vroomheid uit mijn ziel weg te werken.
Nee, boven alles, ook boven de prachtigste geschriften van de Reformatie, ook van de Nadere Reformatie, staat de Schrift alleen.
"Ik zal horen wat God, de Heere, spreken zal" (Ps. 85:9). "Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft; Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft" (Ps. 85:3 ber.).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
