De genoegzaamheid van de Schrift
Tegenover Rome willen wij duidelijk stellen dat de gelovige in de Heilige Schrift alles heeft wat nodig is om behouden te worden en de Heere op een Hem welgevallige wijze te dienen. Daarom wijzen wij elke aanvulling door de traditie af.
Het is zo dat de R.-K. Kerk meent dat zij door haar traditie de goddelijke openbaring, in de Schrift vastgelegd, laat ontwikkelen naar haar volheid! Leest u maar wat Rome daarover leert: "De van de apostelen stammende overlevering vordert in de Kerk onder bijstand van de Heilige Geest. Want het inzicht zowel in de overgeleverde werkelijkheden als in de overgeleverde woorden groeit: door de beschouwing en de studie van de gelovigen die dit alles in hun hart bewaren, door het innerlijke begrip van de geestelijke dingen dat zij ervaren, door de verkondiging van hen die met de opvolging in het bisschopsambt de betrouwbare geestesgave van de waarheid ontvangen hebben. Want de Kerk streeft in de loop der eeuwen onafgebroken naar de volheid van de goddelijke waarheid, totdat in haar de woorden van God in vervulling gaan." (Const. 'Dei Verbum', nr. 8 - 1965)
Dit houdt in dat de Schrift, volgens Rome, onvolledig is en dat door haar overlevering de gelovigen tot de volle waarheid worden geleid!
Zo'n stelling moeten wij resoluut afwijzen. Dit druist in tegen Gods bedoeling met Zijn Heilig Woord! Rome staat de waarheid tegen! Zo is het toch! Door zo'n groot belang te hechten aan die overlevering, wordt Gods Woord van zijn kracht beroofd, worden onze mensen bedrogen en misleid!
"Wat zal er van zijn, zo men de rechte zin der Schrift door duistere kanttekeningen en eigen vindingen meer verwart en verderft?", vraagt Calvijn zich af.
Alleen de Schrift is genoegzaam tot de zaligheid!
"Doch de boze mensen en bedriegers zullen tot erger voortgaan, verleidende en wordende verleid. Maar blijf gij in hetgeen gij geleerd hebt en waarvan u verzekering gedaan is, wetende van wie gij het geleerd hebt, en dat gij van kindsbeen af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof hetwelk in Christus Jezus is.
Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust." (2 Tim. 3:13-17).
Duidelijke uitspraken van Rome
Wij zien vanuit de kerkgeschiedenis dat, zodra de pauselijke macht groeit, de traditie ook aan invloed wint.
Reeds in 787 op het 2e Concilie van Nicea heeft paus Hadrianus 1 de banvloek uitgesproken over ieder die zowel de geschreven als de ongeschreven traditie verwierp. (Denz. 308).
Op het concilie van Trente heeft Rome uitgesproken dat zij niet alleen de Schrift erkent als bron voor de apostolische waarheid, maar ook dat zij "de tradities, zowel die betrekking hebben op de leer als die het leven aangaan, met dezelfde gevoelens van piëteit en eerbied aanvaardt en eert, omdat ze of uit Christus' mond gehoord of door de Heilige Geest gedicteerd en door de voortdurende opvolging in de Katholieke Kerk bewaard zijn." (Denz. 783).
Op het 1e Vat. Concilie in 1870 heeft Rome uitgesproken dat de bovennatuurlijke openbaring vervat is in de geschreven boeken en ongeschreven tradities, die uit de mond van Christus zelf door de apostelen ontvangen, of door de apostelen, aan wie de Heilige Geest ze dicteerde, als met eigen hand overgeleverd, tot ons gekomen zijn." (Denz. 1787).
Het 2e Vat. Concilie (1962-1965) leert het volgende:
"De heilige overlevering en de Heilige Schrift zijn onderling nauw verbonden en hebben aan elkaar deel. Want beide stromen voort uit dezelfde goddelijke oorsprong…
Vandaar dat de Kerk haar zekerheid over al het geopenbaarde niet put door middel van de Schrift alleen. Daarom moeten beide. Overlevering en Schrift, met gelijke toewijding, vroomheid en eerbied worden aanvaard en vereerd" (Dogm. Const. 'Dei Verbum' no. 9 - 18 Nov. 1965).
En verder: "De heilige theologie steunt op het geschreven woord van God, samen met de heilige overlevering, als op haar blijvende grondslag" ('Dei Verbum'no. 24).
De R.-K. Kerk leert duidelijk dat de inhoud van de traditie moet geloofd worden alsof deze door God geopenbaard is. (Denz. 1792). Om haar stelling geloofwaardig te doen lijken, gaat Rome beroep doen op de volgende bijbelplaatsen:
"Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen" (Joh. 16:12).
"En ik prijs u, broeders, dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de inzettingen behoudt, gelijk ik die u overgegeven heb."(l Kor. 11:2).
"Want ik heb van de Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb…" (1 Kor. 11:23).
"Ik heb veel aan ulieden te schrijven, doch ik heb niet gewild door papier en inkt; maar ik hoop tot ulieden te komen en mond tot mond met u te spreken, opdat onze blijdschap volkomen moge zijn." (2 Joh. 12).
Hieruit zou dan moeten blijken dat de Heilige Geest aan de apostelen veel meer heeft geleerd dan in het N.T. vermeld staat, en dat de apostelen hun leringen aan de kerk overgeleverd hebben. Rome leert dat de Schrift daardoor wordt aangevuld en dat zij zo de Openbaring 'van glans tot glans' doet voortgaan. Ook wordt geleerd dat het leergezag van de R.-K. Kerk deze taak van de apostelen heeft overgenomen en verder tot ontwikkeling heeft gebracht, zodat wat nu geschiedt in de leeruitspraken van Rome niets anders is dan een voortzetting van wat reeds in de oude christelijke kerk door de apostelen gebeurde.
Hiertegen wil ik fel protesteren. Hoe kunnen dogma's, die in strijd zijn met het geheel van de Schrift, een aanvulling genoemd worden van Gods Woord?! Integendeel! Rome versnijdt het Woord Gods. Haar vele dogma's zijn 'een boze pest van valse leringen'!
Trouwens de Schrift zelf getuigt dat alles wat zij niet vermeldt, ook niet noodzakelijk is voor het geloof en de zaligheid.
Alleen wat de Schrift ons meedeelt is noodzakelijk en ook genoegzaam!
"Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek; Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods, en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam." (Joh. 20:30-31).
Wat niet in de Schrift staat
Nu is het inderdaad zo dat de Bijbel niet alles bevat wat geopenbaard is. Niet alles wat God heeft gesproken door de profeten, door Christus en door de apostelen is in de Schrift opgenomen. Er zijn bepaalde profetische en apostolische geschriften verloren gegaan. De Bijbel spreekt over boeken die wij niet meer bezitten:
- Het Boek der oorlogen des Heeren: Num. 21:14
- Het boek der oprechten: Joz. 10:13
- De niet overgeleverde spreuken en liederen van Salomo en zijn verhandelingen over de bomen en het vee: 1 Kon. 4:32,33.
- De geschiedenissen van Samuel, de ziener;
- De geschiedenissen van de profeet Nathan en de geschiedenissen van Gath, de ziener: 1 Kron. 29:29.
- De profetie van Ahia, de Siloniet, de gezichten van Jedi, de ziener: 2 Kron. 9:29.
Paulus schrijft over brieven die niet tot ons zijn overgekomen: (1 Kor. 5:9; Fil. 3:1; Kol 4:16).
Jezus en de apostelen hebben veel meer woorden gesproken en tekenen gedaan, die niet zijn beschreven in de Bijbel. (Joh. 20:30; 1 Kor. 11:2,14; 2 Thess. 2:5,15; 2 Joh. 12; 3 Joh. 4).
Zo zien we dat er heel wat van Gods Openbaring niet in de Schrift vermeld is. Maar wat niet vermeld is, hebben wij ook niet nodig om te weten! Datgene wat verloren is gegaan, is voor ons geloof niet onmisbaar, want daardoor hebben wij niet minder kennis van God en Jezus Christus! Wij hebben aan de Schrift genoeg en wij hebben naast haar geen aanvullende traditie nodig!
Hoor naar de Schrift alléén
Het standpunt dat de R.-K. Kerk heeft ingenomen t.o.v. de Schrift heeft in zijn uiterste konsekwentie geleid tot het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid. (1870). Dit heeft tot gevolg dat pauselijke uitspraken evenveel gezag hebben als de Schrift. Zij worden zelfs als een noodzakelijke aanvulling beschouwd van de Schrift! Maar de Schrift zelf laat zo'n aanvulling door de traditie niet toe. Denk maar aan wat de Schrift leert over de overlevering van mensen: "Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen" (Mark. 7:7).
Hoe scherp heeft de Heere Jezus Zijn 'Maar Ik zeg u' gesteld tegenover wat van de ouden is gezegd.
Jezus beroept Zich nooit op een of andere uitspraak van de ouden, maar bindt het volk aan de Schrift!
"Onderzoekt de Schriften… die zijn het die van Mij getuigen" (Joh. 5:39).
Enkele opmerkelijke Schriftgedeelten
1. Deut. 4:2
"Gij zult tot dit woord dat ik u gebied, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; opdat gij bewaart de geboden van de Heere uw God, die ik u gebied".
2. Spr. 30:6
"Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe en gij leugenachtig bevonden wordt".
3. Openb. 22:18,19
"Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal over hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is."
4. Gal. 1:8,9
"Doch al ware het ook dat wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigde buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij tevoren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een evangelie verkondigt buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt".
Elke toevoeging of aanvulling aan Zijn Woord, sluit de Heere God volkomen uit! Ook duldt Hij geen kritiek op Zijn Woord.
We worden uitdrukkelijk gewaarschuwd voor elke poging om iets te willen toevoegen of afdoen aan de Schrift, alsof wat de Heere gesproken heeft niet voldoende en onvolledig zou zijn.
5. Joh. 16:12-14
"Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen. Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden: want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen."
De Heilige Geest geeft ons geen nieuwe openbaring, maar neemt het alles uit Christus om het de apostelen te verkondigen.
"De Heilige Geest heeft geen andere taak in deze bedeling, dan om het werk van Christus toe te passen en evenzo het woord van Christus uit te leggen. Hij voegt aan beide niets nieuws toe. Het werk van Christus behoeft niet aangevuld te worden door de goede werken der gelovigen; het woord van Christus behoeft niet aangevuld te worden door de traditie der kerk; Christus Zelf behoeft niet opgevolgd en vervangen te worden door de paus.
De Roomse leer van de traditie is de loochening van de volkomen vleeswording Gods in Christus, van de algenoegzaamheid Zijner offerande, van de volmaaktheid van Zijn Woord. De geschiedenis der Roomse kerk toont ons het langzaam voortgaand proces, hoe een vals beginsel zich indringt en eerst nog onder Christus en Zijn Woord zich stelt, dan daarnaast zich plaatst, straks daarboven zich verheft, om te eindigen in een volledige remplacering van de Schrift door de traditie, van Christus door de paus, van de gemeente door het instituut." (Bavinck: 'Gereformeerde Dogmatiek'deel I, Blz. 462).
Artikel 7 (NGB)
"Wij geloven dat deze Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat en voldoende leert al wat de mens moet geloven om zalig te worden. Daarin heeft God uitvoerig beschreven op welke wijze wij Hem moeten dienen. Daarom is het de mensen, zelfs al waren het apostelen, niet geoorloofd anders te leren dan ons reeds geleerd is door de Heilige Schrift; zelfs niet een engel uit de hemel, zoals de apostel Paulus zegt (Gal. 1:8). Het is verboden aan het Woord van God iets toe te voegen of daarvan af te doen. (Deut. 12:32). Daaruit blijkt duidelijk dat wat daarin geleerd wordt, volmaakt en in alle opzichten volledig is.
Men mag ook geen geschriften van mensen, hoe heilig de schrijvers ook geweest zijn, op één lijn stellen met de goddelijke Schriften, ook de gewoonte niet met Gods waarheid - want de waarheid gaat boven alles -; evenmin het grote aantal, de ouderdom, de ononderbroken voortgang in de tijden of de opvolging van personen, of de concilies, decreten of besluiten. Want alle mensen zijn uit zichzelf leugenaars (Ps. 116:11) en ijdeler dan de ijdelheid zelf.
Daarom verwerpen wij uit de grond van ons hart alles wat met deze onfeilbare regel niet overeenkomt. Zo hebben de apostelen het ons geleerd: Beproeft de geesten of zij uit God zijn (1 Joh. 4:1). En: 'Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis (2 Joh. 10)."
AANVULLING
Bij de lijst van Nederlandse priesters die overgingen naar de Reformatie (IRS dec. p. 23), vergat ik: ds. H. Meinders (geref.), ds. M. Oomens(herv.)en ds. J. Molenaar (herv.). De verhouding: dominees naar Rome en priesters naar de Reformatie is in Nederland dus 5-12.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
