Ontmoetingen 56
Soms zinkt de moed me in de schoenen, maar omdat het zomer is, kan dat niet, want dan draag ik slippers.
Telkens bedwing ik mij om u niet te schrijven. Dan redeneer ik: Als hij het te druk heeft om de vorige brieven te beantwoorden, dan helpt een nieuwe brief ook niet. Die komt dan ook weer op het stapeltje "nog te beantwoorden post" te liggen. In zulke dagen hoop ik dat de Heere het zo wil sturen, dat u juist dan bleek te schrijven en kijk ik des te meer naar post uit. Maar nee, dit keer niet en de volgende en de daaropvolgende dag niet.
Ik weet wel, het zit niet op wel of geen post vast, maar ik mis heel vreselijk het contact, als het maanden gaat duren.
Veel mensen om me heen met wie ik over zulke zaken spreken kan, heb ik niet; dus telkens komt de hoop naar boven dat ú weer eens wat schrijft.
Daar komt nog bij: ik hoorde van het kantoor dat u dit jaar niet naar de predikantenconferentie van Haamstede kunt gaan; dus dat u ook niet bij mij langs zou kunnen komen. Dus die éne keer van mondeling kontakt per jaar zal er dus dit jaar ook niet zijn.
Is het fout om vaak zo 'n enorme behoefte te hebben je hart te uiten tegenover een medemens, een meerdere tegen wie je opziet? Het liefst zou ik telkens alles van me af willen schrijven, vragen, zoeken, maar ook zingen. En het gebeurt niet, het kan niet, want aan wie? Ik moet voor m'n gevoel in 'beweging' blijven, actie-reactie hebben, anders heb ik het idee erin te 'stikken'.
Het is soms niet om uit te houden, als je altijd maar in jezelf bezig bent, dag en nacht, en alleen rondloopt. Soms weet je je er mateloos eenzaam in, een pelgrim, wereldvreemd, maar ook nog van God vervreemd. En soms ook mateloos blij. Dan zou je de sterren van de hemel willen plukken. Dan zou je het willen uitschreeuwen van de daken, maar je gaat in stilte verder, al weet je je innerlijk een bom, die elk ogenblik kan ontploffen.
Ik ben rusteloos in de blijdschap en rusteloos in mijn eenzaamheid, gemis enz.. Dan komen er twijfels boven of ik uiteindelijk alleen maar strijd met mijn eigen gevoelens, dat dat alleen mijn strijd is, dus niet de goede strijd. En almaar komen er nieuwe vragen boven, nieuwe spanningen en ook nieuwe vreugden. De tegenstrijdigheid is soms heel groot.
Vaak word ik toch weer bang dat ik wandel in door mezelf ontstoken licht, omdat ik telkens meen te ontdekken dat ik de kern van het Evangelie mis. Altijd sta ik nog met mijn rug naar God toe en al die dingen houden me dag en nacht bezig en bezorgen me behoefte aan contact. Is het fout om vaak hierover van gedachten te wisselen? Kom je daardoor zelf niet te veel centraal te staan?
Ik durf niet langer door te gaan met schrijven. Ik hoop dat u me geen zeur vindt, zo zachtjes aan. Wilt u me uit m 'n onzekerheid helpen of ik u of een ander of helemaal niemand meer schrijven moet.
ANTWOORD
Terwijl ik je brief opnieuw over las, had ik het idee dat de Heere Jezus over mijn schouders heen meelas en alsof Hij en ik elkaar begrepen. Het was alsof Hij mij zeggen wilde:
"Zie je hoe ze voor een nieuw keerpunt staat in haar leven? Ze is nu reeds lang een kind van Mijn Vader geworden. In haar is reeds iets weerkaatst van Mijn beeld, een stukje weerglans van de heerlijkheid van Mijn Vader. Maar ik wil haar nog veel meer naar Mij toetrekken. Daarvoor is het echter nodig dat ze nu meer dan vroeger zichzelf en anderen loslaat. Ze moet nog meer de woestijn in. Daar kan en zal Ik tot haar hart spreken".
Inderdaad, dat is voor mij volkomen duidelijk. Het drukte mij wel wat, dat ik je zo lang niet meer kon schrijven. Maar ook mijn dag heeft maar 24 uur en ook ik moet het liefdegebod van Mijn hemelse Vader in acht nemen nl. dat ik geregeld rust neem.
Maar nu ik deze brief van je gelezen heb, is die druk van mij af. Nu weet ik zeker: Het is de Heere die het onmogelijk maakte dat ik je eerder schreef. Hij heeft je opzettelijk in de eenzaamheid gevoerd, opdat je zou gaan schreeuwen naar … ? Ja, je mag best behoefte hebben aan contact met gelovigen met wie je kunt spreken over de heerlijke dingen des Heeren. Maar voorop moet staan datje steeds meer behoefte krijgt om met Hem te spreken.
Het is nog veel te rumoerig en onrustig in je. Je moet die eenzaamheid benutten om des te intenser de stem van de goede Herder op te vangen.
Zijn stem is lieflijk, is teer, is uitermate rein. Als allerlei gevoelens in je lawaai blijven maken, als je ziel voortdurend in de harts-tocht staat, als zondige neigingen telkens weer herrie in je schoppen, zul je dit fluisteren van Hem veel te weinig kunnen vernemen.
Van Christus staat geschreven: "Ziet, Mijn Knecht die Ik verkoren heb. Mijn Beminde in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen en Hij zal het oordeel de heidenen verkondigen. Hij zal niet twisten noch roepen noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning. En in Zijn Naam zullen de heidenen hopen" (Mat. 12:18-21).
Jezus werkt in de stilte, in de diepte, de nederigheid, in het dal van de verootmoediging, van de ontlediging. Waar er veel geschreeuw is, is Jezus niet. Hij mijdt alle luidruchtigheid, alle opschik, alle kerkelijke machtsvertoon.
Hij vertoeft zo graag met "de stillen in den lande", met hen die gering van zichzelf denken, die niets goeds in zichzelf kunnen ontdekken, maar al het goede in Hem vinden.
Met zulke mensen wil Hij gemeenschap hebben, wil Hij het feest van de liefde vieren, in de innigste innigheid.
Hij heeft het oordeel over ons, de heidenen, gevoerd naar de overwinning van de genade. De Vader van Jezus moest ons veroordelen vanwege ons zondige leven, maar de Zoon begaf Zich in de stilte, in de woestijn van deze wereld. Hij liet Zich slachten als een lam dat de mond niet open deed tegenover de scheerders (Jes. 53:7).
Hij heeft Zelf in praktijk gebracht: "Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest" (Zach. 4:6). En: "Door wederkering en rust zoudt gij behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn" (Jes. 30:15). Dat was een woord van de Heere tot Israël en Hij liet daarop volgen: "… doch gij hebt niet gewild".
Maar toen Jezus in de wereld kwam, sprak Hij tot Zijn Vader: "Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God"(Hebr. 10:7). En invers 10 lezen we dan, dat wij door die wil van Jezus, door Zijn daadwerkelijke bereidheid om Zijn lichaam tot een offerande voor onze zonde te stellen, geheiligd zijn en Gode voor altijd toebehoren.
Wiljij je ook zo aan Hem, aan Hem alleen, overgeven? Dat is radikaal, pijnlijk. Dat gaatje door merg en been. Dan is het of de eeuwigheid aan je slapen klopt. Want dan valt het aardse, de behoefte aan menselijk contact, steeds meer van je af. Dan vraagje je steeds minder af: Hoe hef ik mijn eenzaamheid op, maar hoe help ik Hem om Zijn eenzaamheid op te heffen?
"Zijn eenzaamheid?" zo hoor ik je zeggen? Ja, ik bedoel dat werkelijk zo. Als je je oor te luisteren legt op de Bijbel, dan hoor je daarin een roepen van God naar mensen die Hem willen liefhebben.
Weer vraagje: "een roepen van een uitverkiezende, soevereine God?" Ja, want de Bijbel leert wel van de ene kant dat God volkomen Zichzelf genoeg is, maar van de andere kant dat God ook op zoek is naar de liefde van de mensen. Denk maar aan de gelijkenis van de goede Herder die dat éne verloren schaap ging zoeken; dus niet omgekeerd: dat verloren schaap zocht niet de Herder, maar de goede Herder zocht dat schaap en verblijdde Zich erover, toen Hij het gevonden had (Lukas 15:1- 7).
Denk eens wat meer aan die Herder. Jij loopt maar een beetje rond te dwalen en je zoekt het dan bij die, dan bij een ander, bij menselijke vrienden en herders. Maar die stellen toch altijd teleur. "Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen. Hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name en leidt ze uit" (Joh. 10:2,3).
Hoor dan toch dat roepen van de goede Herder. Hij roept jou bij je naam. "En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, aangezien zij zijn stem kennen" (vers 4).
Ga zo dicht mogelijk achter deze Herder aan. Hij voert je naar de grazige weiden (Ps. 23) van Gods Woord. En daar op die zon- overgoten weide zal Hij jou willen ontmoeten. Daar zegt Hij het tegenjou: Ik wil niet alleen datje achter me aan gaat, maar ook dat jij in Mij bent en Ik in jou (Joh. 15:5). Is er iets heerlijkers denkbaar?
Maar achter deze Herder aangaan om één met Hem te worden betekent pijn, veel pijn. "Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij" (Lukas 9:23). Wil je dat?
Ja? Dan zul je met Paulus mogen juichen: "Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, (doch) niet meer ik, maar Christus leeft in mij" En al leef je dan nog je eigen leven hier op aarde: je vrouw en moeder zijn met alle praktische consequenties daarvan, dat leven wordt dan steeds meer opgenomen in de eenheid met het leven van Christus: "En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven" (Gal. 2:20). Dan trekt Hij jou steeds meer binnen in de wonderbare wereld van Zijn geloof, Zijn volstrekte vertrouwen in de leiding van Zijn Vader. Nogmaals: is er iets heerlijkers denkbaar?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1990
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1990
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
