In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE BEKERING van een r.-k. priester

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE BEKERING van een r.-k. priester

Getuigenis van B.F. Brewer

6 minuten leestijd

Mijn moeder

Mijn moeder nam graag deel aan de diskussies, die wij als priesters onder elkaar hadden. Zij was zeer intelligent en onderlegd en ik stelde haar opvattingen op hoge prijs.

Zij had zich al lang bezorgd gemaakt over de tegenstelling tussen wat de kerkelijke leiders leerden en wat de Schrift leert.

Jaren geleden had ze dit probleem al eens aan mgr. Cartwright voorgelegd. Hij had haar geantwoord: Er zijn wel veel problemen in onze Kerk, maar Jezus heeft beloofd dat "de poorten der hel haar niet zullen overweldigen".

Mijn moeder had een diepe eerbied voor de Schrift als Woord van God. Altijd al had zij geregeld in de Bijbel gelezen, maar de laatste tijd bestudeerde ze echt de Bijbel.

Bij mijn collega-priesters zag ik een ten dens om vanwege hun vrijzinnigheid het gezag van de Bijbel steeds meer uit te hollen. Bij mijn moeder was juist het omgekeerde het geval. Zij kreeg steeds meer vertrouwen in het Woord van God.

Voor mij was dat een raadsel. Terwijl anderen ervoor ijverden om bepaalde regels en traditionele ceremonies afgeschaft te krijgen, gaf mijn moeder telkens te kennen dat ze liever wat meer aandacht zag voor de Bijbel in de kerk, meer nadruk op het geestelijke aspect van het leven. Zij wilde dat Christus meer in het centrum van alles zou worden geplaatst en de noodzaak van een persoonlijke verhouding tot Hem duidelijk zou worden gepredikt.

De Bijbel gaf mij een nieuw inzicht

Eerst begreep ik daar niet veel van, maar geleidelijk aan begon ik te bemerken dat een wonderbare verandering bij mijn moeder zich aan het voltrekken was. Haar invloed bewerkte bij mij dat ook ik meer belang ging hechten aan wat de Bijbel zegt.

Vaak discussieerden wij over onderwerpen als: de positie van de paus, zijn onfeilbaarheid, de biecht, de mis, het vagevuur, de onbevlekte ontvangenis en de lichamelijke ten-hemelopname van Maria.

Ik begon in te zien dat al die dogma's niet alleen niet te vinden zijn in de Bijbel, maar er zelfs mee in strijd zijn. Maar wat moest ik met dat nieuwe inzicht? Hoe zou ik dat in mijn leven als priester een plaats kunnen geven?

Zou ik moeten huichelen?

Ik was er zeker van, dat God mij in Zijn dienst geroepen had. Maar wat moest ik doen, nu ik door het bestuderen van de Bijbel overtuigd was dat mijn kerk een dwaalleer verkondigde?

Ik wist wel dat er heel wat priesters waren, die niet meer geloofden in verschillende dogma's van onze kerk. Velen leefden clandestien met een vrouw en hadden kinderen. Ook ik zou priester kunnen blijven ondanks het feit dat ik niet meer in mijn kerk geloofde. Ik zou het saiaris van legeraalmoezenier kunnen blijven opstrijken, waarvan ook mijn moeder profiteerde.

Ja, er waren heel wat redenen om alles te laten zoals het was, maar dan zou ik mij een huichelaar voelen, iemand die niet op een eerlijke wijze zijn geld verdient. Moeder had mij altijd geleerd dat ik recht door zee moest gaan en ik besloot dat te gaan doen.

De breuk met mijn kerk

De bisschop had mij nog maar pas de verzekering gegeven dat ik minstens gedurende twintig jaar als aalmoezenier in het leger dienst zou mogen doen, maar ik schreef hem nu dat ik mijn funktie neerlegde.

Het was heel moeilijk om die beslissing te nemen. De R.-K. Kerk leert dat er nooit een geldige reden kan zijn om haar te verlaten, want zij is de enige ware Kerk van Christus. Dat was er diep bij mij ingehamerd en had zich vastgezet in heel mijn gevoelsleven.

Ik wist ook dat de Rome-getrouwen mij als een Judas zouden zien, een vervloekte, een geëxcommuniceerde, die men zoveel mogelijk moest zien te vermijden.

Maar mijn moeder brak zelf met de kerk en dat gaf ook mij moed om haar daarin te volgen.

Zij had zich aangesloten bij de zevende-dags-adventisten. Ik bezocht daarom ook soms hun kerkdiensten. Wat mij in hen boeide was dat zij niet zoals verschillende andere protestantse kerken met de Rooms-Katholieke Kerk als wolven meehuilden in hetzelfde oecumenische bos, maar er zich met alle beslistheid van distancieerden. Daarom werd ook ik lid van hun kerkgenootschap, o.a. ook omdat de voorganger aanbood dat ik theologie zou kunnen gaan studeren aan een van hun scholen.

Wedergeboren

In die gemeente leerde ik ook Ruth kennen, die later mijn vrouw zou worden. Omdat ik besloten had theologie te studeren, ging zij van de veronderstelling uit dat ik een wedergeboren christen zou zijn. Maar toen ze mij daar nooit over hoorde spreken, vroeg ze mij eens: "Zeg, Bart, wanneer ben jij een christen geworden?" Mijn antwoord luidde: "Maar ik ben toch immers als christen geboren!".

Zij probeerde toen vanuit de Schrift aan te tonen datje niet door geboorte, maar door wedergeboorte een echte christen wordt.

Ik stotterde daartegen in: "Maar ik heb altijd in God geloofd". Haar antwoord luidde: "De duivelen geloven het ook en zij sidderen" (Jak. 2:19).

Opnieuw ging ik de Bijbel bestuderen en in het licht daarvan ontdekte ik dat ik tot nog toe alleen op mijn eigen gerechtigheid had gesteund. Maar in de R.-K. Kerk had ik nooit gehoord dat we alleen maar gerechtvaardigd voor God kunnen worden door de gerechtigheid van Christus, die ons van buiten af, langs de weg van geloof, om niet wordt toegerekend.

En op zekere dag gebeurde het. Toen overtuigde de Heilige Geest mij van mijn zonde, van mijn volstrekte verlorenheid, van de eeuwige dood die ik verdiend had door mijn op mijzelf gerichte leven. Hij overtuigde mij ook van de algenoegzaamheid van Jezus Christus en van Zijn kruisoffer.

Toen zag ik ook dat ik al die jaren aan de gerechtigheid van Christus voorbij was gegaan en slechts geprobeerd had mijn eigen gerechtigheid voor God op te bouwen (Rom. 10:2,3).

Een nieuwe breuk

Niet lang nadat ik tot predikant in de Zevende-Dags- Adventistenkerk was bevestigd, maakte ik de Southern California Conference mee, die speciaal was gewijd aan de studie van de geschriften van Ellen G. White, een van de oprichters van de zevende-dags-adventisten, die geloven dat zij een profetes was.

Het waren leerzame dagen, maar er ging een schok door mij heen, toen ik een van de inleiders op de laatste dag hoorde zeggen "dat de geschriften van Ellen G. White evenzeer geïnspireerd zijn als de Evangeliën van Mattheús, Markus, Lukas en Johannes". Ik sprak daarover met een van de alom gerespecteerde leiders van ons kerkverband, maar ook hij bleek ongeveer dezelfde mening te zijn toegedaan. Toen kón ik helaas niet anders; toen moest ik dit kerkverband verlaten.

Ik keerde terug naar San Diego, waar ik vroeger pastoor was geweest. Ik had namelijk gehoord dat veel rooms-katholieken daar in de war waren geraakt vanwege al de veranderingen in hun kerk sinds het tweede Vaticaanse concilie. Zo ontstond onze stichting "Mission to Catholics", die tot doel heeft roomskatholieken die zich niet langer thuis voelen in hun kerk, te helpen bij hun zoeken naar de waarheid van het Evangelie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE BEKERING van een r.-k. priester

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's