In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

AFSCHEIDSBRIEF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AFSCHEIDSBRIEF

8 minuten leestijd

van pastoor A. Bailly, die hij uitreikte in de parochiekerk van St. Nicolas in Toulouse (Frankrijk) op 30 september 1990.

Geliefde parochianen

Het feit dat ik uit eigen beweging mijn ambt als pastoor van deze parochie neerleg, zal voor u geen verrassing zijn. Allen die mij in mijn preken beluisterd hebben, zullen het zien als iets dat logischer wijze moest volgen.

Ik vertrek, niet omdat ik depressief zou zijn geworden. Ik geloof namelijk in de onbeperkte macht van Jezus Christus, die uit de doden is opgestaan, ook al zie ik dat er weinig geopende deuren en harten zijn voor dit Evangelie. En als je dat zeker weet, is er geen reden om depressief te zijn.

Ik vertrek, niet met de bedoeling om te trouwen. Het 'Cherchez la femme = Zoek de vrouw die er achter zit' gaat dus niet op. Er is geen vrouw in het spel.

Ik vertrek, "niet omdat ik het geloof zou hebben verloren" Maar het is juist vanwege mijn geloof in Jezus Christus dat ik niet langer kan meedoen met de braderie (= het voor een spotprijs te koop aanbieden) van de schatten van het Evangelie zoals die gehouden wordt binnen de struktuur van de huidige R.-K. Kerk.

Ik vertrek, omdat ik tot mijn verdriet heb moeten vaststellen dat verreweg de meesten die zo nu en dan om de sacramenten vragen, verder geen enkele band willen hebben met de Kerk. Ze weten niets over Jezus Christus en ze hebben ook geen enkel verlangen om iets over Hem te weten te komen. Sommigen nemen het mij zelfs kwalijk, wanneer ik hen erop wijs dat het vragen van de sacramenten en het tegelijk niets willen horen over Jezus Christus een innerlijke tegenspraak is. Als ik de sacramenten zou reduceren tot enkel "diensten waarop de gezinnen van de parochie recht hebben", zou ik daarmee mijn diepste geloofsovertuiging met voeten treden. Ik zou mij dan voelen als uitsluitend een religieuze functionaris (die op deze manier verzekerd is van zijn levensonderhoud, nl. vanwege de volksdevo tie, die bezoedeld is door de magie, maar die juist daardoor voldoende geld in het laatje brengt).

Ik vertrek, omdat de pogingen tot vernieuwing, die door veel priesters en leken ondernomen werden, op niets zijn uitgelopen. Waarom? Vanwege de angsten en de starre onbeweeglijkheid van de kerkelijke overheid.

Onze kerk is zozeer tot een van boven gedirigeerde struktuur verworden, dat alles op het gewone vlak, het vlak van de parochianen, tot stilstand is gebracht. Niemand verroert er zich nog aan de basis.

De mening dat zij de enige Kerk van Jezus Christus is, de Kerk die beschikt over de volle waarheid, heeft haar een houding van neerbuigende superioriteit gegeven. Daardoor maakt zij zich vaak schuldig aan een trotse onwetendheid. Maar als ze eens kennis zou nemen van de dynamiek van de kerken van de Reformatie, zou dat haar kunnen stimuleren om op zoek te gaan naar het getuigenis van de Heilige Geest, die daarin werkzaam is.

Ik heb hetzelfde moeten ondervinden als veel priesters die mij op de weg zijn voorgegaan: De kerkelijke overheid voelde zich bedreigd in haar solide struktuur, wanneer ik opriep om aan het Woord Gods, en dus aan de kennis van Jezus Christus, de voorrang boven alles te verlenen. Al jaren lang heb ik deze treurige instelling van de kerkelijke overheid moeten vaststellen. Ik vond bij hen geen weerklank, maar slechts de reactie van fatalisme of van argeloze verbazing.

In die tijd (1988) beluisterde ik een predikant van de Assemblées de Dieu (= een kerkverband van Pinkstergemeenten. HJH), die een korte toespraak hield. Deze man beleed op een eenvoudige en aangrijpende manier zijn geloof in Jezus Christus, door Wie hij 35 jaar geleden gegrepen was en Wiens eigendom hij zich nog steeds wist. (Ik had van de priester Lyon opdracht gekregen om die samenkomst bij te wonen met het oog op het doorgeven van informatie daarover aan het aartsbisdom … De ironie van Gods voorzienigheid die mij daar opwachtte!).

Eenzelfde getuigenis hoorde ik niet lang daarna in de kerk van Salin, waar de predikant van een evangelische gemeente zijn geloof in het lijden en de opstanding van Jezus Christus verkondigde, terwijl hij tevens wees op de vromen van alle tijden, waaronder Franciscus van Assisi en Theresia en allen die gegrepen waren door de genade van Christus.

Op die dag begreep ik dat de Heilige Geest Zich niets aantrekt van kerkmuren die door mensen zijn opgetrokken en dat geen enkele kerk het monopolie van het Evangelie heeft en dat het wezenlijke waar alles om draait, de kennis is van Jezus Christus, de Zoon van God en de enige Zaligmaker voor zondige mensen.

Ik heb dus kennis mogen maken met mensen van andere kerken waarop wij vanuit de hoogte neerzagen en die wij veroordeelden, zonder ook maar iets af te weten van de vruchten van het geloof die zij voortbrengen. Mensen die bezield zijn door het geloof in Christus. Ze spreken niet de houten taal van een van buiten geleerd theologisch lesje. Ze gaven ook geen blijk van een agressieve houding tegenover leden van andere kerken. In hen heb ik steeds meer de broeders in het geloof gevonden, waarnaar ik vanaf mijn priesterwijding gezocht heb. Daardoor begon de last van de eenzaamheid van mij af te vallen, het onvoldane gevoel dat ik meestal overhield na het bijwonen van de kerkelijke vergaderingen.

Na zoveel teleurstellingen en frustraties vanwege de starre ontoegankelijkheid van de kerkelijke overheid bleven slechts twee keuzemogelijkheden over: ofwel je laat alles op z'n beloop en zeult met de massa mee, ofwel je houdt ermee op en gaat weg.

Het Woord Gods is echter duidelijk: "Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus" (Gal. 1:10). En dienstknecht van Christus, dat wil ik vóór alles zijn. Daarom kon ik niet anders dan de kerk verlaten.

Dringend vraag ik u om ieder voor zich een antwoord te zoeken op de volgende vragen:

- Waarom blijft de overgrote meerderheid van de katholieken de sacramenten van Jezus Christus vragen, terwijl ze niets over Hem weten en ook niets over Hem willen weten? Waarom blijven ze zich dan nog christen noemen, ofschoon ze er meteen aan toevoegen dat ze niet-praktizerende christenen zijn?

- Waarom wordt een priester lastig gevallen en wordt hij zelfs via de telefoon beledigd of vroom tot de orde geroepen in anonieme brieven, wanneer hij probeert om het wezen van het Evangelie, de zaligmaking door genade en geloof in Christus alleen, te verkondigen?

- Waartoe dienen de samenkomsten van de parochianen, als men daar wel komt, maar zich nooit tot iets wil verplichten?

- Waarom is de zondagse kerkdienst die een uiting zou moeten zijn van broederlijke gemeenschap, een toneelopvoering geworden, waarbij men na afloop zich zo spoedig mogelijk uit de voeten maakt zoals men na een filmvoorstelling zo snel mogelijk de uitgang van de bioscoop tracht te bereiken? In plaats van de warmte van onderlinge liefde verspreiden ze zo de kilte van de uitsluitende betrokkenheid op zichzelf.

- Waarom verlangt men wel dat de kinderen de catechisatie volgen en de sacramenten ontvangen, terwijl men zichzelf verre van de kerk en de kerkdiensten houdt?

- Toen ik mijn ambt als pastoor hier begon, heb ik u gevraagd mij te helpen bij het opsporen van menselijke nood in onze parochie. In driejaar tijd kreeg ik nooit een antwoord op die vraag, maar wel waren er steeds moeilijkheden over bepaalde gewoonten en devoties, die niet mochten veranderen.

- Waarom kreeg ik alleen maar een resoluut 'nee!'te horen als ik vroeg om ook iets van de verantwoordelijkheid voor de parochie mee te dragen, zodat ik daardoor bemoedigd zou worden in het besef dat ik niet alleen als locomotief de trein van de gemeente de helling op moest trekken?

Waar is het Evangelie in dat alles? Is het niet huichelachtig en schijnheilig, wanneer wij er ons over beklagen dat de kerken steeds leger worden, terwijl we zelf niets voor de kerk over hebben en alleen maar kerkelijke consumptiemensen zijn?

We zijn het er over eens dat de kerk een instituut is geworden, dat de mensen steeds meer tot dode nummers maakt, omdat de kerk hen slechts dode eenvormigheid en dorre godsdienstige routine-praktijken oplegt.

We weten ook wat de reden daarvan is: omdat de kerkelijke overheid liever niet ziet dat de leden zelf meedenken en hen integendeel veroordeelt, wanneer ze vragen durven stellen over het kerkelijke beleid. Maar als men dit alles vaststelt, waarom verzet men zich daar dan op geen enkele wijze tegen, maar staat er met gekruiste armen bij te kijken en probeert zich te troosten met de hoop dat er ooit nog eens opvolgers komen, die het vastgelopen schip van de kerk op een miraculeuze wijze weer vlot zullen trekken?

Ik denk niet zonder pijn aan hen die mij gedurende al die jaren hun vertrouwen hebben gegeven en die (ten onrechte) menen dat ik hen in de steek laat. Ik wil hen vragen: Zet uzelf in voor een gezondmaking van de kerk, die elk jaar weer nieuwe strukturen uitdenkt, maar weigert zich te bekeren tot Jezus Christus, Die alleen in staat is haar opnieuw te vullen met de Heilige Geest.

Driejaar lang heb ik mij voor u, parochianen, ingezet. Daarom durf ook ik deze brief te eindigen met het woord van Paulus: " … met alle bidding en smeking,biddende te allen tijde in de Geest, en daartoe wakende met alle volharding en smeking voor al de heiligen; en ook voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening van mijn mond met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken" (Ef. 6:18,19).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

AFSCHEIDSBRIEF

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's