STA OP EN EET
(1 Kon. 19:1-8)
Elia, de profeet Gods, leefde in een periode die we gerust één van de moeilijkste uit gans de geschiedenis van Israël mogen noemen.
Hij trad op ten tijde van koning ACHAB, van wie de Bijbel zegt dat hij deed wat kwaad is in de ogen van de Heere, méér dan allen die voor hem geweest waren (1 Kon. 16:30).
Uit de geschiedenis van zijn koningschap kunnen we opmaken dat Achab een man was zonder principes, een man die uitsluitend leefde en werkte om zijn eigen positie te verstevigen en zijn eigen macht uit te bouwen. Daarom ook trouwde hij met een volbloed heidense vrouw, IZEBEL, die vanuit haar geboorteland Fenicië, de Baalsdienst meebracht naar Israël.
Achab zag veel meer voordelen in de Baalsdienst dan in de dienst van de God van Israël. En waarom? Omdat het altijd veel voordeliger is als je dezelfde godsdienst hebt als je buurvolkeren; je kunt gemakkelijker handelscontracten afsluiten, het leent zich ook gemakkelijker tot militaire bondgenootschappen. Daardoor wordt je prestige groter. En daar was het Achab om te doen.
Daarom trouwde hij dus met Izebel. En die Izebel slaagde er zelfs in om 450 profeten van Baal en 400 profeten van Asjera te laten overkomen naar Israël. En ze kregen als opdracht mee om door hun prediking en hun ceremonies rond de Baalsdienst het volk van God, Israël, van de ware en de levende God af te brengen. En daar slaagden ze ook in.
Stel je even voor: 850 man, dwaalleraars, goed getraind in de verkondiging van hun geloof, meesters in het aanvoelen van de gevoelige snaar bij de mensen, meesters om de mens aan te spreken in zijn verlangen naar wat genot en godsdienstigheid, die 850 man hebben gans Israël doorkruist van Noord tot Zuid en van Oost tot West en het volk van God bedot en belogen.
Stuur vandaag 850 man met een vals evangelie, gebaseerd op wat genot en godsdienstigheid, België door en je zult de tempels en kapelletjes als paddestoelen zien opkomen.
Gewijde bossen
Je kon zelfs in die tijd niet meer vrij rondlopen in de bossen, want ook de bossen werden tot gewijde bossen uitgeroepen waar de priesters van Baal hun altaren hadden gebouwd waar ze offers brachten aan de zon, de maan en de sterren.
Er was niemand meer die het durfde riskeren om openlijk te kiezen vóór de God van Israël en tegen de groeiende goddeloosheid van de Baalsdienst. Alleen nog een wonder van God zou het volk kunnen redden van de totale verlorenheid!
Voeg daarbij ook dat in die periode er een hongersnood over het land kwam van 3 1/2 jaar (Luk. 4:25). En hoe verschrikkelijk die hongersnood was kunnen we opmaken uit brieven die waarschijnlijk - volgens Velikovsky althans - uit die periode afkomstig zijn: de Amarna-brieven, geschreven door een koning van Samaria.
In die brieven lezen we dat ouders hun kinderen verkochten in ruil voor wat brood; dat ze zelfs insekten opvraten van de honger en zo erg werd het dat ze zelfs vlees van hun botten afknaagden van ellende. De mensen krepeerden van de honger.
Elia
En het mag genade van God heten dat in die tijd en onder zulke omstandigheden God een man roept ergens uit een onbeduidend dorpje in Gilead om het volk terug te roepen tot de dienst aan de ware God.
Elia, een manneke die niemand kende, een broekventje in de ogen van de mensen maar een man van geloof, een man van gebed. En die daardoor in staat was om gans alleen het ganse volk Israël te confronteren met de onzin van de Baalsdienst en ze terug te roepen tot de dienst van God.
Elia, gans alleen tegenover de 850 profeten op de Karmel die op het hoogtepunt van zijn bediening het oordeel van God heeft afgeroepen over de goddeloosheid van hun prediking en eredienst en die ze allemaal heeft afgeslacht bij de Kison-beek.
De Heere laat niet ongestraft dat we naast Hem nog op iets of iemand anders zouden vertrouwen. We moeten ons daar goed van bewust zijn, ook wij, gelovigen… Want ook wij kunnen weieens in de verleiding komen te vertrouwen op iets anders dan op God: op één of andere gave die we hebben ontvangen, op onze menselijke energie of op onze ijver waarmee we voor de Heere bezig zijn.
Want het staat goed als je kunt zeggen datje 't zo druk hebt.
Dan word je als een geestelijk iemand beschouwd.
Maar hoe triest als we merken dat onze inzet niet de gewenste resultaten oplevert, dan riskeren we ontmoedigd te geraken en net als Elia op een bepaald moment het niet meer te zien zitten, ook al is uw relatie met de Heere goed. Elia zei: 'Zie toch Heere, hoe ik voor U geijverd heb en wat is het resultaat? Hopeloos! De Israëlieten hebben Uw verbond verlaten en ze hebben zelfs Uw profeten gedood. Al mijn werk was allemaal voor niets'.
Herkennen we ons een beetje in Elia? Hebben we 't zelf ook al zo aangevoeld? Hebben we ook al eens zoals Elia onze ontgoocheling geuit:
"Heere, ziet U dan niet waar ik mee bezig ben? Van 's morgens tot 's avonds ben ik voor U bezig, 't Is niet voor mijn plezier dat ik het doe, hoor! Dacht je dat 't zo plezant is om telkens weer te gaan evangeliseren, om telkens weer te bemoedigen en te vermanen, om op de gebedsavond telkens weer diezelfde 4 of 5 gezichten te zien?? Om telkens weer dit en telkens weer dat? Heere, wat is het toch allemaal moeilijk!"
En het is goed dat we dit aan de Heere kunnen uitspreken.
Maar heel dikwijls kan onze ontmoediging voortkomen uit het feit dat we zo trots kunnen zijn op wat we doen voor de Heere. En als de resultaten dan niet beantwoorden aan onze ijver en inzet, wel dan gaan we maar als Elia onder de bremstruik zitten.
En is het ook niet zo dat - als we tijden kennen van slapte en ontmoediging - dat we dan liefst naar die broeder of zuster toegaan die ons wil bemoedigen in onze ontmoediging en van wie we zo graag zouden horen: "Da's zeker, broeder, ge hebt gelijk; ik zou ook zo doen in uw plaats. Wie denken ze wel dat ze zijn? Dat ze 't zelf maar eens doen, dan zullen ze weten wat het is!"
Onze troost en Gods troost
Zo dikwijls is de troost die wij geven niets meer dan een laagje vernis op ons trotse hart, dat gewond is door wat kritiek of onbegrip van anderen. En misschien had Elia wel diezelfde reaktie van God verwacht.
Hoe heel anders is de troost die God geeft! Gods remedie voor ontmoediging en neerslachtigheid is uitgedrukt in de woorden: "STA OP EN EET".
Maar begrijpt God dan niet dat we 't al eens moeilijk kunnen hebben?
Ja zeker; Hij begrijpt het en beter dan je 't zelf begrijpt. Daarom ook laat Hij Elia tot rust komen, laat Hij Elia zijn hart uitstorten.
Maar God zegt dan niet tot Elia: "Maar Elia toch, wat is het toch triestig gesteld met je! Wat ben je d'er erg aan toe, man! Die Izebel ook, die heeft nu eens geen verstand. Eliaatje, jongen, blijf nog maar wat liggen, 't Zalje goed doen na alles wat ze je hebben aangedaan. Gij, een man met zo'n talent en zo'n geloof, nu zit ge hier onder die struik. Och dan toch!"
Nee, zo troost de Heere niet. De troost van God is een heel andere.
Zijn troost is: STA OP EN EET.
Zelfbeklag
Elia kreeg geen visioen te zien van God. Neen. Hij gebood Elia de gewone alledaagse dingen te doen: opstaan en eten.
Hij gebood Elia dat te doen wat moest gedaan worden. Als wij opstaan en gehoorzamen, doen wat we moeten doen, dan verdwijnt de ontmoediging of de neerslachtigheid. Dat is Gods remedie.
Immers, uit ervaring weten we dat we in tijden van moeite zo vlug geneigd zijn alleen op onszelf te zien, onszelf te beklagen en weg te gaan van de plaats der getuigenis, zoals Elia; weg te gaan - al is 't maar voor een tijdje van de gemeente, niet meer mee doen en ons nestelen onder onze bremstruik waar we zeker zijn geen broeder of zuster meer te ontmoeten. In die momenten denken we ook niet meer aan alle geestelijke zegeningen waarmee God ons heeft begiftigd. In momenten van teleurstelling zeggen alle kostbare beloften van God ons niets meer! Waar of niet?! Dat is bij ons zo; dat was bij Elia zo, die slechts een mens was als wij (Jac. 5:17). Zo ook Elia: "Het is genoeg. Neem nu Heere mijn leven…"
Wat moet hij diep gedeprimeerd geweest zijn; Elia die het profeet zijn beu was. Zoveel Godsmannen hebben zulke tijden doorgemaakt.
Wat heeft Jeremia van pure ellende om zijn moeder geroepen (Jer. 15)!
Wat was Daniël uitgeput van wat hij in die gezichten had gezien. Hij werd er gewoon ziek van (Dan. 8:27)!
Wat was David over zijn toeren en een zenuwcrisis nabij, toen hij te Gath door de Filistijnen werd gegrepen (1 Sam. 21 - Ps. 56).
De Heere begrijpt ons
Net zo kunnen wij momenten kennen van neerslachtigheid en ontmoediging, die het gevolg kunnen zijn van een of andere spanning in ons leven, ook al hebben we zoals Mozes een goeie relatie met de Heere.
En in zulke tijden hebben we niet meer het verlangen om nog in de Bijbel te lezen: Het helpt toch allemaal niet.
We nemen de tijd en doen de moeite niet meer om nog te bidden: wat zou ik nog bidden, er verandert toch niets.
Maar in die momenten is het juist zo belangrijk te beseffen dat de Heere onze inzinking begrijpt en een oplossing heeft. Hij weet precies hoe we er aan toe zijn. Hij weet dat we de kluts misschien kwijt zijn. Hij begreep Elia, Hij begreep Mozes. Hij begrijpt u en mij. Hij weet hoe moe en teleurgesteld we kunnen zijn.
Maar dit mag nooit een excuus zijn om te blijven rondtrappelen in die ontmoediging, om te blijven kankeren over wat anderen je hebben aangedaan. Maar juist in die momenten biedt de Heere ons Zijn oplossing aan, nodigt de Heere ons uit om op te staan uit onze neerslachtigheid en om te komen eten van Zijn spijze.
"Stort je hart voor Mij uit", zegt de Heere, "laatje opnieuw verwarmen door Mijn aanwezigheid, laat je verkwikken door Mijn Woord en ga in gehoorzaamheid verder op de plaats waar Ik je heb gesteld".
Jezus is attent
O, ik moet hier onverwijld denken aan dat prachtige voorbeeld van meeleven die de Heere Jezus stelde voor Zijn discipelen. We kennen die geschiedenis uit Johannes 21. De discipelen, ontmoedigd na de dood van Jezus, gingen opnieuw vissen. En terwijl ze aan het wroeten waren en hun teleurstelling gingen wegvissen, nodigt Jezus hen uit om bij Hem te komen zitten rond het kolenvuur en daar in de warmte van Zijn aanwezigheid wat brood en wat vis te eten die Hijzelf had bereid.
Zo is Jezus, zo attent is de Heere God voor hen die moeite hebben.
Zo krachtig ook openbaart Hij zich hier aan Elia als de God die ons ten volle begrijpt, als de God aan wie we alles wat ons bezorgt en bezeert mogen uitspreken, als de God die zorgt en ons overlaadt met allerlei attenties en ons wil koesteren en ons wil herstellen in de warmte van Zijn aanwezigheid en door de spijs van Zijn Woord.
Maar ook als degene die de enig juiste oplossing heeft voor neerslachtigheid en ontgoocheling: STA OP EN EET.
En die woorden zijn woorden van God. niet van een mens. niet van een psychiater; maar woorden van God, krachtig en genezend, ingrijpend in je gemoed om je te doen opstaan en te eten van het manna van God zodat je verder in Zijn kracht kunt blijven funktioneren in de gemeente van Jezus.
Elia vergat Gods wonderen
Het waren precies die woorden die Elia zo nodig had!
Elia, die op de vlucht voor Izebel, dag en nacht, meer dan een week lang vol van schrik en angst had gelopen tezamen met zijn knecht tot in Berseba dat grenst aan de woestijn.
Meer dan 200 km. heeft hij afgelegd uit angst voor Izebel, teleurgesteld dat zijn werk door die vrouw teniet gedaan zou worden.
Elia, de held van de Karmel die de 850 profeten van Baal en Asjera had getrotseerd, hij die stand hield gans alleen tegenover gans Israël, gaat fysiek en geestelijk gebroken en alleen met zijn opgekropt verdriet de woestijn in. Weg van de mensen met al hun leugens en hun onzin; weg van al dat ijdel gedoe en goddeloosheid.
En in één ogenblik was Elia vergeten hoe God hem had geleid en bewaard. Wat een
tekenen van Zijn zorg en Zijn genade had God hem toch gegeven:
- de raven die hem voedsel brachten aan de Krit-beek
- het meel in de pot dat niet opraakte
- de olie die nooit ontbrak
- de zoon van de weduwe van Sarfath die opnieuw tot leven werd gewekt
- het vuur van de hemel op de Karmel
- de zware stortregen
Dat alles was Elia vergeten. En doodvermoeid valt hij in slaap onder een bremstruik.
En we lezen dat Elia daar gaat bidden. Dat is een goeie zaak; maar wat opvalt is dat zijn manier van bidden nu heel anders is dan vroeger.
Vroeger bad hij om de eer van God en om zegen voor zijn volk.
Nu bidt hij alleen nog voor zichzelf (vers 4).
Kunnen we ons daarin ook herkennen? Vanuit ontmoediging bidden we ook alleen nog voor onszelf:
"Och Heere, wat zou ik me nog inzetten voor de gemeente. Zelf heb ik zoveel rond mijne kop. Als ze nu nog eens apprecieerden, wat ik doe maar nee. 't Is altijd iets. 't Is genoeg geweest Heere. Dat ze 't zelf maar doen ".
God Zelf zorgt voor ons
O vrienden, wat is het goed om te weten in tijden dat we het geestelijk niet meer zien zitten, dat Gods zorg dan bijzonder groot is. De Heere Zelf zoekt ons op, net als bij Elia. Hij zorgt er voor datje meer dan voldoende kracht krijgt om op te staan uitje ontmoediging. Zelf wil Hij je voeden met Zijn spijs, met Zijn Woord, met Zijn troost, zodat je kunt blijven funktioneren te midden van de gemeente en ook in de verborgenheid van je dagelijks leven thuis.
God Zelf zorgt wel voor het nodige. Hij zorgt vooreen koek op stenen gebakken en een kruik water. Hij zorgt wel datje verder kunt. Je moet het niet doen in eigen kracht. Je moet jezelf niet oppeppen.
Want net als Elia kun je zelf niet weggeraken uit die greep van neerslachtigheid. Er is maar één remedie voor om dat te doorbreken en dat is gehoorzaamheid aan het Woord dat God tot Elia spreekt en ook tot ons: STA OP EN EET.
Sta op uitje gepieker en het bezig zijn met jezelf en eet van Mijn spijs, eet van Mijn Woord.
Sta op uit die geest van zelfbeklag en voed je met Zijn aanwezigheid.
Sta op uit die geest van kritiek die de werking van Gods Geest in je leven blokkeert en eet van de zalving van Zijn Geest.
Sta op uit die mentaliteit van 'ik-heb-geen-goesting', geen zin, maar smaakt en ziet dat de Heere goed is (ps. 34), en je zult goesting krijgen om Hem te dienen. Gods remedie is: STA OP EN EET.
In gehoorzaamheid aan dat Woord zul je door God Zelf gesterkt worden om in de kracht van Zijn spijs navolgers te zijn van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.
Zie op Jezus onze Hogepriester, die om de vreugde welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende (Hebr. 12:2). Denk eraan: Hij kan spoedig komen. Amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1990
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1990
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
