In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

BELOFTE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BELOFTE

4 minuten leestijd

Dat we alles van God krijgen enkel, omdat Hij het beloofd heeft, is voor ons, eigenwijze en hoogmoedige mensen, blijkbaar moeilijk te aanvaarden. Wij willen van niemand afhankelijk zijn, althans niet geheel en al.

We willen zelf ook wat inbrengen. We willen wat DOEN om het eeuwige leven te beërven. Alleen handjes ophouden? Dat vinden we vernederend. Alleen maar onze harten openen om dan gevuld te worden met alle heerlijkheden Gods? Hoe vreemd het ook klinkt, we hebben daar geen zin in, ook al is het aanbod van God nog zo aanlokkelijk. Eenvoudig als een kind blij zijn met wat God je aanbiedt? Nee, dan schudden we onze waanwijze hoofden en zeggen: Dat kan zo maar niet.

We weten allerlei theorieën uit te denken en hele systemen op te zetten om toch maar aan dat louter aannemen van het Godsgeschenk te ontkomen.

We willen er greep op hebben. We willen alles zelf regelen.

In de R.-K. Kerk heeft men het geschenk van de genade via de sacramenten helemaal afhankelijk gemaakt van de priesters. Alleen maar geloven in Christus? Welnee! De genade krijg je via de kerk, die deze genade door de eeuwen heen voortplant langs de weg van een bepaalde ceremonie, nl. de handoplegging en de zalving van de priesters.

De Kerk beschikt over Gods genade. Dat is háár macht. Punt! Uit! En wie het anders beweert, die zij vervloekt!

Het Evangelie komt tot ons via de belofte van God!

Tegenover het beloven van God staat het geloven van de mens. De Heere heeft daar geen schakel tussen gelegd. Hij belooft alles, mits wij Hem geloven.

En om dat geloven in Hem nog eenvoudiger te maken heeft Hij Zijn Zoon gezonden. En nu zegt Hij: "Wie in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven" (Joh. 3:36).

Natuurlijk moet dat geloof overeenkomstig Gods belofte zijn. God heeft Zijn Zoon gezonden als Zaligmaker, niet van rechtvaardigen, maar van zondaars. Iemand die zich als een rechtvaardige beschouwt, stelt zich daardoor zelf buiten de belofte van God.

Vervolgens moet dat geloof ook echt zijn. Iemand die alleen maar met veel vrome woorden beaamt dat hij een zondaar is, maar er innerlijk niets van meent, komt evenmin in aanmerking voor de belofte van God.

Maar verder? Is er nog iets meer nodig? Nee! Als je oprecht belijdt datje een zondig mens bent en dat Hij je op grond daarvan voor eeuwig van Zich af zou moeten werpen, staat daar de belofte van Christus voor je: "Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven" (Joh. 6:47). Zo simpel is dat.

Daarom is het geloof zo diep en zo rijk. Het verbindt ons rechtstreeks met de belovende God.

Daarom is dat geloof een verheerlijking van God. We roemen dan in Zijn trouw en waarachtigheid. We zeggen het, wellicht met heel veel schroom, maar toch met ons hart:

God, ik geloof in Uw grote liefde. Ik geloof dat ik enkel vanwege Uw belofte in Christus niet mijn eeuwige, verdiende straf krijg, maar volledig door U word vrijgesproken. En dat niet alleen: U aanvaardt mij op grond van Uw belofte als Uw kind. O God, o genadige God, hoe is dat mogelijk! U wilt mij opnemen in Uw goddelijk huisgezin en mij beschouwen als de broeder/zuster van Uw Zoon Jezus Christus. U wilt Uw eigen Heilige Geest in mij uitstorten en U hèbt dat alles reeds gedaan, toen U mij tot geloof bracht. Die Geest van U, o Vader, en van U, o Zoon, is in mij gaan wonen, zelfs in mijn lichaam als in een tempel.

En er is nog zoveel meer heerlijkheid voor mij weggelegd. Als ik op dit moment zou sterven, zoudt U mij opvangen in Uw vaderlijke armen en Zelf alle tranen voorgoed uit mijn ogen wegwissen. En dat alles enkel, omdat Uhet beloofd hebt. U hebt geen grond in mijzelf kunnen vinden, waarom U mij dat alles zoudt geven. Ook niet mijn berouw, mijn zelfaanklacht vanwege mijn zonden. Het zou vreselijk zijn als ik zou denken dat ik door U beloond zou moeten worden, omdat ik spijt heb over mijn voorbije, zondige leven. Ik ben op grond van Uw wet zonder meer verplicht om een hartgrondig leedwezen te hebben over alles wat ik tegenover U heb misdreven. O Heere, ik dank U! O Heere, ik heb U lief! God van de belofte, God van de loutere genade, ik aanbid U! Heel mijn wezen staat naar U gekeerd. Ik hunker naar U. Ik dorst naar U, o levende, o onuitsprekelijk lieve, goede, barmhartige God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

BELOFTE

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's