In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

WIJ HEBBEN HET PROFETISCHE WOORD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WIJ HEBBEN HET PROFETISCHE WOORD

6 minuten leestijd

(Vervolg artikel 'Kennis der Schriften: Dringende Noodzaak'.)

Hoe duidelijk, hoe helder is de taal die Petrus spreekt in zijn tweede brief: "Wij hebben het profetische woord, dat vaster is" (2 Petr. 1:19).

Hierin treft ons de prioriteit van de Schrift boven alle persoonlijke ervaringen en boven alle vormen van persoonlijke vroomheid. Immers, in het vorige vers spreekt Petrus over wat zij zelf gehoord en gezien hebben, toen ze met Christus op de heilige berg waren. Daar hebben ze zijn heerlijkheid aanschouwd! Daar hebben ze de stem van de Vader gehoord! Dat is toch het hoogste en het heerlijkste en het allerbelangrijkste watje kunt meemaken! En toch laat Petrus daarop volgen: "Wij hebben het profetische Woord, dat 'vaster' is".

Vaster dan wat? Vaster dan wat Petrus zelf, heel persoonlijk heeft meegemaakt en heeft mogen aanschouwen op de berg!

Zo noodzakelijk is Gods Woord!

Calvijn zegt: "Petrus wil ons leren dat de ganse loop van ons leven door Gods Woord moet geregeerd zijn, aangezien wij anders van alle zijden met duisternissen der onwetendheid overdekt zijn, en dat God ons niet anders licht, dan als wij op Zijn Woord zien als op een lantaarn".

In vers 21 vervolgt Petrus: "Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken". Hoe krachtig wordt de noodzakelijkheid van de Schrift ook hierin uitgesproken.

Wie dit loslaat en de bron der waarheid buiten de Schrift gaat zoeken, zal gemakkelijk vervallen in een soort 'clericalisme', d.i. de macht der 'ingewijden', die soeverein kunnen bepalen wat de ander, de 'leek' moet geloven. Zo wordt het eigen clericale gedachtengoed als norm gesteld voor het geloof van de gemeenschap. Bij Rome is dat de paus, die, op grond van zijn zogeheten onfeilbaarheid, gemachtigd is om uitspraken te doen die bepalend zijn voor het geloofsleven van miljoenen 'onderdanen'. Zijn uitspraken zijn dan ook noodzakelijk om tot de kennis der waarheid te komen. De Schrift is dan nog wel nuttig, maar kan ook gemist worden!

Het gevolg van zo'n stelling is dat de R.-K. Kerk het onontbeerlijke middel der genade wordt.

Bavinck zegt: "Zo verliest het Woord zijn centrale plaats en behoudt slechts een praeparatoire, pedagogische betekenis. De Schrift moge nuttig en goed zijn, nodig is zij niet, noch voor de Kerk in haar geheel noch voor de gelovigen in het bijzonder" (Dogmatiek I blz. 439).

Deze woorden zijn waarachtig en getrouw (Openb. 21:5).

Wij belijden, tegen Rome in, de noodzakelijkheid van de Schrift, want in de Schrift ligt de zekerheid van de waarheid Gods!

Deze woorden zijn waarachtig en getrouw!

Luther zei: "Zult gij zalig worden, dan moet gij van het Woord Gods zo zeker zijn, dat, ofschoon ook alle mensen anders zeiden, ja zelfs alle engelen er 'neen' op spraken, gij evenwel alléén daarop zou kunnen staan en zeggen: nog weet ik dat dit Woord recht is".

Het zijn de Schriften die ons van Jezus Christus getuigen en ons de rijkdom ontsluiten van de heerlijkheid Gods.

'De Schrift niet kennen, is Christus niet kennen', heeft Hieronymus ooit gezegd. "Het moge helder voor onze geest staan, dat voor ons kennen van God, voor onze gemeenschap met Hem door Jezus Christus, voor ons leven door en uit de Geest, voor ons zalig sterven en eeuwig heil, voor ons dienen van Hem, Wien alle aanbidding in der eeuwigheid toekomt, de openbaring Gods volstrekt noodzakelijk is, en wij zonder deze openbaring in eeuwige duisternis verzonken waren". (Dr. Dijk - 'Het Profetische Woord').

Wie de noodzakelijkheid van de Schrift in twijfel trekt, wordt afhankelijk van mensen. Dit is duidelijk het geval bij Rome, waar het woord van de paus, wanneer hij ex cathedra spreekt, wordt aangehoord als zijnde het woord Gods!

Hierbij deze bedenking: Als de traditie van de R.-K. Kerk werkelijk zo waarachtig is -zoals Rome zelf beweert- dat zij norm kan zijn voor het leven van de gelovige en van de kerk, dan is de onfeilbaarheid van die ene man uit Rome toch niet meer nodig?! Of moet de onbetrouwbaarheid van de traditie soms gedekt worden door de 'onfeilbaarheid'van de paus?

Zalig echter wie hoort naar de klanken van Gods Woord en kerkelijke traditie niet poogt te handhaven tegen de absoluutheid van de Schrift!

Het is eigen aan de mens dat hij wil ontkomen aan de vastheid van de Schrift en zich wil losmaken van de allesbeheersende zeggenschap die de Schrift opeist.

"De strijd om de Schrift wortelt ten diepste in de allesbeheersende worsteling wie op de troon zal zitten, de soevereine God of de door Hem geschapen mens. En voor ons is er maar één ding mogelijk, en dat is, dat wij hebben te buigen en dat de Heere Koning is" (uit 'Het Profetische Woord' - Dr. Dijk).

Laten we geworteld zijn en blijven in dat Heilige Woord Gods, zeker in deze tijd waarin dwaling en leugen onverstoord en onbeschaamd hun gang kunnen gaan. Want hoe ernstiger de dwaling en hoe driester de leugen, hoe noodzakelijker de Schrift!

"Eén ding en dat alléén is nodig tot het christelijk leven, tot de gerechtigheid en tot de christelijke vrijheid. En dat is: het heilige Woord van God, het Evangelie van Christus, zoals Johannes zegt, hfdst. 11:25: "Ik ben de Opstanding en het Leven, wie in Mij gelooft zal niet sterven in eeuwigheid". En evenzo, 8:36: "Wanneer de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult ge werkelijk vrij zijn". En Mat. 4:4: "Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat".

Wij houden dus voor zeker en beschouwen het als een vastgestelde waarheid dat de ziel alle dingen kan ontberen behalve het Woord Gods en zonder dat Woord is er niets waardoor voor haar zorg kan worden gedragen. Maar wanneer zij dit Woord heeft, is zij rijk, heeft zij geen behoefte aan iets anders, want met dit en in dit Woord heeft zij het leven, de waarheid, het licht, de vrede, de gerechtigheid, het heil, de vreugde, de vrijheid, de wijsheid, de kracht, de genade, de heerlijkheid en alle goede dingen, in niet te schatten rijke overvloed" (Luther 'De vrijheid van een christen mens').

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

WIJ HEBBEN HET PROFETISCHE WOORD

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's