"GIJ STAAT DOOR HET GELOOF
Toespraak ev. Vanhuysse tijdens de Comité-dag.
Ik ben, o Heer, een vreemdling hier beneên (Ps. 119 v. 10).
We zingen het zo gemakkelijk en we spreken het zo vlot uit, en eenmaal het boekje dicht, is er nog weinig van het gesproken of gezongen Woord dat nazindert in ons hart.
En het is goed mogelijk dat we voor de wereld wat 'vreemd' overkomen; althans wat de vorm aangaat. Want we interesseren ons weinig voor alles waar de wereld warm voor loopt. We weten nog niet eens wie gisteren gewonnen heeft in Parijs-Dakar. Velen onder ons weten nog niet eens wie de coach is van de nationale ploeg en of die beenhakkers al of niet meedoen aan de mondiale…
We interesseren ons weinig voor het ontspanningsleven en feestvieren met de wereld is voor ons niet mogelijk.
Waar zij geen kwaad in zien, is voor ons wél kwaad en willen wij niets mee te maken hebben. Zij vinden hun plezier in dingen die ons totaal koud laten. Maar dat is alleen maar de vorm. Maar het hart van het vreemdelingschap ligt in het heiligdom en in de geloofsgemeenschap aan Jezus Christus, en in een wandel door het geloof. En dit is alles niet zo eenvoudig. Het is een moeizame weg die een vreemdeling moet gaan. Daar is moed voor nodig, daar is geloof voor nodig, daar is geloofsmoed voor nodig!
En mijn bedenking is wel eens: ontbreekt het ons niet heel vaak aan deze geloofsmoed? En bijgevolg ook aan die bewogenheid voor het zieleheil van zovelen die zonder kennis van Jezus Christus voor eeuwig dreigen verloren te gaan?!
Gods Woord, Gods dienst, Gods beloften.
Wanneer ik lees over uitspraken en over toespraken op de niet-meer-bij-te-houden conferenties in kerkelijk Nederland, dan klinkt er nogal eens in door dat we liefst niet vreemd kunnen staan tegenover de wereld en haar cultuur en moeten zoeken om de Evangelieverkondiging aan te passen aan het cultuurpatroon van deze tijd.
O we willen zo graag meedoen en voor vol aangezien worden, ook op het terrein van kunst en wetenschap en techniek… Versta het niet verkeerd alsof ik zou willen suggereren dat wetenschap en techniek uitsluitend werkterreinen voor ongelovigen zouden zijn. Zeer zeker niet! Maar het gevaar is niet denkbeeldig dat prioriteiten worden verlegd en dat de opdracht die we van Godswege hebben ontvangen alleen nog maar een plichtmatige bediening wordt en wordt ingepast in een geheel van zoveel andere bezigheden die onze tijd en aandacht zijn gaan opeisen!
We willen immers meetellen; we willen niet als een stelletje 'achterlijken'er bijlopen Maar beseffen we wel goed dat zo'n houding heel schadelijk kan zijn voor de voortgang van het Evangelie?
En we kunnen weieens in de verleiding komen om ons te laten aanspreken op onze kennis van en ons doorzicht in aktuele geestesstromingen, en onze weldoorvoede gedachten dienaangaande in te passen in het geheel van de verkondiging, met het reële gevaar dat de verkondiging wordt aangepast en de hoorder geestelijk in de kou staat!
Maar zou die hele houding van 'verkondigings-aanpassing'en 'voor vol-aangezienwillen-worden' niet een normaal uitvloeisel zijn van een ernstig gebrek aan die kennis van het vreemdeling-zijn?
Want als je dat vreemdelingschap au sérieux wilt nemen en bijgevolg ook het Woord Gods konsekwent wilt aanhangen en verkondigen, dan riskeer je als een 'dweper'te worden aangezien, nogal zwaar op de hand te zijn, en er een eigen en te strakke mening op na te houden.
Alsof het waarachtig geloof, alsof het Evangelie van Jezus Christus en Die gekruisigd een 'mening'zou zijn!
Alsof het voor een christen niet zou geoorloofd zijn om er een eigen levensstijl op na te houden!
En wat is er nu zo typisch aan onze levensstijl tegenover die van de wereld? In 't kort zou ik het zo willen formuleren: de wereld heeft niets anders dan wat wetenschap, kunst en techniek om haar beste krachten daarop te richten. De christen daarentegen, de gemeente van Christus, de Stichting IRS heeft: Gods Woord, Gods dienst en Gods beloften waaraan we uit genade mogen deelhebben en waarvan we in woord en wandel een spreekbuis mogen zijn, zodat de 'reuk van Christus' door ons allerwegen mag worden verspreid!
Alleen in deze levensstijl ligt onze rust en onze blijdschap, ligt de diepste inhoud van ons vreemdelingschap hier beneên.
Teer en kwetsbaar.
Ik geloof dat het hier bij Paulus ook om te doen is. Ook aan de christenen in Korinthe wil Paulus wijzen op hun roeping om als vreemdelingen te wandelen, een wandel die het hele leven van een christen bepaalt: onze inspanning en onze ontspanning, ons werk en ons gezinsleven, onze ijver voor de gemeente en voor de Stichting!
En waarom we het ene doen en het andere niet, heeft ook daarin zijn grond. Het is dan ook niet te verwonderen dat de christen en de gemeente van Christus, vanuit deze gezindheid, zich heel kwetsbaar opstelt! Een christen is in wezen een 'tere' mens: hij kan smart en verdriet kennen om de smaad en de spot aan Jezus en het Evangelie aangedaan! Hij kent hartzeer om de onwil van de mens, om het ongeloof van ons volk. Verdriet ook om het onbegrip vanuit eigen midden.
En we weten allen goed genoeg dat we zo klein en gebrekkig zijn in het uitvoeren van onze opdracht. Er zal wel altijd iets aan te merken zijn op watje zegt en hoe je iets zegt, op watje doet en hoe je iets doet…
En het is en blijft een wonder dat de Heere God met zulke gebrekkige mensen, zoals u en ik, wil werken en met ons wil doorgaan.
Mensen met een opdracht.
We kunnen weliswaar verschillen van inzichten over aanpak en werkmethode, maar nooit over de grondhouding van waaruit we de opdracht des Heeren uitvoeren, nl. 'in eenvoudigheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods'(v. 12).
Niet om jezelf te presenteren, of om eigen naam of die van IRS wat op te fleuren, maar opdat de Heere God zal gekend worden als de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting!' (v. 3).
Ook kunnen we nooit verschillen van inzicht als het om de inhoud zelf van onze opdracht gaat!
Dat was het wat Paulus zo ter harte ging in de gemeente van Korinthe.
Het was er een rommeltje geworden. Na Paulus'vertrek waren er andere invloeden aan het werk gegaan. Het gevolg was dat steeds meerderen het niet langer met hem eens waren. "Paulus is ook maar een mens - zo zullen ze gedacht hebben - hij heeft zijn inzichten, waarom zouden wij de onze niet mogen hebben?'!
Het was zover dat alles op den duur mogelijk was in Korinthe.
Vervlakking had zich geleidelijk aan vastgezet in het leven van de gemeente. De contouren van het vreemdelingschap waren totaal vervaagd. En dit is altijd ten koste van de kracht van het Evangelie.
Natuurlijk was het zo dat ook Paulus maar een mens was.
Maar hij was een mens met een opdracht!!
En het is omwille van die opdracht dat Paulus niet kon dulden, dat men iets anders geloofde dan zijn Evangelie.
Het was dan ook vanzelfsprekend dat Paulus het verwijt moest aanhoren dat hij onverdraagzaam was en wilde heersen over het geloof van de Korinthiërs.
In Korinthe dacht men: ieder zijn overtuiging, van andermans geloof moet ge afblijven! Maar Paulus zegt: er is maar één geloof, want er is maar één Evangelie, één Christus en één behoud!
Medewerkers aan uw blijdschap.
Wanneer de Korinthiërs Paulus willen voorhouden dat hij heerschappij voert over hun geloof, antwoordt Paulus: Neen! Wij zijn medewerkers aan uw blijdschap, want wij prediken Jezus Christus en Die gekruisigd!
Het is onmogelijk dat een andere overtuiging - zelfs de allerheiligste niet - ons die blijdschap kan schenken, die gevonden wordt in het geloof aan de Christus der Schriften!
Ook wij mogen in navolging van Paulus en in gehoorzaamheid aan een opdracht van Christuswege, medewerkers zijn aan deze blijdschap.
Wij mogen onze mensen deelgenoten maken aan deze blijdschap, een blijdschap die ons toestroomt uit de blijdschap die in de hemel ontspringt; die zijn bron heeft in de genade Gods!
Sinds Jezus Christus in de wereld is gekomen, is er maar één blijdschap meer: de blijdschap in de vergeving van zonde.
Zo en niet anders is het Evangelie van Jezus Christus!
En met dit 'zo en niet anders' wil de prediking ons niet een bepaalde 'mening' opdringen, zoals velen in hun onwetendheid nogal eens durven beweren.
Als Paulus spreekt van 'zijn' Evangelie (Rom. 2:16; 16:25; 2 Tim. 2:8), dan is dat niet hetzelfde als 'zijn mening'; want er is immers geen ander Evangelie dan dat wat Paulus 'mijn' Evangelie noemt.
Gij staat door het geloof.
Het is inderdaad mogelijk, zoals in het begin reeds vermeld, dat men over vele zaken anders kan denken.
Maar van het Evangelie en het geloof in Jezus Christus geldt: "Daarbuiten is geen heil".
Wanneer nu dat Evangelie wordt verkondigd en zou blijken dat bepaalde meningen afbreuk doen aan dat Evangelie, dan moeten ook die meningen wijken!
Daarom kan Paulus spreken van HET geloof.
"Gij staat door HET geloof", zegt Paulus.
Niet door Uw geloof, maar door HET geloof.
Wanneer Paulus had gesproken van 'uw' geloof, dan kon hij de inhoud van dat geloof nog in het midden laten en ieder zou dat geloof vervolgens kunnen invullen met zijn of haar heiligste 'overtuigingen'.
Maar Paulus vraagt niet dat wij zullen instaan voor óns geloof, maar dat wij zullen STAAN door HET geloof, het ene geloof naar de Schriften, met uitsluiting van al het andere!
Dan is er maar één geloof dat de naam van geloof verdient, nl. het geloof in de verzoening door Jezus Christus!
Wij staan door Het geloof, want het is gegrond in het getrouwe Woord! En vanuit de gebondenheid aan het getrouwe Woord zal de Heere God ons de zo nodige geloofsmoed schenken 'vreemd'ling te zijn hier beneên'.
Alleen in dit vreemdeling-zijn wordt een gezond en krachtig geestesleven geboren, dat openbaar zal worden in een reine wandel in nieuwheid des levens (Rom. 6:4).
Zo wordt gehoor gegeven aan de oproep van Paulus, die zo dringend en zo nodigend onze harten zal aangrijpen: Gij staat door het geloof!
We zijn mensen met een opdracht, vol van heilig verlangen om overvloedig vrucht te dragen tot eer van onze Opdrachtgever!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
