In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Kennis der Schriften: DRINGENDE NOODZAAK!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kennis der Schriften: DRINGENDE NOODZAAK!

14 minuten leestijd

Geen mens kan aan dit Woord voorbij. Geen mens kan voorbij aan de noodzakelijkheid van de Schrift! Nu weet ik wel dat vele zgn. 'wijzen' (Calvijn spreekt over 'windbuilen'), deze 'noodzakelijkheid'ten dele loslaten, en dit omdat ze het absolute gezag van de Schrift niet meer willen handhaven. Er is immers een onverbrekelijke band tussen beide: wanneer getornd wordt aan de autoriteit van de Schrift, komt ook de noodzakelijkheid van de Schrift in het gedrang'.

Hoe ernstig is het toch om op de juiste wijze met de Schrift om te gaan. Het is Gods heilig Woord, noodzakelijk tot de zaligheid! Wie daaraan raakt, begaat een groot kwaad! Hij doet God en zichzelf schromelijk tekort! Zie maar naar de vruchten van zoveel Schrift-loze levens: hoe arm, lauw en leeg, hoe weinig geloof, hoe weinig kracht… Men doet zijn leven geweld aan, wanneer geen gehoor wordt gegeven aan het Woord! Ik zou echt niet weten hoe ik het zonder de Schrift zou moeten doen. Want alleen Gods Woord maakt een mens verstandig om te onderscheiden waarop het aankomt: 'Maak mij verstandig naar uw Woord', zo bidt David in ps. 119:169. Even voordien zegt hij: 'Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad' (v. 105).

Luther zegt over dit vers:

"Verstand is ook een licht en een schoon licht, maar de weg, het pad, dat van zonde en dood voert tot gerechtigheid en leven, kan het niet aanwijzen, niet vinden; het blijft in dit opzicht verduisterd. Gelijk lamplicht en waslicht noch hemel noch aarde verlichten en alleen de nauwe hoeken in het huis, maar de zon hemel, aarde en alles verlicht, zo is Gods Woord ook de rechte zon, die ons de eeuwige dag schenkt, om te leven en vrolijk te zijn. Dat Woord is zeer rijkelijk en liefelijk ook in het psalmboek gegeven. Wel hem, die daarin lust heeft en zulk een licht gaarne ziet; want het schijnt zeer verre. Maar mollen en vleermuizen houden er niet van, dat is, de wereld".

Een vroomheid en godsdienstigheid zonder de Schrift, verwordt onvermijdelijk tot een louter menselijke bedoening, weliswaar goed gestruktureerd, maar waarin de 'mens' centraal staat, en de Heere God niet de Hem toekomende eer wordt gegeven!

O zeer zeker, de liturgie kan zelfs bijbels geïnspireerd zijn, - de praktiserende rooms-katholieken luisteren 's zondags toch ook naar de lezing van 'Epistel' en 'Evangelie' uit de Misliturgie - maar het raakt het hart niet! Het klinkt alleen maar tot in de oren. Men leeft niet uit dat Woord!

Is het niet merkwaardig dat vrijwel het grootste gedeelte van de r.-k. gelovigen, afgezien van het liturgisch contact op zondag, zich volkomen afzijdig houdt van de Schrift?

Het is alsof het contact met de Bijbel uitsluitend gezien moet worden in het licht van hun contact met de Kerk. Eenmaal buiten de zondagse kerkdienst, is er van de Bijbel geen sprake meer!

Men heeft het ook nooit geleerd. Van jongsaf aan is men opgegroeid met de gedachte dat het lezen van de Bijbel niet nodig is, als men maar luistert en handelt naar wat de Kerk leert en verkondigt!

Dit is over het algemeen de overtuiging bij de r.-k. mens.

En van zijn standpunt uit bezien is het ook goed te begrijpen. Hij weet zich immers veilig binnen deze kerk aan wie het Woord Gods is toevertrouwd! Een goede rooms-katholiek kan de Bijbel missen, als hij maar heel de openbaring aanneemt die de kerk hem waarborgt! En - zo wordt door Rome beweerd - het gehalte van de Bijbel is nergens zo veilig bewaard en zo trouw vereerd, zo diep in de ziel doorgedrongen en zo vrij in het leven uitgegroeid als binnen het katholicisme! Hoe zou men geneigd kunnen zijn om de Bijbel te lezen en te onderzoeken, wanneer altijd is voorgehouden geweest dat het onfeilbare leergezag van Rome alles behouden heeft en door de eeuwen heen alles heeft doorgegeven, wat in de Bijbel wordt verkondigd!? Die dringende noodzaak om de Bijbel te lezen vervalt gewoonweg! In mijn vroegere leven als onderpastoor functioneerde het bestuderen van de Bijbel uitsluitend in functie van kerkliturgie. Studie van de Bijbel kwam praktisch neer op het voorbereiden van een preek!

Dat is de trieste realiteit bij Rome! De Bijbel wordt gebruikt als een soort 'achtergrond'voor kerkelijke ceremonies!

En daar waar toch wordt samengekomen rond de Schrift in de r.-k. bijbelkringen, wordt die Schrift veelal aangezien als een soort 'morele gedragscode' die, naast andere 'diepzinnige' geschriften, richtinggevend kan zijn voor een fatsoenlijke en deugdzame levenswandel.

Noodzakelijkheid van de Schrift door Rome ontkend.

Bellarminus.

Het was de Jezuïet Bellarminus (1542-1621), die in zijn werk 'Controversus Christianae fidei adversus haereticos' de noodzakelijkheid van de Schrift heeft bestreden en daarvoor de noodzakelijkheid van de traditie in de plaats heeft gesteld!

Zijn redenering luidde als volgt:

- De ware religie is twee duizend jaren, van Adam tot Mozes, door de traditie bewaard geworden.

- De Kerk heeft deze twee duizend jaren vóór Christus zonder Schrift kunnen bestaan;

- Tot op de komst van Christus hebben veel gelovigen onder het O.T. nimmer een Schrift bezeten of gekend; ook onder het N.T. zal dit met vele vromen het geval geweest zijn;

- De Joden hechtten veel meer aan de traditie dan aan de Schrift;

- Na Christus' komst zijn er vele bekeerde volken geweest, die nog geen Schrift hadden, omdat de Bijbel nog niet in hun taal vertaald was.

Deze redenering is in een vorig artikel voldoende weerlegd.

Alleen wil ik hier nog opmerken dat de Schrift zelf deze roomse gedachte veroordeelt: de Schrift stelt zichzelf noodzakelijk!

"Onderzoekt de Schriften", zegt Jezus, "deze zijn het die van Mij getuigen" (Joh. 5:39).

En in de gelijkenis van de arme Lazarus wordt de rijke man verwezen naar Mozes en de profeten: "dat zij die horen" (Luk. 16:29)!

Lessing (1729-1782) en Schleiermacher (1768-1834), twee predikantszonen, hebben een grote invloed gehad op de werkwijze van de theologische wetenschap, waarvan de konsekwenties tot op heden Schrift-ondermijnend mogen genoemd worden.

Lessing heeft de noodzakelijkheid van de Schrift bestreden.

Als medestander van het rationalisme ging hij het natuurlijke licht van het verstand vereenzelvigen met de onderwijzing des Geestes. Dit leidde tot een algehele verwerping van openbaring en Schrift.

Hij beschouwde de geschiedenis van de mensheid als een opvoedingsproces, uitlopend op de volmaaktheid waarin alle godsdienstige verschillen verdwenen zullen zijn. Elke religie heeft slechts een deel van de waarheid en een tijdelijke betekenis.

"Hij maakt onderscheid tussen letter en geest, Bijbel en godsdienst, theologie en religie, de christelijke godsdienst en de godsdienst van Jezus, en zegt nu, dat de laatste onafhankelijk van de eerste bestond en bestaan kan"(Bavinck 'Dogmatiek' I). Lessing leerde: "De religie is er immers veel eerder dan de Bijbel bestond. Het christendom was er, eer de evangelisten en apostelen hun evangeliën en brieven schreven, en daarom bestaat de christelijke religie onafhankelijk van de Schrift. Al gaat deze verloren, de eerste verdwijnt niet, en een aanval op de Schrift is nog geen aanval op de religie. Luther heeft ons verlost van het juk der traditie, wie verlost ons van het nog veel ondraaglijker juk van de letter?"

Zijn stelling is dat de Schrift niet noodzakelijk is tot zaligheid en voor het waarachtig religieus leven kan gemist worden!

De Schrift kan nuttig zijn, maar meer niet. Zij mag zeker niet bron der religie genoemd worden.

Is de r.-k. benadering van de Schrift niet vervuld met de geest van Lessing?! Hij was het ook die leerde dat de Evangeliën, zoals we die vandaag hebben, slechts de literaire neerslag zijn van het 'oer-evangelie' dat echter niet meer voorhanden is. Daarom kunnen de Evangeliën niet beschouwd worden als zelfstandige bronnen. Dit betekent dat de evangelisten niet meer kunnen worden beschouwd als oog- en oorgetuigen van wat Jezus gezegd en gedaan heeft! Daarom kon hij ook schrijven:

"Niet de waarheid, waarvan wie dan ook de bezitter is of meent te zijn, maar de oprechte moeite, die hij zich getroost heeft, om achter de waarheid te komen, maakt de waarde van de mens uit. Want niet door bezit van, maar door het speuren naar de waarheid groeien de krachten, welke alleen zijn steeds toenemende volmaaktheid uitmaken. Bezit maakt zorgeloos, traag, trots.

Als God in zijn rechterhand alle waarheid, en in zijn linkerhand die ene, altijd levendige neiging tot waarheid, al was het met de toevoeging van een eeuwig gissen en missen, omsloten hield, en tot mij sprak: 'Kies!' - ik zou in ootmoed grijpen naar zijn linkerhand en zeggen: 'Vader, geef!' De zuivere waarheid komt toch immers alleen u toe!"

O wat een leugenleer! Onder het mom van schijnbare ootmoed wijst hij de Gave des Vaders af: Jezus Christus die is de Weg, de Waarheid en het Leven!

Jezus zegt: "Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt" (Joh. 17 vers 3).

Paulus zegt: "God wil, dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen" (1 Tim. 2:4).

Wij staan, ook vandaag, voor een niet te ontlopen keuze: ófwel konsekwent de voetstappen van Jezus Christus volgen in trouw aan Zijn Woord, waardoor hoon en spot ons deel zullen zijn; ófwel in de voetstappen treden van filosofen en zekere theologen die de noodzakelijkheid van de Schrift ontkennen en aldus wandelen als vijanden van het Kruis, maar waardoor loftuitingen van mens en wereld ons deel zullen zijn.

Wie kiezen wij: de geest van Lessing of de Geest van Jezus Christus?

Scheiermacher sprak in dezelfde trant. Hij heeft de gedachten over de nietnoodzakelijkheid van de Schrift overgenomen!

Volgens hem rust het geloof in Jezus Christus niet op het gezag van de Schrift, maar gaat aan het geloof van de Schrift vooraf en geeft aan dit laatste zijn aanzien en waarde. De eerste christenen hebben hun geloof niet aan de Schrift te danken, zegt Schleiermacher, want er was toen nog geen N.T.; en gelijk voor hen de Schrift niet noodzakelijk was, kan ze dat voor ons ook niet zijn.

Van hem komt ook de gedachte dat de Schrift wel het Woord Gods bevat, maar niet zelf het Woord Gods is!

In zijn boek 'Der Christliche Glaube'(1821-1822) schrijft hij:

"De Schrift is geen bron der religie, maar wel norm; zij is het eerste lid in de rij der christelijke geschriften, zij staat het dichtst bij de bron, d.i. de openbaring in Christus, en liep dus weinig gevaar onzuivere bestanddelen in zich op te nemen. Maar al die Schriften der evangelisten en apostelen zijn evenals alle volgende christelijke geschriften voortgekomen uit eenzelfde geest, de 'Gemeingeist' der christelijke kerk. De kerk is niet gebouwd op de Schrift, maar de Schrift is voortgekomen uit de kerk".

Ook hierin proeven we die Schrift-ondermijnende gedachte dat de Schrift wel nuttig is en van grote waarde en ons heerlijke gedachten Gods vertolkt, maar niet noodzakelijk is voor het leven der gemeente. Bron der waarheid mag zij zeker niet genoemd worden!

Zo zien we dat Lessing en Schleiermacher met hun theorieën over Schrift en traditie een krachtige steun zijn geweest voor het gedachtengoed van Rome!

De Heilige Schrift is geen dode letter.

O wat is het een misleidende gedachte, die ook in onze tijd steeds luider klinkt: Niet de 'papieren' Bijbel, maar de levende Geest leidt en verkwikt ons'.

Bij velen leeft er een hang naar geestelijke ervaringen en belevenissen, los van de Schrift. Hiertegen moeten wij ten zeerste waarschuwen! Het is immers niet onmogelijk dat nieuwe 'goddelijke' waarheden worden geboren vanuit gevoel en bevinding. Gods wil wordt dan niet meer verstaan uit Gods Woord, maar uit bijzondere tekenen en ervaringen die als het inwendig licht van de Heilige Geest worden aangezien. De Bijbel is dan nog slechts een bij - bel naast het geklank van de Heilige Geest in de ziel.

En terloops wil ik toch even getuigen dat ik tot de kennis van mijn Heiland en Zaligmaker ben gekomen vanuit de Schrift!

Door te horen naar de Schrift heb ik leven en zaligheid ontvangen. Niet anders! De Schrift is geen dode letter, mensen! Vlijmscherp heeft Calvijn tegen dit soort minachting van de Schrift gereageerd:

"Er zijn mensen die de Schrift minachten. Zij menen dat zij langs een raadselachtige weg tot God kunnen gaan. Van deze mensen kan gezegd worden dat zij niet zozeer op een dwaalspoor zijn, maar méér dat zij door waanzin voortgedreven worden.

Onlangs zijn sommige warhoofden opgedoken die hooghartig beweren dat het niet eens nodig is om de Schrift te lezen. Volgens hen zou het voldoende zijn om door de Geest geleerd te worden. Zij drijven ook de spot met de eenvoudigheid van hen die nog steeds aan de dode en dodende letter, zoals zij dat noemen, vasthouden. Maar ik zou graag van hen willen weten wat dat voor een geest is, door wiens inblazing zij zich tot zulk een hoogte verheffen, dat zij de leer van de Schrift als kinderachtig en zonder betekenis durven minachten. Want als zij antwoorden dat het de Geest van Christus is, dan is zulk een zelfverzekerdheid zeer lachwekkend. Zij zullen toegeven, zo veronderstel ik, dat Christus' apostelen en de andere gelovigen in de eerste kerk, door geen andere Geest verlicht zijn geweest. En toch heeft niemand van hen van die Geest minachting voor het Woord geleerd. Integendeel. Hij heeft ieder van hen juist met grotere eerbied daarvoor vervuld, zoals hun geschriften zeer duidelijk getuigen.

…Hoewel Paulus tot in de derde hemel werd opgetrokken, heeft hij toch niet afgelaten om vordering te maken in de leer der wet der profeten. Zo vermaant hij ook Timotheús, een leraar van bijzondere voortreffelijkheid, dat hij aan moet houden met lezen (1 Tim. 4:13). Vermeldenswaard is dan ook in dit verband zijn lofspraak op de Schrift (2 Tim. 3:16). Hij zegt dat het nuttig is tot lering, tot vermaning en tot wederlegging, opdat de dienstknechten Gods volmaakt mogen worden" (Inst. I, 9, 1).

Hoe wonderbaar is Uw getuigenis.

Indien God Zelf ons niet in de Schrift de Zaligmaker had verkondigd, zouden wij van Jezus Christus en Zijn zaligmakend werk onwetend zijn gebleven.

Het is de Schrift die ons God doet kennen in Jezus Christus.

Ja maar, zult u zeggen, we kunnen God toch ook kennen vanuit de schepping en de onderhouding van de wereld. Ja, inderdaad.

Dit getuigt ook Paulus:

"Want Zijn onzienlijke dingen worden van de schepping der wereld aan uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn" (Rom. 1:20).

Men kan inderdaad vanuit de algemene openbaring tot een zekere kennis van God komen. Maar die kennis is niet voldoende om tot de ware dienst van God te kunnen komen, en om te leven tot Zijn eer (NGB, art II). Hooguit komen we vanuit de schepping tot een algemeen en vaag Godsbesef, maar niet tot het geloof in Jezus Christus! Daarvoor hebben we de Schrift nodig!

De Schrift is geschreven 'opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam" (Joh. 20:31).

Jezus is de Weg,deWaarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader dan door Hem; wie Hem wil kennen, onderzoeke de Schriften, want deze zijn het die van Hem getuigen!

Het is toch opmerkelijk dat Jezus op de weg naar Emmaús voor Zijn discipelen de Schriften opende, en in de Schriften uitlegde hetgeen van Hem geschreven was! Ook toen Hij aan de andere discipelen verscheen, overtuigde Hij hen niet door wonderen van Zijn heerlijkheid, maar door voor hen de Schriften te ontsluiten (Luk. 24:45-46).

O, laten we acht slaan op het getuigenis der Schriften en met brandende harten de woorden van eeuwig leven indrinken.

WAARTOE HET OUDE TESTAMENT?

In dit boek laat dr. H.F. Kohlbrugge (uitg. de Groot Goudriaan - Kampen, 138 blz. f 24,90) de levende en innige verbondenheid zien tussen het Oude en het Nieuwe Testament.

Hij werd daartoe geïnspireerd door wat zijn vrome vader, "toen ik nog zeer jong was, tweemaal tot mij zeide: Als ge de vijf boeken van Mozes verstaat, verstaat ge de hele Bijbel" (p. I - voorbericht bij de eerste druk).

In sommige evangelische kringen is er een tendens om het Nieuwe Testament zozeer te beklemtonen dat het Oude er zo'n beetje bijbungelt. Kohlbrugge laat zien hoe heel het Oude Testament vol is van de verwachting van de Komende, Jezus Christus, en hoe daarom het Nieuwe Testament slechts verklaard kan worden uit het Oude.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Kennis der Schriften: DRINGENDE NOODZAAK!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990

In de Rechte Straat | 32 Pagina's