VERSLAG REIS OOST-DUITSLAND, OOSTENRIJK, ZWITSERLAND EN ITALIË
Van 24 juli tot 1 augustus 1989 maakten wij, ds. R.A. Grisnigt, ev. T. Vanhuysse en ds. H.J. Hegger, een reis door boven genoemde landen met de bedoeling om er projekten van IRS te bezoeken. We hopen in een reeks artikelen hierover iets te vertellen. Een eerste artikel, nl. over Mauthausen, kon u reeds in ons vorige nummer lezen.
OOST-DUITSLAND
Maandag 24 juli
We vertrokken om half zeven 's morgens uit Velp. Bij de Oost- Duitse grens duurde het twee uur, voordat we eindelijk door de controle waren.
Meteen viel ons het enorme verschil op met het westen. Tegenover het welvarende West-Duitsland vormde het armoedige Oost-Duitsland een schril kontrast.
De huizen waren grauw, de straten vuil, in de winkels voor levensmiddelen vaak rijen wachtenden. De weinige auto's schamel, oud en verouderd. In Eisenach zagen we een lange file van auto's, die langzaam verder schoven naar de enige (?) benzinepomp van de stad.
Op secundaire wegen moesten we vaak stoppen voor twee mannen in een mooi uniform (van de politie? van het leger?). Ze vroegen ons: "Kameraden, hebt u sigaretten voor ons?" Steevast was ons antwoord: "Wij roken niet". Dan kwam telkens de tweede vraag: "Kameraden, hebt u snoepjes?"
Gelukkig had mijn vrouw mij behoorlijk wat snoepgoed voor ons drieën meegegeven. Zodoende legden we, telkens als we een secundaire weg insloegen, de twee snoepjes al klaar op het dashboard.
Het verbaasde ons dat deze functionarissen van het communistische 'paradijs' zich zozeer vernederden dat ze hun hand ophielden en bij de 'kapitalistische uitbuiters van het westen' bedelden om snoepjes.
In de hotels sprak het personeel elkaar aan met 'kameraad'en als ze onze vraag niet konden beantwoorden, verwezen ze ons naar hun 'collega's'.
Kameraad, collega, broeder, zuster
Vanzelf ga je dan nadenken: 'collega, kameraad' - dat stamt uit de idealistische begintijd van het communisme, maar dat zijn al vrij spoedig lege termen geworden. De goed bedoelde inhoud van die woorden bloedde snel leeg via de miljoenen moorden van Stalin en via de folteringen en uitputtingen van de concentratiekampen, vooral van de Goelag-archipel.
Hiernaast het kasteel van Wittenberg. Rondom de toren staat de beginregel van het Lutherlied "Een vaste burcht is onze God".
Daartegenover heeft de Oost-Duitse regering een tank aangebracht.
Zo is ook de Franse revolutie begonnen met de leuze "Vrijheid, gelijkheid en broederschap". Maar weldra vielen duizenden hoofden van de 'broeders' onder de valbijl van de guillotine.
Hoe waar is dan toch het realisme van de Bijbel zoals dat bv. verwoord wordt in de Heidelbergse Catechismus. Nadat in vr. 4 de korte samenvatting van Gods geboden in de liefde is gegeven, volgt vraag 5: "Kunt gij dit alles volkomen onderhouden?" en het antwoord: "Neen, want ik ben van nature geneigd God en de naaste te haten".
Broeders en zusters op de brandstapel
Maar laten wij dan ook bijbels-realistisch zijn. Het is altijd prettig om met de beschuldigende vinger naar de anderen, in dit geval naar de landen achter het IJzeren Gordijn, te wijzen. Maar de Bijbel wil die vinger ombuigen naar onszelf: "Gij zijt die man!" (2 Sam. 12:7).
Ook wij hebben prachtige woorden uit de begintijd van het christendom overgehouden: "broeder, zuster". Maar wat is er van de inhoud overgebleven?
En dan kunnen en moeten we de beschuldigende vinger naar Rome wijzen, naar de pausen die zovele 'broeders en zusters' die op grond van Gods Woord het niet met hun leer eens waren, daarom als ketters tot de brandstapel en de eeuwige hel hebben veroordeeld.
Maar de oprechtheid voor Gods aangezicht gebiedt ons dat we niet alleen een vinger, maar onze hele hand in eigen boezem steken en ons diezelfde vragen stellen.
Aanvaarden wij elkaar in Christus? (Rom. 15:7)
Bij de bediening van de Doop spreken wij uit: "Wij bidden U bij Uw grondeloze barmhartigheid dat Gij deze persoon genadig wilt aanzien en door Uw Heilige Geest Uw Zoon Jezus Christus inlijven".
We belijden daarmee dat alle gedoopten door God Zelf geroepen worden om als leden van de éne kerk een uiterlijke eenheid met elkaar te vormen. Maar tevens dat allen die tot persoonlijk geloof en tot bekering zijn gekomen, een innige, geestelijke, levende gemeenschap met elkaar moeten onderhouden als de leden van het Lichaam van Christus waarvan Hij het Hoofd is.
Maar hoe is onze houding tegenover 'broeders en zusters', die met ons belijden dat ze zondaars zijn, maar zich uit loutere genade verlost weten door hetzelfde bloed van Gods Zoon?
Wanneer ze niet in alles precies eender denken als wij of er enigszins andere gewoonten op na houden of niet in stemmige, donkere kleding in de kerk komen zoals wij dat gewend zijn, aanvaarden wij hen dan desondanks ten volle in Christus? Of gaan we hen dan misschien meteen verdacht maken, verketteren en uitstoten?
Een 'vaste burcht' en een tank
Om omstreeks 5 uur kwamen we in Wittenberg. We bewonderden er het mooie kasteel. Op de toren staat met grote letters geschreven: "Een vaste burcht is onze God".
De communisten hebben blijkbaar dit getuigenis van Luther niet willen wegkalken, maar ze hebben wel een grote tank ertegenover geplaatst (zie de foto), waarin uitgedrukt staat: 'Wij vertrouwen op onszelf. Een vaste burcht zijn wijzelf, wij met onze militaire macht!'
We zagen de universiteit, waar Luther gedoceerd heeft. Een bronzen plaat vermeldt wie er o.a. professor waren: Karlstadt, Ulrich von Hutten enz. We zagen het huis, waar Melanchton heeft gewoond.
Maar vooral stonden we stil voor de deur van de slotkerk, waar Luther zijn 95 stellingen heeft aangebracht. Ook die zijn op een bronzen plaat naast de deur weergegeven. In gedachten hoorden we het geluid van de hamerslagen, die de reformatie inluidden.
Het marktplein in Wittenberg
Op het plein van de stad prijkten de beelden van Luther en Melanchton. Van de ene kant dacht ik: Laten we oppassen dat wij niet aan protestantse heiligenverering gaan doen. Van de andere kant was het net alsof ik door die beelden heen deze instrumenten Gods, vooral Maarten Luther, levend voor mij zag, wandelend over dat plein, op weg naar hun werk, het onderwijs aan de universiteit, het onderricht uit Gods Woord in de kerk.
Het was stil op dat plein. Er waren weinig mensen. In de tijd van Luther was dat heel anders. Toen was er veel drukte van de studenten en klonk er vrolijke muziek en zang uit de taveernen.
Eindelijk konden we eten
Het was intussen laat geworden en we wilden wat gaan eten. Maar dat viel niet mee! We werden verwezen naar een restaurant, een kwartier lopen verder. Daar kregen we de boodschap dat we pas na een half uur misschien aan de beurt zouden zijn.
Eindelijk vonden we een hotel met een restaurant dat volgens een mededeling al gesloten was voor niet-hotelgasten, maar we waagden het erop. En inderdaad, daar werd ons toegestaan een maaltijd te gebruiken, misschien vooral omdat wij buitenlanders waren en dus, naar te verwachten viel, deze gunst met een stevige fooi zouden honoreren.
We bestelden een Oekraïens menu; het smaakte goed en was erg goedkoop, f8,-.
We moesten verder. We hadden bij het Oostduitse reisbureau een hotel in Wittenberg en Eisenach besteld. Maar men vertelde ons dat daar alles was volgeboekt en dat nu nog slechts de mogelijkheid overbleef van een hotel in Halle en Erfurt. Dus nu naar Halle, 60 km. verder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
