AAN DE REDAKTIE VAN KATHOLIEKE STEMMEN
Dat is de grootste hinderpaal om tot geloof te komen: die vernedering dat je erkennen moet datje God niets kunt aanbieden waarover Hij tevreden kan zijn, zodat je dus slechts met hangende pootjes naar Hem kunt gaan en om Zijn genade smeken. Deze verloochening, vernietsing van jezelf, kunnen wij niet verkroppen. Alleen de Heilige Geest kan ons daartoe brengen. En die Geest laat ons allereerst zien dat onze grootste zonde niet is de overtreding van een of ander gebod Gods, maar ons ongeloof, onze weigering om alleen en volkomen op Christus te vertrouwen. "Eenmaal gekomen zal Hij (de Geest) de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde is, omdat zij niet in Mij geloven" (Joh. 16:8, 9 RKV).
Jezus heeft datzelfde op een positieve wijze aldus gezegd: "Dit is het werk'dat God van u vraagt: te geloven in Degene die Hij gezonden heeft" (Joh. 6:29 RKV). Want wanneer wij eenmaal tot het gelovig vertrouwen in Christus gekomen zijn, zullen we vanuit de levende verbinding met Hem vanzelf vruchten van goede werken voortbrengen.
U bent uit uzelf niet in staat tot deze bekering, deze totale uitschakeling van uzelf, dit afleggen van de oude mens. Dat kan slechts de Heilige Geest in u bewerken. De Vader in de hemelen wil echter die Geest schenken aan een ieder die erom bidt. "Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de Heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen" (Lk. 11:13 RKV).
De kernvraag is dus: Wilt u bidden om die Heilige Geest? Wilt ú dat, die meent te beschikken over de macht om brood en wijn door een wonder te veranderen in het lichaam en bloed van Christus. U die meent als een rechter te kunnen beslissen over hemel of hel voor degenen die bij u komen biechten. U tot wie de eenvoudigen opzien als een middelaar tussen God en de mensen.
Maar ik móet u waarschuwen (Ez. 33:7-9): als u weigert om tot dit ootmoedige bidden te komen, zult u eenmaal te horen krijgen: "Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur" (Mat. 25:41 RKV).
Ik weet dat u geen idee hebt van het leven uit het geloof alleen. Dat had ik vroeger als priester ook niet.
Ons werd voorgehouden: "Als iemand door het geloof zeker is dat hij voor eeuwig behouden is, dan volgt daaruit: Leef maar raak. Het geeft niet of je Gods geboden overtreedt, wantje komt immers toch in de hemel".
Zo kan iemand alleen redeneren, die niet heeft ervaren wat de geloofsovergave aan Christus is.
U hebt gelijk. Ik kan niet ver meer van mijn dood zijn. In februari word ik al 74.
Maar als ik sterf, weet ik dat de Heere mij Zelf komt halen om mij te brengen in de woning die Hij voor mij bereid heeft in het huis van Zijn Vader (Joh. 14:2).
Dan zal ik Hem ontmoeten, die ik in mijn leven zo intens heb liefgehad. Hij was door het geloof voortdurend in mij en ik in Hem (Joh. 15:5).
Ik heb Hem op aarde innerlijk aanschouwd door het geloof. Maar dan mag ik Hem zien zoals Hij is.
Wat een ontmoeting zal dat zijn! Dan worden voor mij volle realiteit "de dingen waarvan de Schrift zegt: Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben" (1 Kor. 2:9 RKV).
Ik weet dat u mij ziet als een 'papenhater', als iemand die zou reageren vanuit zijn onverwerkte verleden als r.-k. priester. Hoewel er weinig kans is dat u mij zult begrijpen, wil ik toch proberen duidelijk te maken wat mij drijft.
Ik zie de R.-K. Kerk ondanks haar vreselijke afdwalingen nog steeds als volk Gods. Ik ben het daarom ook eens met de gereformeerde praktijk van de erkenning van de r.-k. Doop.
Mijn voortdurende oproep tot de R.-K. Kerk om terug te keren tot de leer van de Schrift komt dus voort uit de bewogenheid met haar als Gods volk.
Mijn prediking van het Evangelie aan u heeft dan ook een heel ander karakter dan wanneer ik mij tot heidenen zou richten.
Ik meen geheel in de geest van de Oud- Testamentische profeten en van de apostel Paulus te handelen, wanneer ik met die oproep tot bekering steeds opnieuw voor de poorten van Rome verschijn, ook al vind ik er geen of weinig gehoor.
Immers ook Elia bleef roepen, ook al kreeg hij van de Heere deze schrale (?) troost mee: "Maar Ik behoud Mij in Israël een rest voor: zevenduizend man die hun knie niet gebogen hebben voor Baal en wier mond hem niet gekust heeft" (1 Kon. 19:18 RKV).
Zo weet ook ik: Het is slechts een handjevol rooms-katholieken die niet een beeld van Maria willen kussen, omdat ze met hun hart de volle heerlijkheid van Christus hebben gezien en genoten.
Maar desondanks ga ik door met de getrouwe verkondiging van het wonderbare, bevrijdende Evangelie aan de rooms-katholieken die ik bereiken kan.
Ook ik kan daar soms vermoeid onder worden. En de aanvechtingen waar elke gelovige mee te maken krijgt, worden ook mij niet bespaard. Dan kan ook ik down worden zoals Elia. "Hij verlangde te sterven en zei: Het wordt mij teveel, Jaweh"(l Kon. 19:4 RKV).
Maar steeds geeft de Heere mij dan de spijs van het met Geest doordrenkte Woord en in de kracht daarvan kan ik verder gaan in de richting van de Berg Gods (v. 8).
Ik kan het, hoewel bevend, Paulus nazeggen: "In mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt. Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn, als ik mijn broeders en stamverwanten daarmee kon helpen" (Rom. 9:2 RKV).
Vanzelfsprekend verneem ik graag van u of u mij, nadat u deze brief gelezen hebt, nog steeds oproept tot bekering en zo ja, tot welke.
Deze brief is erg lang geworden. Ik geloof echter dat de Heere mij dit heeft ingegeven, want al schrijvende kwamen er telkens nieuwe gedachten in mij op, die ik vanuit Gods Woord aan u meende te moeten doorgeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
