Ontmoetingen 46
.
Ik vind IRS prachtig. Waarom onder andere? In de redaktie en de reaktie van lezers hoor ik wat God doet in deze tijd waarin wij NU leven. Ziehier mijn reaktie:
Het is goed dat u telkens wijst op de afdwalingen van Rome die in onze tijd steeds groter worden. Maar van de andere kant…
De ultra-rechtse-rechtzinnige richting is verworden tot een dóór en dóór systeemgodsdienst. Het begrip 'zuivere waarheid' heeft men als een vroom etiketje gehangen aan wat in wezen niets of weinig anders is dan mensendienst, mensenmening, mensenverering.
Ze zweren bij de oude Adam, de zondeval, Mozes, de Wet enz.
Maar Jezus, de goede Herder? Dat is iets voor de 'lochte lieden', voor de Heilssolaten van vroeger en de pinkstertui en de evangelischen van nu! zo beweren ze.
Maar Christus is niet verschenen om ultra-rechtse gelovigen te redden, maar doodgewone stakkers die alleen maar weten te stamelen: "O God, wees mij, zondaar, genadig", en die tegelijk al hun vertrouwen op Jezus stellen.
Vaak ook worden de anderen afgemeten aan 'de' oud-vaders en aan als streng rechtzinnig bekend staande dominees.
Op die manier worden de anderen dan soms liefdeloos afgekraakt en naar beneden gehaald. Ambtsdragers toetsen dan de hun toevertrouwde schapen aan eigen meningen en bevindingen, en verklaren daarna zwaarwichtig dat het geloof en de bekering van die schapen te licht is bevonden. Daardoor zijn zij geen herders meer, maar heersers over de kudde Gods (zie 1 Petr. 5:1-4).
Zo zijn wij, voortgezweept door onze 'rechtzinnige'opvattingen, vervallen tot een ontkennen en bestrijden van de verscheidenheid van de gaven, werkingen en bedieningen van de Heilige Geest. Daardoor loochenen we wat Paulus leert:
"Er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest. En er is verscheidenheid der bedieningen en het is dezelfde Heere. En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God die alles in allen werkt"(1 Kor. 12:4-6).
ANTWOORD
Ik kan niet goed beoordelen of deze aanklacht wel helemaal waar is. Ik heb de indruk dat de briefschrijver te zeer generaliseert. Wat mij in de bevindelijke kringen zozeer boeit en waarom ik mij zozeer thuis voel in de jaarlijkse Haamstedeconferentie van predikanten die de visie van de Nadere Reformatie delen, is de oprechte vroomheid en de diepe eerbied voor Gods heiligheid die ik er altijd weer in aantref.
Zo werd ik de vorige zondag heel erg getroffen door het gebed van een ouderling vóór de dienst. Even leek het erop dat het een clichégebed zou worden. Hij begon nl. met: "Het past en betaamt ons…". Maar meteen daarna sprak hij in zijn gebed met volstrekt eigen woorden zulk een bijna huiveringwekkend ontzag uit voor Gods grootheid dat alles in mij met hem meeresonneerde.
In gedachten zag ik deze broeder in zijn huis, ergens tegen een dijk aangesmeten, elke dag ootmoedig zijn hoofd en zijn knieën buigen in de dankbaarheid om zijn God, de Vader die hem in Christus genadig wil zijn, altijd opnieuw, ondanks de zondigheid ook in hem.
Ja, dan ga je gesterkt de preekstoel op. Dan weet je je gedragen door het gebed van deze broeders ouderlingen en dan weet je dat je mag rekenen op het licht en de kracht van de Heilige Geest, wanneer je het Woord Gods mag bedienen.
Van de andere kant moet ik toegeven dat dergelijke verzuchtingen al eens vaker tot mij zijn doorgedrongen en dat bovenstaande brief toch wel een kern van waarheid moet bevatten.
Zo bezocht ik een echtpaar en hij vertelde: Een in onze kringen hoog aangeslagen dominee zei in een preek dat een geloof dat niet van seconde tot seconde wordt aangevochten, geen echt geloof kan zijn. Daarna kwam er iemand triomfantelijk bij mijn vrouw en zei: "Zie je nu wel! Jij met je voortdurende geloofszekerheid en geloofsblijheid! Dat kan niet echt zijn. Ik zou maar gauw een toontje lager gaan zingen ".
Ik kon me heel moeilijk voorstellen dat die dominee dat zo zou bedoeld hebben. Hij onderschrijft immers ook de Heidelbergse Catechismus, die in Zd. 7 zegt dat het ware geloof een "stellig weten of kennis' is en "een vast vertrouwen … dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade, alleen om der verdienste van Christus' wil".
Misschien wilde hij zeggen dat de gelovige mens voortdurend wordt aangevochten. En dan kan ik dat ten volle beamen. Ook ik moet zeggen dat ik bijna van seconde tot seconde word aangevochten.
Maar tegelijk moet en mag (!) ik zeggen dat mijn geloofszekerheid als zodanig maar heel weinig wordt aangevochten.
Waarom niet! Omdat ik, hoewel ik in het licht van Gods heiligheid steeds meer mijn zondigheid ben gaan zien, van de andere kant de zon van de liefde van God in Christus steeds helderder voor mij is gaan stralen.
Twijfelen aan mijn heilszekerheid zou voor mijn besef gelijk staan met een motie van wantrouwen in Gods waarachtigheid. En dat kan en wil ik niet.
Als ik zie hoe God Zijn zondaarsliefde konkreet heeft gemaakt in de gave van Zijn Zoon tot in de kruisdood voor hen die in Hem geloven (Joh. 3:16), dan durf en wil ik niet twijfelen aan Zijn barmhartigheid jegens mij.
Een menselijke vader geeft de zoon van wie hij houdt, niet zo maar in de dood, bv. voor de redding van het vaderland. Zouden we dan mogen denken dat de hemelse Vader karig zou zijn in het schenken van de vruchten van de dood van Christus door de redding van verloren zondaars?
Men versta mij goed: mijn heilszekerheid rust niet op een (oppervlakkige) redenering, maar op een zien, het zien van Gods barmhartige liefde in Jezus Christus zoals Hij Zich in de Schrift aan mij openbaart.
Zeker, ik geloof dat dit 'zien' in mij bewerkt is door de Heilige Geest, maar mijn heilszekerheid bouw ik niet op iets in mij, ook niet op het werk van de Heilige Geest in mij, maar op iets en Iemand buiten mij, nl. op het volbrachte verzoeningswerk van Jezus Christus.
Zo wil de Heilige Geest het ook. Hij wil niet geroemd worden door Zijn werk in ons, maar Hij wijst steeds van Zichzelf af naar Christus. De Heilige Geest wil altijd weer Christus verheerlijken (Joh. 16:14).
Bovendien: als ik mijn heilszekerheid zou bouwen op iets, wat dan ook, in mijzelf, dan zou ik dat als hoogmoed ervaren. En dan zou ik ook niet meer de heilszekerheid van Zd. 7 kunnen hebben. Immers, als ik mijn vast vertrouwen dat ook mij de zonden vergeven zouden zijn, zou baseren op het werk van de Heilige Geest in mij, dan kan dat inderdaad van seconde tot seconde worden aangevochten. Want hoe weet ik met zekerheid dat wat ik in mij ervaar, het werk van de Heilige Geest en niet de vrucht van mijn vrome wensdromen is? Maar, nogmaals, nu bouw ik mijn heilszekerheid uitsluitend op iets en Iemand buiten mij, op de genade Gods die in Christus is verschenen.
Terwijl deze broeder vertelde, hoe die triomfantelijke bezoekster de geloofsblijheid van zijn vrouw had aangevallen, zag ik dat de tranen over haar wangen stroomden. Ik heb getracht haar te troosten door te wijzen op Christus in Wiens genade wij roemen, doordat wij niets meer van onszelf, maar alles van Hem, van Hem alleen, verwachten.
Nog iets: Ik werd opgebeld en we kregen het over iemand, ik meen dat het een predikant was. Aan de andere kant van de lijn hoorde ik over hem zeggen: "Ja, dat is een echte gelovige, wantje hoort hem voortdurend over zijn twijfels spreken". Ik kon het moeilijk geloven, maar het leek erop dat de twijfel werd voorgesteld als wezenlijk behorend tot het ware geloof, geheel in strijd met wat de Bijbel en met wat onze belijdenisgeschriften leren.
DE EO EN ROME
Ik schrijf niet gauw een brief naar u, maar af en toe moet het. Het gaat over wat u schrijft over het moraliserende protestantisme in het juli-augustusnummer. Ik ben het daarin helemaal met u eens.
U noemt daar namen als pater Koopmans en ex-minister Luns. U had daarbij ook de EO moeten noemen, want daar is dhr. Luns een soort orakel.
Al vaker mocht hij bij verschillende programma's zijn mening geven, maar men maakte het deze, inderdaad uitgesproken behoudende, rooms-katholiek allerminst moeilijk met een paar gerichte vragen, die men hem stelde. Hij wordt daar beslist in de watten gelegd.
Trouwens de EO is vaker terughoudend met bijbelse kritiek op Rome. Bijna wekelijks horen we van de EO hoe gevaarlijk het occultisme is, maar een waarschuwend geluid tegen de R.-K. Kerk, die duidelijk okkulte praktijken erop na houdt, is er niet bij.
Meer dan eens heb ik mijn bezwaren hierover schriftelijk aan de EO kenbaar gemaakt, maar ik kreeg helaas steeds een pulp-reactie. (NB. Ik had deze uitdrukking nooit gehoord. Van Dale zegt over 'pulp': een weke, papachtige massa. HJH). Ik denk dat een en ander te maken heeft met het ledenbestand. De EO schommelt
immers op de grens van de B-status.
KOMMENTAAR: Inderdaad, 2% van de EO-'leden'zijn r.-k. Het risico dat de EO de B-status verliest, kan verdwijnen, indien méér protestanten er lid van worden. Dan hoeft de EO niet meer zo voorzichtig te zijn met een bijbelse afwijzing van de dwalingen van Rome.
OPROEP
De komitees Den Haag e.o., Leiden e.o., Alphen a/d Rijn e.o. en Aalsmeer e.o., hebben dringend behoefte aan uitbreiding van het ledenbestand.
Het voert te ver om in dit artikel gedetailleerd in te gaan op de aktiviteiten, die vanu't het komitee geschieden. In het 'kort' komt het hier op neer:
Het IRS-komitee behartigt naar vermogen de belangen van de Stichting 'In de Rechte Straat' in een geografisch vastgesteld gedeelte van het land.
Het is ingesteld ter ondersteuning van de uitvoering van de taken, waartoe de Stichting zich geroepen weet.
Met grote ernst en aandrang vragen wij of er mensen in genoemde regio zijn, die bereid zijn zitting te nemen in één van de komitees.
Voor informatie kunt u zich wenden tot A.J. Plaisier, coördinator van het komiteewerk, tel. 085-634959 óf 01804-25001.
Mogen wij iets van u horen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
