In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

HET SCHRIJFMES VAN ROME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET SCHRIJFMES VAN ROME

7 minuten leestijd

Het concilie van Lateranen (649) heeft bepaald dat alwie ingaat tegen de traditie, zoals ze door de R.-K. Kerk werd bewaard, als een ketter moet worden veroordeeld en vervloekt. (Denz. 270).

Het concilie van Nicea (787) leerde: "Indien iemand de gehele kerkelijke traditie, hetzij geschreven hetzij ongeschreven, verwerpt, die zij vervloekt" (Denz. 308).

Het concilie van Trente (1545-1563) heeft niet alleen de Schrift als 'geïnspireerd' erkend, maar ook haar traditie. Een even groot gezag moet aan de traditie worden toegekend als aan de Schrift!

"De Synode, ziende, dat deze waarheid en leer (volgens het onmiddellijk voorafgaande de waarheid en leer, die Jezus Christus eerst met eigen mond verkondigd heeft en vervolgens zijn apostelen beval te prediken) vervat is in de geschreven boeken en de ongeschreven overleveringen, die uit Christus' eigen mond door de apostelen zijn ontvangen, of van de tijd van de apostelen af door het dicteren van de Heilige Geest, als van hand in hand overgeleverd, tot ons gekomen zijn, aanvaardt en vereert, het voorbeeld van de rechtzinnige vaderen volgend, met gelijk geloof en gelijke eerbied, alle boeken zowel van het Oude als van het Nieuwe Testament, daar alleen God de Auteur van beide is, alsmede de overleveringen, zowel die betrekking hebben op het geloof, als die op de zeden, als woordelijk gesproken door Christus, of door de Heilige Geest gedicteerd, en in een ononderbroken opeenvolging in de Katholieke Kerk bewaard". (Trente 4e zitting -1546).

Wordt het uitsluitend beroep op de Schrift (Sola Scriptura) hierin niet afgewezen?

In de 'Geloofsbelijdenis van Trente' wordt de traditie vóór de Schrift genoemd en daarna wordt beleden dat men de Schrift zal uitleggen volgens de zin, die de Kerk eraan gegeven heeft en geeft.

"De apostolische en kerkelijke tradities en de overige regels en bepalingen van deze kerk aanvaard en beaam ik met alle kracht. Ook aanvaard ik de Heilige Schrift overeenkomstig de zin die de heilige moeder de Kerk, aan wie het toekomt te oordelen over de ware zin en verklaring van de heilige Schriften, steeds heeft gehuldigd, en nog huldigt, en ik zal die Schrift slechts aanvaarden en verklaren volgens de unanieme opvatting van de Vaders"(Denz. 995).

Het 1e Vat. Concilie (1870) verklaarde dat de bovennatuurlijke openbaring vervat is in de geschreven boeken en ongeschreven tradities (Denz. 1787).

Het 2e Vat. Concilie heeft in de dogmatische constitutie 'Dei Verbum' (1965) vastgelegd "dat de Kerk haar zekerheid over al het geopenbaarde niet put door middel van de Schrift alleen. Daarom moeten beide, overlevering en Schrift, met gelijke toewijding, vroomheid en eerbied worden aanvaard en vereerd".

Rome wil met alle macht heersen over de Schrift en haar in dienst stellen van leer en luister. Het lijkt erop dat de Schrift voor de R.-K. Kerk veeleer een nuttig hulpmiddel is om haar eigen bedachte leer te onderstrepen. Rome wil zich echt niet laten gezeggen door de Schrift, maar over haar heersen met een absolute autoriteit. Is het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid daarvan niet een duidelijke aanwijzing? Dit dogma kent aan het woord van de paus zo'n hoog gezag toe dat eerder zijn woord wordt geloofd dan de inhoud van de Schrift.

"Wanneer het gaat om de keuze tussen de Bijbel en de kerkelijke leer, zal Rome ongetwijfeld voor de laatste kiezen, en niet de Schrift maar de hiërarchie, belichaamd in de paus, maakt uit wat waarheid is"(Dr. K. Dijk in 'Het Profetisch Woord').

Zo'n houding blijft zeker niet zonder gevolg in de levenspraktijk van de r.-k. mens, voor wie niet de Bijbel beslissend is, maar de kerk alles te zeggen heeft.

Wat een ontzaglijke verantwoordelijkheid ligt vervat in de keuze die men maakt vóór of tegen de algehele aanvaarding van de Schrift! Trouwens de Schrift zelf dwingt tot een duidelijke opstelling en tot een uitgesproken keuze: of volkomen aanvaarding of een volkomen zij het langzame verwerping.

Dr. A. Kuyper schreef in zijn 'Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid' het volgende:

"Wie met de aloude beschouwing van de Schrift in beginsel breekt, snijdt de draad des geloofs door, die hem aan Christus als zijn Heere en zijn God verbond".

Hoe levensnoodzakelijk is een konsekwente keuze voor de Schrift! Het kan een moeizame worsteling zijn om tot de erkentenis van de Schrift alléén te komen, want ons hart en verstand wil de Schrift steeds weer tegenstaan. Zo vlug zijn we geneigd om met de Schrift te handelen naar het goeddunken van ons arglistig hart. Wie daaraan echter toegeeft, misleidt zichzelf ten koste van zijn leven! Wie daaraan toegeeft zet de deur open voor een leervrijheid die leugen en verderf zaait. Het begint met kleine toegevingen: 'Waarom zouden ook wij geen kruisteken maken voor het eten?' - 'Zou het nu echt zo onbijbels zijn wanneer een vrouw zou voorgaan in de gemeente? - 'Het lijkt me toch niet zo erg om ook aan Maria wat meer eerbetoon te wijden'.

Wat een strijd toch om het Woord! Wat een moeite om te buigen en te blijven buigen voor het goddelijk gezag van de Schrift!

Eigenwijsheid en eigenwilligheid… het moet alles wijken voor het getuigenis Gods in de Schrift.

"Hoort en leent het oor, verheft u niet, want de HEERE spreekt". (Jer. 13:15). Laat dit onze houding zijn: horen en doen naar het Woord, want 'zalig is het volk dat naar Uw klanken hoort'.

Tot de wet en tot de getuigenis

Wat een strijd is er niet geweest in de loop van de geschiedenis om de autoriteit van de Schrift? Was dit niet in wezen de worsteling van de reformatie: de autoriteit van de Schrift boven welke de macht van de paus of de concilies niet wordt geduld?! Het was een worsteling om ons volk te bewaren voor de verderfelijke invloed van de kerkelijke leidslieden, die Gods gebod krachteloos maakten door hun inzettingen. Het was een worsteling om ons volk weer terug te roepen tot geloof en gehoorzaamheid aan de Schrift, die niet kan gebroken worden.

Calvijn zegt: 'Tot haar vernietiging heeft de macht van de ganse aarde zich gewapend: al haar pogingen zijn in rook vervlogen.

Hoe zou zij, van alle kanten zo heftig aangevochten, weerstand hebben kunnen bieden, wanneer ze slechts op menselijke hulp steunde? Ja zelfs hierdoor wordt des te meer bewezen, dat zij van God komt, dat zij, niettegenstaande de tegenkanting van alle menselijke inspanning, toch door haar eigen kracht telkens weer de overhand heeft". (Inst. I, 8, 9).

'Tot de wet en tot de getuigenis' (Jes. 8:20).

Wat is het nodig om steeds te worden teruggeroepen 'tot de wet en tot de getuigenis'. De Schrift is onze enige norm voor geloof en leven, noodzakelijk en genoegzaam om ons de rijkdom te ontsluiten van de heerlijkheid Gods in Christus Jezus.

Calvijn zegt daarover:

"Stel dat de Wet en de Getuigenis niet voldoende waren geweest, dan zou de Heere andere hulpmiddelen zeker niet zo sterk afgekeurd hebben. We leren hieruit, dat alles, wat aan het Woord wordt toegevoegd, veroordeeld en verworpen moet worden. Want de Heere heeft gewild, dat we ons geheel en al op Zijn Woord verlaten. Wat de mensen uit zichzelf naar voren brengen, is immers niets anders dan Woord-bederf".

De Schrift zelf laat aanspraken vanuit de traditie niet toe. Nergens kan enige steun worden gevonden voor de verheerlijking van de traditie. De Schrift sluit instellingen van mensen volkomen uit. Zo lezen we in Jes. 29:13: "Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn".

Reeds in de dagen van Jesaja horen wij uit de mond des Heeren scherpe kritiek op de leringen van mensen.

Calvijn zegt in zijn commentaar op dit vers: "De Heere wil echter dat onze vrees en de eerbied, waarmee Hij gediend wordt, gemeten wordt naar de maatstaf van wat Hij in Zijn Woord heeft geschreven. Het is verkeerd als we de geboden van mensen als een regel voor leer en leven willen volgen".

Jezus Christus bevestigt dit woord in Mat. 15: "En gij hebt alzo Gods gebod krachteloos gemaakt door uw inzetting… Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn" (Mat. 15:6 en 9).

De Heere wil ons vrij maken van alle geboden en inzettingen van mensen, van een traditie die ons van de Schrift vervreemdt, om ons geheel en al te binden aan de Schrift alléén. Daarin hebben wij de zekerheid van de waarheid Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1989

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

HET SCHRIJFMES VAN ROME

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1989

In de Rechte Straat | 32 Pagina's