In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

LEVEN UIT GODS BELOFTEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEVEN UIT GODS BELOFTEN

7 minuten leestijd

Dit helder geschreven boek van drs. M. van Campen heb ik met veel genoegen gelezen. Het heeft als ondertitel: "Een centraal thema bij Johannes Calvijn" (uitg. De Groot Goudriaan, 183 blz. f27,50).

Gods beloven en ons geloven

Het bijbelse begrip "belofte" heeft in de r.-k. theologie nauwelijks een plaats. In het 2500 bladzijden tellende driedelige r.-k. 'Theologisch Woordenboek" wordt door prof. dr. L.H. Cornelissen slechts een halve bladzijde aan het woord "belofte" gewijd, en dan nog uitsluitend als een ethische verplichting, die mensen door een belofte jegens elkaar op zich nemen.

Maar voor een reformatorisch christen is de belofte van God in Christus van wezenlijk belang, want het 'beloven' van God is de grond van het 'geloven' van de mens. Van Campen: "Belofte en geloof zijn voor Calvijn dus helemaal op elkaar afgestemd" (20).

Gods vrije belofte

Rome beweert dat de mens 'door zijn goede werken waarlijk het eeuwige leven verdient" (Trente, zesde zitting, canon 32). Maar een reformatorisch christen weet dat hij God nooit iets kan aanbieden op grond waarvan God in ruil daarvoor de mens iets zou moeten teruggeven.

Wij belijden dat wij op geen enkele wijze enig recht tegenover God kunnen laten gelden. Al het goede dat wij verwachten, baseren we enkel op Gods vrije belofte in Christus.

Geloofszekerheid

Daaruit volgt dat een rooms-katholiek krachtens de leer van zijn kerk geen geloofszekerheid van zijn eeuwig heil kan hebben, maar de reformatorische christen wel:

"Aan geloofszekerheid is Calvijn alles gelegen. Zonder zekerheid kan van een waarachtig geloof zelfs niet gesproken worden. Waarlijk gelovig is slechts hij die met een vaste overtuiging op de beloften van Gods goedgunstigheid jegens hem vertrouwend, een ontwijfelbare verwachting der zaligheid heeft. 'Waar geen hoop op de zaligheid bestaat', zo wordt aangetekend bij Lukas 2:25, 'wordt God niet recht geëerd en deze hoop hangt af van het geloof in Zijn beloften'. Fel trok hij van leer tegen de R.-K. Kerk, die beweerde dat de gelovige slechts bij vermoeden en niet absoluut verzekerd kan zijn. Calvijn schroomt niet hier het woord 'duivels' te gebruiken" (21-22).

"Calvijn verbaast zich erover dat wij ondanks de lieflijkheid van de beloften' vaak toch zo aarzelend zijn om voor God te verschijnen. Een groot deel van de mensen verlaat liever de bron van levende wateren en graaft zichzelf droge putten, dan dat ze Gods milddadigheid, die hun vanzelf wordt aangeboden, omhelzen" (52).

De belofte is gratis en universeel

"De beloften zijn niet alleen gratis, ze zijn ook universeel. Ze worden aan allen zonder onderscheid aangeboden, met oproep tot geloof en bekering. Uit de praktijk leidt Calvijn echter af, dat niet allen de aangeboden belofte ook gelovig aanvaarden. Op grond van de Schrift voert hij dit onderscheid tussen geloof en ongeloof terug op Gods verkiezing van eeuwigheid. Een zekere spanning tussen promissio (= belofte) en predestinatie (= voorbestemming) is in Calvijns denken onmiskenbaar aanwezig. Duidelijk is evenwel dat de mens door hem niet wordt teruggeworpen op zichzelf om te gaan reflecteren over eigen subjectiviteit. Wij worden alleen verzekerd van het kindschap Gods door het onmiddellijk vertrouwen op Gods beloften" (138).

Verzekering en verzegeling

U merkt wel dat ik dit boek van ganser harte aanbeveel. Het kan een enorme steun en vertroosting betekenen voor aangevochten zielen, wanneer ze aan de hand van de Schrift leren uitsluitend op iets buiten henzelf, nl. op de beloften Gods, te steunen. Wij moeten onze heilszekerheid nergens anders zoeken dan alleen in Christus, de Beloofde Gods, in Wie de belofte voor ons een onverwoestbare geldigheid heeft gekregen.

Ik heb echter mijn aarzelingen, wanneer drs. van Campen meent dat hij met Calvijn het onderscheid tussen de geloofsverzekerdheid en de verzegeling door de Heilige Geest meent te moeten afwijzen. Hij acht het onjuist dat "bij de theologen van de Nadere Reformatie evenals bij Beza, Calvijns opvolger, de verzegeling min of meer losgemaakt wordt van de belofte, zodat deze een eigen plaats krijgt naast (en ook wel na) het geloof in de belofte" (148).

Van Campen is het blijkbaar niet eens met W. a Brakel, die "de verzegeling verstaan heeft in deze zin, dat de Heilige Geest ons enerzijds overtuigt van de beloften Gods, maar anderzijds ons helderheid geeft over de waarachtigheid van Gods genade in ons hart" (148).

"NADAT" of "TOEN"?

Ik ben het toch méér eens met dr. M. Lloyd Jones, die in God's Ultimate Purpose" van p. 243-300 uitvoerig ingaat op Ef. 1:13.

Hij wijst erop dat er in de King James Version (zoals ook in onze Staten Vertaling) staat: "In Wie gij ook, NADAT gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte" - dit in tegenstelling met andere Engelse vertalingen die zoals het NBG hebben: "In Hem zijt gij, TOEN gij gelovig werd, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte".

De juiste vertaling

De vraag is dan: Wat is de juiste vertaling. Ik ben het met prof. Grosheide eens, die bij dit vers zegt: "De part. aor. noemen de in het hoofdwerkwoord vermelde handeling voorafgaande".

In het Nederlands kennen wij de aoristus-werkwoordsvorm niet. Maar met het oog op de aard van ons blad dat geen geleerde uiteenzettingen wil geven, ga ik er maar niet te diep op in.

Kort kan ik er dit van zeggen: Een aoristus geeft een handeling weer, die in het verleden heeft plaatsgevonden en AFGESLOTEN is. Dit in tegenstelling met het perfectum, dat een handeling aangeeft die in het verleden heeft plaatsgevonden, maar althans in zijn gevolgen nog altijd voortduurt. (Het Spaans en het Portugees hebben deze twee verschillende werkwoordsvormen wél).

Het is merkwaardig dat het NBG in het eerste gedeelte van Ef. 1:13de aoristus wel vertaalt met "nadat": "In Hem zijt ook gij, NADAT gij het woord der waarheid … hebt gehoord". Is het dan wetenschappelijk juist, wanneer men dat in het tweede gedeelte niet doet?

Onderpand

In aansluiting aan het voorafgaande wijst Lloyd Jones in Ef. 1:14 op het woord 'onderpand' (arraboon). Dat kan twee betekenissen hebben: Iets dat niet of wel dezelfde aard heeft als datgene waarvan het een onderpand is.

Iemand kan bv. ergens een lening sluiten en een gouden horloge als onderpand geven om de lener veilig te stellen dat hij straks zijn geld terugkrijgt. Mocht dat niet gebeuren, dan kan hij dat horloge verkopen en op die manier het geleende geld terugkrijgen. Maar het woord wordt in het Grieks (het is overigens een leenwoord van het Hebreeuws - Kittel I, p. 474) ook gebruikt in de betekenis van 'voorschot', 'eerste aanbetaling'.

In die zin bezigt Paulus het hier. Hij zegt dat wij de Heilige Geest als onderpand krijgen. Welnu, wanneer straks de volle heerlijkheid ons deel wordt, kan dat niet betekenen dat de Heilige Geest dan van ons wordt weggenomen en dat we dan in Zijn plaats iets anders krijgen. Het betekent: We krijgen nu iets van die Geest en straks neemt die Geest helemaal bezit van ons.

Zo schrijft ook Johannes: "Hieraan kennen wij dat wij in Hem blijven en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft" (1 Joh. 4:13).

Konklusie

Ik ben het echter volkomen met drs. van Campen eens dat mijn geloofszekerheid in de eerste plaats moet rusten op de belofte Gods. Maar ik meen uit de Schrift te mogen opmaken dat er ook nog een tweede grond voor heilszekerheid is, nl. de bevinding van de aanwezigheid van de Heilige Geest in mij. En dit laatste is volgens mij de grond van de bijbelse mystiek.

PROJEKTENNIEUWS ALS BIJLAGE BIJ DIT NUMMER

We hebben in dit projektennieuws veel aandacht besteed aan het werk van evangelist Vanhuysse in België. We hopen dat u IRS in staat blijft stellen om in zijn levensonderhoud te voorzien, zodat hij zich geheel aan de evangelisatie onder de rooms-katholieken in België (en zoveel mogelijk ook in Nederlands Brabant en Limburg) kan wijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1989

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

LEVEN UIT GODS BELOFTEN

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1989

In de Rechte Straat | 32 Pagina's