EED VAN TROUW AAN DE KERK
Alle priesters moeten krachtens een nieuwe beschikking van deze paus vanaf 1 april 1989 een eed van trouw aan de kerk afleggen en een nieuwe geloofsbelijdenis afleggen, die de vroegere "geloofsbelijdenis van Trente" moet vervangen. We citeren uit die nieuwe geloofsbelijdenis en uit die eed, waarnaar wij reeds verwezen in IRS mei p. 25:
Met een standvastig geloof, geloof ik alles waaraan geloofd moet worden, omdat het ons door de kerk als goddelijk geopenbaard wordt voorgehouden, hetzij door een plechtige uitspraak, hetzij door het gewone en universele leergezag.
KOMMENTAAR: Een priester verklaart daarmee dus onder ede dat hij niet alleen de officiële dogma's zoals van de concilies en de ex-cathedra-uitspraken van de pausen gelooft, maar ook over het algemeen alles wat de paus (= het gewone en universele leergezag) in zijn encyclieken beweert.
Bovendien verklaart hij dan dat hij dit alles gelooft, omdat de kerk (= de paus) hem dat voorhoudt. De laatste grond voor zijn geloof is dus het gezag van een mens, de paus.
Standvastig neem ik ook aan en aanvaard ik geheel en al alles wat definitief door de kerk in de leer is vastgesteld omtrent geloof en zeden. Bovendien omhels ik met een godsdienstige onderwerping van wil en verstand de leerstellingen die hetzij de opperherder van Rome hetzij het bisschoppencollege uitspreekt, wanneer zij het authentieke leergezag uitoefenen, ook wanneer zij iets als een leerstuk uitroepen zonder daaraan een definitief karakter te geven.
KOMMENTAAR: Telkens moeten de priesters met andere bewoordingen hetzelfde zweren nl. dat ze blind zich onderwerpen niet slechts aan wat Rome leert in haar officiële belijdenis, maar ook aan alles wat de paus beweert.
Deze eis tot blinde onderwerping aan wat het de paus belieft te beweren was ook reeds in het nieuwe kerkelijke wetboek van 1983 neergelegd:
"Weliswaar geen geloofsinstemming maar wel een religieuze volgzaamheid van verstand en wil moet betracht worden ten overstaan van een leer die hetzij de Paus hetzij het Bisschoppencollege inzake geloof of zeden naar voren brengen, wanneer zij hun authentiek leergezag uitoefenen, ook al hebben zij niet de bedoeling deze bij definitieve act af te kondigen; bijgevolg dienen christengelovigen ervoor te zorgen om te mijden wat met deze leer niet strookt"(canon 752).
En canon 1371 zegt dat degene die in strijd handelt met canon 752, met een rechtvaardige straf dient gestraft te worden".
Hoe heel anders schrijft de apostel Petrus (op wie de paus zijn dictatoriale eis tot blinde onderwerping aan zijn gezag baseert): "Ik zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon gij ze weet en vast staat in de waarheid die gij hebt aanvaard. Maar zolang ik nog in dit lichaam woon, voel ik me verplicht uw geheugen op te frissen" (2 Petr. 1:12, 13 RKV). Dat klinkt heel wat anders dan de dreigende taal van deze paus: "Als jullie, christenen van heel de wereldje niet blind onderwerpt aan alles wat ik beweer en decreteer, dan zal ik jullie straffen". En ook de apostel Johannes schrijft heel wat bescheidener dan deze paus: "Doch gij hebt de zalving van de Heilige en gij weet alle dingen". "Gij hebt niet van node dat iemand u leert" (1 Joh. 2:20, 27).
Deze grote apostelen volgden daarin de vermaning van hun Meester op: "Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden, want Eén is uw Meester, (namelijk) Christus; en gij zijt allen broeders" (Mat. 23:8). "Broeders onder elkaar", dat is heel wat anders dan de slaafse onderwerping aan de paus als aan een dictator.
Aan het slot moet de priester de hand op het Evangelie leggen en zweren:
Ik,… die nu dit ambt aanvaard, beloof dat ik altijd de band met de Katholieke Kerk zal bewaren, in de woorden die ik spreek of de daden die ik stel. Ik zal ervoor ijveren dat alle kerkelijke wetten worden onderhouden, met name de verordeningen die in het Kerkelijke Wetboek staan. In christelijke gehoorzaamheid zal ik mij aansluiten bij wat door de gewijde herders als authentieke leraren van het geloof wordt geformuleerd of door hen als leiders van de kerk wordt vastgesteld. Zo waar helpe mij God en Zijn heilig Evangelie, waar mijn hand nu op rust.
KOMMENTAAR:
1. Priesters die deze eed hebben afgelegd, kunnen onmogelijk met een eerlijk hart aan oecumene in welke vorm dan ook deelnemen. Ze kunnen niet echt naar christenen van de Reformatie luisteren, want ze hebben onder zelfvervloeking zich verbonden om slechts te geloven wat de pausen leren. Immers dat is de betekenis van de eedsformule: "Zo waar helpe mij God". Negatief betekent dat: "Als ik mij niet aan deze eed houd, moge God mij niet meer helpen".
2. Wat is het vreselijk dat priesters aldus onder zelfvervloeking beloven een leer te verkondigen, die niet voert naar de hemel, maar naar de hel nl. de leer van de verdienstelijkheid van de goede werken; en dat zij eveneens onder zelfvervloeking de ware weg van de zaligheid afwijzen door onvoorwaardelijk de leer van de pausen en concilies te aanvaarden bv.:
"Indien iemand beweert dat de mens slechts gerechtvaardigd wordt door de toerekening van de gerechtigheid van Christus, die zij vervloekt". "Indien iemand beweert dat het geloof waardoor wij gerechtvaardigd worden, niets anders is dan het vertrouwen op de goddelijke barmhartigheid die ons de zonde vergeeft om wille van Christus, of dat wij alleen door zulk een vertrouwen gerechtvaardigd worden, die zij vervloekt"(Concilie van Trente, zesde zitting, canon 11 en 12).
DE RUBRIEK "OPVOEDING"
Kon ook in dit nummer niet geplaatst worden vanwege ruimtegebrek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
