JEZUS CHRISTUS IS OPGESTAAN
Calvijn schrijft:
"Ik schaam mij dat ik in een zo duidelijke zaak zoveel woorden gebruik; maar de lezers mogen deze last vriendelijk met mij dragen, opdat voor verkeerde en vermetele geesten geen kier opensta tot het bedriegen van eenvoudige mensen" (Inst. III, 25,8).
Daar dit gevaar, en zeker in een tijd als deze, inderdaad reëel aanwezig is, acht ik het goed om nog eens te wijzen op het genoegzame getuigenis der Schriften aangaande de Opstanding van Christus.
Als 'geroepen apostel'van Christus Jezus verzekert Paulus ons van de lichamelijke opstanding.
Laten we 't toch in een kinderlijke eenvoud geloven: Jezus Christus is opgestaan, niet alleen tot een eeuwig zieleleven, maar ook tot verheerlijking van het lichaam! Tot een 'volkomen' verlossing.
Als onze Borg heeft Hij een volkomen genoegdoening gegeven voor onze zondeschuld. Het was dan ook onmogelijk dat Zijn lichaam aan het verderf, aan enige verrotting zou worden prijsgegeven, nadat Hij door de dood tenvolle had voldaan.
Ware Hij niet lichamelijk opgestaan, dan was Hij ook niet de door God gestelde Borg, dan waren wij niet gered, dan kenden wij geen vrede met God. Dan waren wij nog in onze zonden!
De grootste rampzaligheid zou ons te wachten staan, want als Christus niet is opgestaan, dan zou Zijn offer ook niet zijn aanvaard door de Vader. Dan waren wij allen voor eeuwig verloren. Zonder hoop en zonder toekomst!
Ja, dan konden we evengoed alle evangeliewerk stop zetten en predikanten en dominees de bons geven, want wat zouden ze dan nog voor zinvols te vertellen hebben?
Wat een trieste bedoening zou het zijn, indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus hadden gevestigd.
"Indien Christus niet is opgewekt, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden" (1 Kor. 15:17).
Wat bisschop Jenkins en met hem vele moderne theologen beweren over de opstanding is derhalve ijdel gezwets, een 'ongoddelijk ijdel roepen' (2 Tim. 2:16). In een veelal ludiek woordenspel wordt de centrale boodschap van het Evangelie weggeredeneerd. De vergeestelijking van de opstanding is een sluwe en laffe aanval van de duivel op het geloof der Schriften. Ik begrijp die mensen niet die dergelijke taal kunnen uiten! Steeds weer opnieuw verbaast het mij dat zulke mensen, begaafd met een scherp intellect, duidelijk in de Schrift geopenbaarde waarheden op de helling zetten, en ze ook nog zelfs durven loochenen. Wat beweegt hen daartoe? Zijn ze niet als de 'dwalende sterren' van Judas 13? Mensen die het Evangelie verdonkeren en eigen licht ervoor in de plaats stellen?
Moet dan niet 'alles' wat in de Schrift geschreven staat geloofd worden? Ten stelligste is ons antwoord: Ja! Zonder enige twijfel geloven wij al wat daarin begrepen is (NGB art. 5.).
Dwars tegen alle bijbelkritiek in!
Profetisch betuigd in het O.T.
Reeds het O.T. wijst ons op deze heerlijke waarheid van de opstanding des Heeren. Zo duidelijk staat in het O.T. profetisch opgetekend wat in het N.T. wordt betuigd van de opstanding.
Abraham heeft getuigd van de opstanding. In Hebr. 11:18 lezen we dat hij 'overlegde dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken'.
Jozef heeft getuigd van de opstanding toen hij op zijn sterfbed de zonen van Israël deed zweren: "zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren" (Gen. 50:25). Zou die zorg om zijn gebeente niet mogen verklaard worden vanuit zijn geloof dat de Heere God zijn gebeente eenmaal uit de dood zou doen verrijzen?
Job getuigde van de opstanding toen hij uitriep: "Ik weet, dat mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan; en als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen" (Job 19:25- 26).
David getuigde van de opstanding toen hij sprak 'dat zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch zijn vlees verderving heeft gezien" (Hand. 2:31).
Daniël getuigde van de opstanding toen hij profeteerde: 'Velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden en tot eeuwige afgrijzing' (Dan. 12:2).
Jesaja getuigde van de opstanding: 'Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan'(Jes. 26:19).
Met klem geproclameerd in het N.T.
De Hebr.-brief getuigt van het geloof van vele mannen en vrouwen die verschrikkelijke folteringen hebben doorstaan en dit juist hebben kunnen doorstaan vanuit het vaste geloof in de opstanding. Deze hoop was hun diepste vertroosting!
'Anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding zouden verkrijgen'(Hebr. 11 vers 35). Waarschijnlijk hebben we hier te denken aan de vele martelaren uit de tijd der Maccabeeën. Welk heerlijk getuigenis hebben zij afgelegd van hun geloof in de opstanding. In deze zijn ze geen kunstig verzonnen fabels nagevolgd, maar met volle overreding des gemoeds hebben zij en velen na hen getuigd: De Heere is waarlijk opgestaan! Is dit niet het hart van het Evangelie? Wat zouden we er ellendig voor staan, ja we zouden de beklagenswaardigste zijn van alle mensen, zo we deze hoop niet hadden! (1 Kor. 15:19).
'Houd in gedachtenis, zegt Paulus, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt' (2 Tim. 2:8).
Ja, laten we onvermoeid proclameren: Hij is opgewekt naar de Schriften. Hij is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Daarin ligt de absolute zekerheid dat ook wij zullen opstaan. Niets of niemand kan dit nog tegenhouden!
Ook Petrus getuigt met kracht in zijn toespraak op het Pinksterfeest: "Zo heeft hij dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien. Deze Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn" (Hand. 2:31- 32).
Vervolgens lezen we verder van de wonderbare reactie van de duizenden toehoorders nl.: verslagenheid des harten en aanneming des Woords! Hoe heel anders dan de eigenwijze betweterij en onbuigzaamheid van vele knappe doch ongelovige theologen!
Volg hen niet na, want ze spreken als vijanden van het kruis van Christus. Maar geloof in de vastheid van het getuigenis der Schriften! Het is geen sprookje waar we mee bezig zijn of een boeiend verhaaltje waar je met meer of minder aandacht naar kunt luisteren. Het is waarheid wat geschreven staat: 'Zo weten dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus Christus Dien gij gekruisigd hebt'(Hand. 2:36).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
