AAN DE REDAKTIE VAN KATHOLIEKE STEMMEN
(Vervolg)
Ik volg het wijze, bijbelse advies van Maria: "Doet maar wat Hij u zeggen zal" (Joh. 2:5). En nergens lees ik in de Bijbel dat Jezus tot de Zijnen, dus ook tot mij, zegt: "Roep Maria aan. Ga tot haar en dan zul je rust vinden". Integendeel, Hij zegt: "Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken" (Mat. 11:28 RKV).
Waarom volgt ú dat advies van Maria niet op? Waarom houdt u de mensen voor, dat ze hun vertrouwen moeten stellen op Maria, terwijl Jezus dat nergens leert? In uw artikel drukt u de vurige wens uit dat "de Heer en Zijn Moeder mij de genade van de bekering zullen schenken". U plaatst Jezus Christus zonder meer naast Maria alsof zij beiden gelijkwaardige vennoten zijn, die samen over de genade beschikken.
Zo beleven de eenvoudige rooms-katholieken het ook, zelfs nog erger. Voor hen staat Maria niet naast, maar boven Christus, die zij als het kleine Kindje in de afbeeldingen voortdurend op haar arm draagt.
Zij menen dat, als je maar op Maria vertrouwt en tot haar bidt, alles wel in orde komt. Zij zorgt voor alles. Daarom zien ze de noodzaak niet van de bijbelse oproep om zich in geloofsvertrouwen aan Christus over te geven. Ze hebben er ook totaal geen behoefte aan.
Ziet u dan zelf niet dat u aldus de heerlijkheid Gods in Christus verduistert? Bent u nooit bang dat u daardoor misschien de zonde tegen de Heilige Geest gaat bedrijven? Immers de Heilige Geest wil alleen maar Christus verheerlijken. Maar ú stelt iemand anders in het middelpunt, Maria.
En benauwt het u niet dat u aldus de mensen van de geloofsovergave aan Christus afhoudt? Ik weet dat volgens de leer van uw kerk 'geloven' slechts betekent 'het aannemen van de waarheden, die God heeft geopenbaard' en dat men ook zonder een persoonlijke geloofsovergave aan Christus behouden kan worden?
Maar Christus heeft duidelijk gezegd dat Hij de overgave van ons hart aan Hem vraagt. Tegenover de Farizeeën: "Hoe juist heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij. Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren" (Mat. 15:7-9 RKV).
Gaat dat ook niet van u op? U bewijst lippendienst aan Christus. U eert Hem met uw verstand, maar uw hart is ver van Hem. Uw hart is bij Maria. Dat we Maria zouden moeten aanroepen vindt u nergens in de Bijbel. Het is een verzinsel van uw kerk, die steeds meer van Gods Woord is afgedwaald.
Welk een vreselijke verantwoording u door de verbreiding van deze valse leer op zich neemt, moge u bovendien duidelijk worden uit het volgende:
De sleutel van het Evangelie is het geloof. Het heil is niet het resultaat van menselijk moralistisch gezwoeg en ascetisch geploeter, maar de vrucht van geloof alleen. "Ja, aan die genade dankt gij uw heil, door het geloof; niet aan uzelf, Gods gave is het; niet aan uw prestaties, niemand mag zich verhovaardigen" (Ef. 2:8, 9 RKV).
Kent u het wee dat Christus over de wetgeleerden heeft uitgesproken: "Wee u, wetgeleerden! Gij hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf zijt ge niet binnengegaan en hun die het wilden hebt ge het belet" (Lk.11:52)?
Ook in het Oude Testament was reeds het geloof verkondigd als de sleutel om het Koninkrijk Gods te kunnen openen en erin binnen te kunnen gaan. "Als hij (Abraham) op grond van zijn goede werken gerechtvaardigd is, heeft hij reden zich te beroemen; maar voor God heeft hij die niet! Immers wat zegt de Schrift? Abraham heeft God gelóófd en dat geloof is hem aangerekend als gerechtigheid" (Rom. 4:2, 3).
Ook u hebt die sleutel tot de ingang naar Gods Koninkrijk weggenomen, want ook u predikt niet het heil door geloof alleen, maar door de werken. U leert met het concilie van Trente dat de eenmaal gerechtvaardigde mens "door zijn goede werken waarlijk het eeuwige leven moet verdienen" (zesde zitting canon 32). En dat terwijl Jezus heeft gezegd: "Wie in Mij gelooft heeft eeuwig leven" (Joh. 6:47). Daarom geldt het "Wee u" van Christus ook u. Net als de Farizeeën en wetgeleerden in die tijd van de Heere Jezus stapelt ook u last na last op de vermoeide mensen.
Ik probeer deze uitzichtlozen het zicht op Christus te openen. Ik roep hen toe: Ga tot Hem! Hij vraagt niets anders dan de geloofsovergave aan Hem.
En net als de Farizeeën en wetgeleerden uit de tijd van Jezus probeert u ook mij te verhinderen om deze blijde boodschap aan de mensen door te geven.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
