ENGELSE PARACHUTIST
… die als een van de weinigen de slag om Arnhem in 1944 overleefde, getuigt van de ommekeer, die God in hem heeft teweeggebracht.
Dhr. G.F. Winnett had ons adres gekregen van iemand in Engeland en vroeg om een christelijk logeeradres in de buurt van Arnhem, daar hij de streek waar hij vroeger gevochten had, opnieuw wilde bezoeken.
Wij verwezen hem naar hotel Dreyeroord in Oosterbeek, maar schreven hem tevens dat hij ook bij ons welkom was. Dat aanbod nam hij graag aan. Twee weken heeft hij met zijn vrouw bij ons gelogeerd, zodat we heel wat hoorden over zijn ervaringen. Wij vroegen en hij vertelde:
Hoe ervaart u het, dat u nu na zoveel jaren weer dat vroegere slagveld bezoekt? U zult begrijpen dat ik de Heere heel erg dankbaar ben, omdat Hij mij die slag deed overleven. Van mijn compagnie van 200 zijn er maar 20 niet omgekomen. Maar nog veel dankbaarder ben ik de Heere, omdat Hij mij later liet zien dat ik een zondaar was, rijp voor de hel, om mij door het wonder van de wedergeboorte te laten rijpen voor de hemel.
Het is door Zijn souvereine barmhartigheid dat ik gered ben van de eeuwige dood. Als ik toen gesneuveld was, dus zonder het zaligmakende geloof in Christus, zou ik nu voor altijd branden in de hel.
Daarom wil ik graag getuigenis afleggen van wat God in Zijn genade aan mij volbracht heeft.
Hoe beleefde u de oorlog?
Wat ik in die veldslag meemaakte, was niet prettig. Dat kunt u zich wel voorstellen. Oorlog is altijd een verschrikking.
Maar ik was jong, trots, vol zelfbesef en zonder enige belangstelling voor de geestelijke dingen. Ik gaf me na de slag bij El Alemein vrijwillig op om als parachutist te worden opgeleid, ook al wist ik dat het neergelaten worden aan een valscherm boven vijandelijk gebied uitermate gevaarlijk was.
Ik kreeg mijn opleiding in Palestina, maar al die heilige plaatsen waar de Heere geleefd heeft, zeiden me niets.
Ik werd voor het eerst ingezet in Zuid Italië.
Ja, ik bad vaak tijdens de gruwelijke gevechten, maar alleen om mijn eigen huid te redden. Ik denk niet dat ik ooit bad voor mijn kameraden en zeker niet voor de jonge Duitse soldaten, die ook zouden worden gedood. Ik bad zelfs niet voor de verlichting van de angsten van mijn jonge vrouw.
Ik weet nu waarom: omdat ik toen en nog vele jaren daarna reeds dood was, dood in de overtredingen en zonden. "En (u heeft Hij mede levend gemaakt,) daar gij dood waart door de misdaden en zonden" (Ef. 2:1).
Hoe kwam u tot geloof?
Vele jaren later ging ik naar de kerk, omdat mijn vrouw dat graag wilde.
Zondag aan zondag bezocht ik de diensten. En ofschoon ik nog steeds geestelijk dood was, genoot ik er soms van. Het gaf mij de indruk dat ik wel goed was - ik leidde immers een geregeld leven en was een net kerkmens - en ik wilde zo graag goed zijn.
Maar ik was nog steeds vol van mijzelf; ik ging mijn eigen wegen en ik deed dingen waarover ik mij nu schaam. "Wat vrucht had gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde daarvan is de dood" (Rom. 6:21). "Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere" (v. 23).
Maar eens sprak de predikant over Christus, die aan het kruis was gestorven voor mijn zonden. Toen begreep ik dat ik een zondaar was, een prooi van de dood. Ik werd toen bang.
Ik besefte nog niet dat ik de redding door Christus nodig had. Wel wist ik sindsdien dat ik niet goed was. Ik probeerde het wel, maar verviel iedere keer tot zonde. Ik begreep nog niet dat ik bezig was te proberen om mezelf te redden en zalig te maken.
Langzaam drong het tot mij door dat wij allen geestelijk dood zijn, ook de godsdienstige mens, ook ik. Allen zijn wij vanwege onze eenheid met de zondige Adam vervloekt.
Daarom zullen wij allen voor eeuwig verloren gaan, tenzij wij gered worden uit deze dood van de zonde. "En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven" (Mat. 25:46).
Wie zijn de rechtvaardigen?
Dat leert de Bijbel ons in Rom. 3:22-24. Ik citeer daaruit:
"… de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven; want er is geen onderscheid. Want zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods; en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is".
Rechtvaardigen zijn dus zij, die met hun hart in Christus geloven en daarom door de hemelse Vader bekleed zijn met de gerechtigheid van Zijn Zoon.
Hoe hebt u Christus leren zien als uw Zaligmaker?
Bij het beantwoorden van deze vraag was br. Winnett zeer sober. Het was net alsof hij het geheimenis van dit werk Gods in hem te teer vond, alsof hij bang was dat woorden iets van de wijding van dat ingrijpen van Gods Geest zouden wegnemen.
Hebt u vaak getuigd van dit wonder van Gods genade?
Ik kan het niet nalaten om daarover te spreken met ieder, die Christus nog niet kent.
(En inderdaad, br. Winnett vroeg copieën van dit getuigenis en, toen hij de samenkomsten van de Airbornes in september meemaakte, deelde hij dat, te zamen met andere folders van IRS, zoveel mogelijk uit en maakte een praatje met hen die Engels verstonden en trachtte hen het Evangelie uiteen te zetten).
Maar één gebeurtenis moet ik toch vertellen:
Een dochter van een collega van mij had met haar (r.-k.) school Nederland bezocht en was ook bij het militaire kerkhof van Oosterbeek geweest.
Ze was zeer ontdaan vanwege al die jonge soldaten - hun leeftijd staat op de grafkruisen vermeld. Zo maar ineens in de bloei en de kracht van hun leven afgesneden,weggerukt!
Op één van die graven zag ze een eikel liggen. Ze nam die mee en liet die via haar vader aan mij bezorgen. Ik schreef haar toen:
"Die eikel is een beeld van de boodschap van het Evangelie. Zo'n eikel moet in de grond begraven worden. Dan sterft hij en vanuit dat sterven ontkiemt een nieuwe plant, die uitgroeit tot een mooie en machtige eikeboom.
Zo moet elk mens sterven aan zijn eigen zondige 'ik', sterven en begraven worden met Christus. Alleen dan kan hij tegelijkertijd ontkiemen tot een nieuwe plant, een boom die de rijke vruchten van de Geest gaat dragen (Gal. 5:22).
Dat gebeurt door het geloof in Christus. Geloven in Christus betekent dat je jezelf ziet als een zondaar en daarom als iemand die voor eeuwig verloren is en terecht door God verworpen is. Tegelijkertijd betekent geloven ook dat je Christus aanvaardt als Degene die in jouw plaats jouw straf op Zich genomen en uitgedelgd heeft. En wanneer iemand door Gods Geest tot dat inzicht en die erkenning van eigen schuld, en tot het 'aannemen' van Christus (Joh. 1:12) is gekomen ontkiemt in hem tevens dat nieuwe leven in de gemeenschap met Christus".
Uit het boeiende vraaggesprek dat Maria van Beinum had met dhr. Winnett en dat verscheen in het Reformatorisch Dagblad:
"Ik weet nog goed dat ik direkt na de landing op de Ginkelse hei hier enkele dode Duitsers zag liggen. Een triest gezicht. Je werd er naar en misselijk van. Een jongen ook, door zijn hoofd geschoten. Maar op dat moment negeer je dat. Je moet verder".
"Wij groeven ons in op die heuvel daar. Daar werden we zo fel bestookt dat we noodgedwongen moesten terugtrekken. Er waren veel doden onder ons".
"Geen steen, staal, diamant, ja geen ding op aarde, is zo hard als het hart van een onboetvaardig mens"(Luther).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
