ONTMOETINGEN 43
Ik word aangevreten, bijna zou ik zeggen: weggevreten, door de twijfel. Twijfel aan alles.
Twijfel aan de Bijbel. Het komt op mij allemaal zo menselijk over. Als ik de Bijbel lees, kan mij dat aanvliegen: het lijkt erop dat die schrijvers alleen maar hun religieuze wensdromen, hun machtsbegeerte onder godsdienstige vermomming, erin hebben geprojecteerd.
Neem eens het boek Esther. Het zit knap in elkaar. Maar het klopt voor mij te veel. Het is voor mij als een sprookje van vrouwtje Piggelmee. En het Joodse volk heeft er zo 'n uitbundig happy end. En dan kunnen ze daarna lekker wraak nemen op hun vervolgers.
Zelfs twijfel aan het bestaan van God. Alles lijkt zich te voltrekken volgens ijzeren wetmatigheden. Schuldigen en onschuldigen worden door eenzelfde aardbeving opgeslokt. De dood is blind en haalt met zijn zeis uit zonder uit te kijken of het een grijsaard is of een leuke, levenslustige peuter of een opbloeiend meisje dat nog alles van het leven verwacht.
Ik zou zo graag weer het kinderlijke geloof hebben van vroeger, want ik lijd onder al die twijfels.
Bid a.u.b. voor mij. Bid om helderheid, inzicht en vergeving. Bid opdat de Heilige Geest over mij moge komen en al die mistroostige wolken van de twijfel wegvaagt.
Als God werkelijk bestaat, dan moet ik bij Hem zijn. O waarom openbaart Hij Zich niet duidelijk aan mij?! Dan pas zou ik echte rust hebben. En ik verlang zo naar die rust, want ik word doodmoe van dat innerlijke gevecht.
ANTWOORD:
Meen niet dat ik nu meteen een pasklaar antwoord voor u ga opdreunen. Liever zou ik even stil bij u gaan zitten en voorlopig niets zeggen.
En uit dat zwijgen van mij hoop ik dan dat u bemerkt dat ik volledig met u kan meevoelen. Op z'n tijd worden we (bijna?) allen door zulke twijfels bestormd. Maar soms kan die twijfel weken, maanden, misschien zelfs jaren aanhouden. Vreselijk is dat. Want eigenlijk heb je dan nergens meer houvast. Het is dan alsof je op ijsschotsen loopt. Even rust je erop, maar dan moetje al weer verder springen, want de ijsschots waar je nu op staat, begint te zinken. En zo wipje maar verder, zwevend en zwervend, alleen!
Laten we samen eerst eens nagaan wat de bedoeling van God kan zijn (als Hij bestaat, zoals jij aarzelend vraagt).
Een van de grondlijnen van de (her)schepping Gods is de groei. Wij móeten vooruit. Het is ongezond om terug te dromen naar het zon-overgoten jeugdland. Bij de mens betekent dit, dat we moeten uitgroeien tot steeds grotere zelfstandig heid. We moeten ons een persoonlijke overtuiging eigen maken. We mogen niet uiterlijk of innerlijk onze ouders napraten. De Heere wil geen papegaaien als Zijn kinderen. Hij wil dat wij heel oorspronkelijk, vanuit ons 'ik', vanuit ons hart, tegen Hem zeggen: Ik heb U lief; ik vertrouw helemaal in U.
We vinden in de Bijbel nog een tweede grondlijn: de Heere vraagt van de mens geloof, vertrouwen in Hem.
Dat vroeg Hij al van Adam en Eva. Maar zij vertrouwden God niet en werden goede maatjes met de slang, die hen bedroog.
De Heere zette echter die grondlijn van Zijn handelen voort. En sindsdien vraagt Hij geloof in het kwadraat: vertrouwen dat Hij niet slechts in het algemeen steeds maar gunsten wil uitdelen, maar zelfs gunsten aan zondaars, aan mensen die vanaf hun vroegste bestaan vijandig tegenover Hem stonden.
(En ook nu probeert de duivel het zaad van de twijfel in de harten van hen die de Bijbel als Woord van God aannemen, te strooien. Ook nu fluistert de verzoeker: "Nee, zo gemakkelijk gaat dat niet. Een God die je volkomen vergeven wil, zo maar, om niet? Gebruik toch eens je verstand. Dat kan toch niet! Nee, je zult eerst heel wat tranen van berouw over je zonden moeten hebben geschreid! Pas dan zal hij misschien, heel misschien, je vergeving schenken. Maar vertrouw daar maar niet al te veel op. Bij God kom je gemakkelijk bedrogen uit".)
Maar wanneer een mens eenmaal tot geloof in Gods goedgunstigheid om wille van Christus is gekomen, gaat de Heere verder met dat groeiproces.Hij wil dat vertrouwen in Hem steeds vaster, steeds meer onvoorwaardelijk, maken. Hij wil dan dat we alle aardse steunpunten kwijt raken.
We zouden zo graag even rusten op ons verstand als op een boom met vele takken, even je verhitte geest willen koelen in de schaduw van zijn gebladerte.
Maar het is alsof de Heere Zelf je daar telkens wegjaagt. Nee, de Heere verzoekt je niet. Hij tovert je geen prachtig denksysteem voor, waar alle vragen zich in zouden oplossen. Buiten Hem kun je het ook nergens vinden.
Dat is een enorm pijnlijk proces. Het kan zich lange tijd voortslepen.
Je krijgt dan een afkeer van jezelf. Je word gekweld door schuldgevoelens. Je voelt je ellendig, mat, dor als een zandwoestijn.
Wat moetje doen? In de eerste plaats kan het al een opluchting betekenen, wanneer je achter dit uitputtende lijden de liefdevolle bedoelingen van de Heere weet. Hij wil je niet straffen omdat je ooit iets heel erg verkeerd hebt gedaan.
Hij wil je louteren. Hij wil je steeds meer leeg maken van jezelf, opdat Hij met Zijn liefde en licht steeds meer bezit van je kan nemen.
En verder? Let op Zijn aanwijzingen! Terwijl ik zo in gedachten naast u zit, zie ik ziet u het ook - die vogel vliegen met wat stro in zijn bek. Het is lente. Hij is blijkbaar bezig met de bouw van zijn nest.
Elk voorjaar keert die trek in hem terug. Het mannetje en het wijfje worden naar elkaar gedreven door een perfekt voorgeprogrammeerde parings- en ouderdrift. Ze hoeven zich niet te bekommeren over de groei van het ei. Dat gebeurt vanzelf. En als dat ei gelegd is, gaan ze door een onweerstaanbare neiging dat ei verwarmen met hun lichaam en dan groeit daaruit vanzelf dat jonge vogeltje.
Vanzelf? Nee, natuurlijk niet, zegt nu ook uw verstand. Dit moet door een geweldige Geest zijn uitgedacht. Hij heeft Zijn wetten daar zo ingelegd dat Hij niet meer voortdurend Zelf hoeft in te grijpen en bij te sturen.
Als je zo iets meemaakt, is dat een aanwijzing van de Heere. Hij laatje dan even een vleugje van Zijn eeuwige Wijsheid zien. Even maar. Hij wil u daarmee zeggen: Hier ben Ik. Hij spreekt je dan aan in je verstand.
Maar Hij wil niet dat u Hem slechts bereikt met uw verstand. Hij wil uw hart hebben. Hij wil één worden met uzelf. En dat kan slechts in de diepte van het blinde vertrouwen.
Beschouw dat dan ook als een oefening. Vraag Hem of Hij met u wil mee-oefenen. Vraag het, ook al komt meteen weer die twijfel naar boven: Bestaat Hij wel?
Dat is ongeveer alles wat ik u zeggen kan. Want eigenlijk is het een zaak tussen u en God alleen. Daar kan geen mens tussen komen. Wij zullen op een eerbiedige afstand moeten blijven van wat zich tussen u en God die u liefheeft, afspeelt.
Wel kan en zal ik voor u bidden. En ik ben overtuigd dat ook vele lezers van IRS na het lezen van uw brief met mij mee zullen bidden voor u. "De Heere zegene en behoede u! De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De Heere verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede" (Num. 6:24).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
