In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE NATUUR EN DE GRONDEN VAN HET GELOOF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE NATUUR EN DE GRONDEN VAN HET GELOOF

6 minuten leestijd

Dit boek van Jacobus Koelman, "opgesteld in de vorm van een brief, tot vaststelling van de staat van degenen die Christus in geloof omhelzen", herschreven in modern Nederlands door drs. W. van Vlastuin (uitg. Hardeman-Ede, 129 blz. f 18,95), zal vele aangevochtenen tot grote vertroosting kunnen zijn.

Een stellig weten?

In het eerste deel beschrijft Koelman (1632-1695), een markante figuur uit de Nadere Reformatie, de natuur van het geloof.

Even lijkt het erop dat hij (p. 14) het niet eens is met de Heid. Catechismus, wanneer die belijdt dat het geloof "een stellig weten of kennis" is (Zd. 7).

Zijn bedoeling is echter dit: Hij wil wijzen op mensen, die met de grootste stelligheid voor zichzelf hebben uitgemaakt dat ze het ware geloof bezitten en dus in de hemel komen, terwijl het duidelijk is dat ze zich alleen maar wat hebben ingebeeld. Hun geloof is slechts een redeneer-geloof dat ze hanteren om des te geruster in hun onbekeerde staat, in hun zonde, te kunnen voortleven.

En daartegenover zegt Koelman terecht: Zulk een stellig weten is nog geen bewijs datje ook het echte geloof hebt.

De wil

Koelman geeft dan aan dat het geloof zetelt in de wil en daarin val ik hem van harte bij. Geloof is niet iets van het verstand noch van het gevoel, maar van de wil.

Koelman voert vijf redenen aan voor deze stelling. Ik noem er twee:

1. "Christus woont door het geloof in het hart en met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid, Ef. 3:17; Rom. 10:10. Onder het hart wordt niet het verstand, maar óf de wil öf de hele ziel verstaan".

2. "Door het geloof komt men tot Christus. Men moet door de wil komen, anders komt men in het geheel niet tot Christus, Openb. 22:17; Joh. 5:40" (p. 15).

Zestien gronden om te geloven

In het tweede deel geeft Koelman "zestien gronden van het geloof". Die zestien gronden worden bovendien nog onderverdeeld. Aan dit gedeelte kun je als gelovige je hart ophalen. En voor de twijfelenden, de tobbers en de aangevochtenen is dit een goudmijn, waarin ze de prachtigste parels van Gods beloften kunnen opdiepen. We citeren:

"De eerste grond waarop een ziel die geloof beoefent naar het Evangelie zoals ik dit beschreven heb, zich verzekeren mag en moet, is dat de Heere helder en overvloedig in Zijn Woord getuigd heeft dat allen die zo geloven zullen, zalig zullen worden" (32).

"De tweede grond van verzekering is dat er een eeuwig voornemen en vast besluit bij God genomen is, in Zijn eeuwige vrije liefde. Hij zal al degenen die in Christus geloven, behandelen als vaten der barmhartigheid. Hij zal hen volkomen heiligen en verheerlijken" (33).

Twintig wijze adviezen

Het derde deel bevat "twintig waarschuwende aanwijzingen". Koelman schrijft daarover: "Ik zal ze erbij voegen om hinderpalen te voorkomen en weg te nemen. Deze hinderpalen plegen de gelovigen op te houden en te verhinderen dat zij tot volle verzekering komen en daarin wandelen" (95). We citeren:

Voor al wie wil

"Ten zesde. Wacht u ervoor om te denken, zelfs om enig vermoeden in uw hart te koesteren, dat Christus niet aan allen aangeboden wordt, maar alleen aan degenen die zulk een diep inzicht in en gevoel hebben van hun gebrek, wat alleen aan de begenadigden door Gods Geest gegeven wordt. Christus wordt aan allen die het Evangelie horen, vrij aangeboden. De nodiging is vrij voor allen. Al wie wil, laat die komen" (104).

Eerst vruchten, dan pas de goede boom?

"Ten zevende. Verwerpt de mening en inbeelding dat u eerst in uw ziel een heilige gewilligheid, neiging of volwaardigheid moet zien en vinden om van alle zonden te scheiden, een uitwerpen van de beginselen van verdorvenheid, een bidden en smeken tot God, voordat u in Christus zoudt geloven en het genadeverbond tot zaligheid aan zou nemen, verwachtende dat God u in Christus genadig zal bezoeken en zegenen met Zijn zegeningen". "Dan zou er zelfs genade tot de ziel gekomen zijn, eer de ziel in Christus ingeënt is. De ziel zou vruchten dragen en een goede boom zijn, voordat zij met Christus verenigd is en een goede boom wordt" (105).

De oneindige boosheid van de zonde

"Ten achtste. Wacht u ervoor dit valse grondbeginsel in uw hart te houden, dat voordat u Christus aangrijpt, er een goede verhouding tussen uw zonden en uw droefheid over uw zonden moet zijn. Dit weerhoudt velen van het uitgaan van het geloof en het omhelzen van de Middelaar. Dit is geheel verkeerd en vals, want het is onmogelijk dat er een goede verhouding tussen uw zonden en uw droefheid over uw zonden zou zijn. Iedere ongerechtigheid en iedere overtreding heeft een soort oneindigheid ten opzichte van het Voorwerp, de oneindige God, tegen Wie de zonde begaan wordt" (106).

Hoe waar is wat Koelman hier schrijft. Als wij ten volle zouden beseffen hoe boos onze zonde in werkelijkheid is, we zouden het niet kunnen verdragen en sterven van gebrokenheid.

Tot Christus gaan is niet vermetel

"Ten negende. Acht het geen vermetelheid of hoogmoed dat zo'n groot zondaar die in zijn ziel niets anders dan zonde en ellende en wederspannigheid ziet, door het geloof uitgaat naar Christus om met Hem verenigd te worden en zo met God verzoend en van zonden genezen te worden. Veel zondaren zijn met deze valse mening behept dat het trotsheid, waan en vermetelheid zou zijn, als zij naar Christus gaan en hun zondige ziel in Zijn handen stellen. De satan weet hierdoor veel goeds te verhinderen. Let daarom op de volgende dingen …"(107).

Te vroeg naar Christus?

"Ten elfde. Wacht u ervoor om te denken en te geloven dat een zondaar te vroeg door het geloof tot Jezus kan gaan om alles van Hem en door Hem en omwille van Hem te ontvangen. Denk niet dat men eerst een tijdlang moet liggen onder het gewicht van de zonden en verbroken en verbrijzeld moet zijn. Denk niet dat men eerst zijn ledigheid, nietigheid en verloren staat een tijd moet voelen, voordat men een hartelijk en oprecht voornemen en vast besluit heeft om alle zonden met afgrijzen te verlaten". "Velen hebben de inbeelding dat de aanbieding niet terstond ingewilligd mag worden en dat Christus niet terstond omhelsd mag worden. Zij moeten, naar hun gedachte, eerst een tijd onder de geest der dienstbaarheid gelegen hebben" (110).

Uw vroomheid is niet een grond van uw rechtvaardiging

"Ten dertiende. Probeer niet om van uw godzaligheid en heiligheid een deel van uw fundament te maken, waarop u uw ziel zou neerleggen, in de verwachting bij God aangenomen te worden en u te verzekeren van uw staat. Dit heeft velen lange tijd verhinderd om te komen tot vrede en verzekering. Zij hebben zich eerst door heiligmaking, betrachting van plichten en doding van zonde aangenaam willen maken. Weliswaar niet geheel en al met uitsluiting van Christus en van de vrije genade, maar toch wel ten dele" (116).

Ik zou nog veel meer willen aanhalen uit dit zeer waardevolle boek, maar het bovenstaande is, naar ik meen, voldoende om bij u de eetlust voor de bijbelse spijs die erin geboden wordt, op te wekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE NATUUR EN DE GRONDEN VAN HET GELOOF

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989

In de Rechte Straat | 32 Pagina's