In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Licht over Polen (7)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Licht over Polen (7)

Getuigenis van ex-priester R.K. Mazierski

6 minuten leestijd

Mijn strijd duurt voort

Ondanks al deze pijnlijke belevenissen bleef ik geloven dat onze kerk de enige ware Kerk van Christus is. Ik probeerde me uit die netelige vragen te ontworstelen door er een draai aan te geven. Ik zei tegen mezelf: Dat kun je de kerk niet verwijten. Dat zijn de gevolgen van overdrijvingen van enkele priesters die nog roomser willen zijn dan de paus en die blijkbaar meenden dat het goede doel, de grootmaking van de kerk, de slechte middelen, de bangmakerij, heiligde.

En ik wist ook dat er priesters waren die hun geloof in feite verloren hadden en slechts om den brode hun priesterambt bleven uitoefenen.

Soms echter sloeg de schrik mij om het hart, wanneer ik dacht dat ook ik ooit nog eens zulk een kille priesterautomaat zou worden. Maar de Heere liet niet toe dat ik zo diep zou vallen, ofschoon ik met mijn hardnekkig ongeloof Hem zo lang tegenwerkte.

Soms zond de Heere door alle duisternis heen de stralen van Zijn lieflijke licht. Soms onderwees Hij mij door gebeurtenissen, die mij sterk aangrepen. Eén daarvan wil ik nu vertellen.

Geroepen bij een stervende

Het was vroeg in de morgen in het voorjaar. Dan zijn de dagen in ons land eentonig en grauw, aan één stuk door sneeuw of regen.

Iemand klopte aan mijn deur. Ik was net terug uit de kerk waar ik de mis had opgedragen.

De chauffeur van een vee-vervoerswagen stapte binnen. "Eerwaarde, wilt u de laatste sacramenten bedienen aan een stervende?" "Ja, natuurlijk, ik ga meteen mee".

Ik haalde het geconsacreerde brood (de Hostie) en de andere benodigdheden uit de kerk, stapte in de wagen en zo reden we door de straten.

De chauffeur klingelde soms met de kleine altaarbei om de voorbijgangers erop opmerkzaam te maken dat ik de Hostie, dus God Zelf, bij mij droeg, zodat ze konden neerknielen om de geconsacreerde ouwel te aanbidden.

De stervende bevond zich in een kleine woning in de buitenwijk van de stad. Ik moest bukken omdat het plafond zo laag was.Alles was uiterst armoedig. Het grootste gedeelte van de kamer werd in beslag genomen door een bed van stro waarover een laken was gespreid. Daarop lag de stervende.

Hij was nog maar 46 jaar oud, maar zag er uitgeteerd uit. Waarom? Was de oorzaak ziekte, armoede, al te zwaar werk?Hij lag daar, zijn ogen starend naar het plafond. Hij ademde moeilijk. Ik moest mij haasten, anders zou hij te vroeg sterven, zonder de genademiddelen waarover de kerk beschikte.

Ik begon met hem te praten, maar zijn vrouw onderbrak mij: "Ik denk niet dat hij u hoort, want hij is reeds buiten bewustzijn".

Ik betwijfelde dat echter en riep in zijn oor: "Ik ben hier, de kapelaan. Probeer uw zonden na te gaan en biecht ze aan mij". Maar hij verroerde zich niet.

Ik dacht: misschien hoort hij mij niet, maar kan hij mij wel zien. Ik ging daarom aan het voeteneinde staan, zodat hij mijn priestertoog, mijn superplie en stola (de gewaden die een priester draagt bij de bediening van de sakramenten) kon zien. Maar er kwam geen reaktie.

Ik pakte een crucifix dat ik altijd bij mij droeg en drukte dat zachtjes tegen zijn lippen. Maar ook daarop reageerde hij niet. Daar stond ik nu aan het bed van een man in doodsstrijd. Ondanks al mijn kennis en macht als priester om zijn ziel te redden en voor hem de weg naar de hemel te openen, kon ik niets uitrichten. Er was nog één mogelijkheid. Ik zou hem 'voorwaardelijk' de absolutie (=de vrijspraak van de zonden) kunnen geven. Die absolutie zou echter alleen maar effektief zijn, wanneer hij van tevoren berouw had gehad over zijn zonde. In dat geval zou de vergeving door God geschonken worden, ook zonder belijdenis van de zonden aan een priester.

Maar als dat berouw er bij hem niet geweest is? De theologen antwoorden op die vraag: Dan is het zijn eigen schuld dat deze voorwaardelijke absolutie geen uitwerking heeft en hij dus naar de hel gaat.

Maar dat wilde ik nu juist niet. Ik zou het verschrikkelijk vinden, wanneer deze man voor altijd verdoemd zou zijn.

In mijn nood keek ik nog eens naar het vale, uitgeteerde gezicht. En toen viel mij op dat zijn lippen bewogen, aan één stuk door. Ik legde mijn oor bij zijn lippen en toen ving ik de woorden op: "Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest".

Dat waren dezelfde woorden die de Heere Jezus had gesproken, toen Hij stierf voor onze zaligheid, 'opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar eeuwig leven hebbe" (Joh. 3:16).

En daar lag nu deze stervende man. Hij zag niets meer, hij hoorde niets meer, maar vanuit zijn ziel borrelden deze vertrouwvolle woorden op en hij sprak ze de Heere Jezus na: "Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest". Toen stierf hij.

Jezus, Verlosser!

De kerk met haar rituelen faalde bij de redding van deze ziel. Maar voor mij had deze gebeurtenis een grote betekenis. De Heere gaf mij op dat moment de zekerheid dat deze man helemaal geen voorwaardelijke of onvoorwaardelijke absolutie van mensen nodig had, want hij was reeds gered door zijn geloof in Jezus Christus als enige Priester en Zaligmaker.

Dit geloof moet allang zijn leven gevuld hebben. Het moet hem ook tijdens zijn ziekte troost en kracht hebben gegeven. Hoe zou hij anders in zijn doodsstrijd zich zo op de Heere kunnen verlaten dat hij in vrede deze woorden uitsprak: "Vader, in Uwe handen beveel ik mijn geest"?

Dit was de beste theologische onderwijzing, die ik ooit gekregen had. De Heere Zelf had mij aan het bed van een stervende laten zien dat de zaligheid niet afhangt van mensen, van rituelen, sakramenten of dogma's, maar uitsluitend van het kruisoffer van Christus, waaraan wij deel krijgen door het geloof in Hem.

Pas later, na mijn bekering, vond ik deze waarheid bevestigd in de Schrift: "De rechtvaardige zal door het geloof leven" (Hab. 2:4 en Rom. 1:17).

Deze ontdekking was voor mij een openbaring. Mijn geloof in de r.-k. leer over de sakramenten die uit eigen kracht (ex opere operato), dus min of meer automatisch, de zaligheid zouden bewerken, viel in duigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1989

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Licht over Polen (7)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1989

In de Rechte Straat | 32 Pagina's