De soevereiniteit van God
Aldus ds. W.A. Pink (1886- 1952) in zijn boek "De soevereiniteit van God", uit het Engels vertaald door J. Koutstaal (uitg. De Banier der Waarheid, postbus 81004, Rotterdam, 149 blz.).
Hij wijst dan op twee bijbelse waarheden: "God is soeverein; de mens is verantwoordelijk".
Men kan volgens hem in deze waarheden aldus ontsporen: "De klemtoon leggen op de soevereiniteit van God, zonder ook de verantwoordelijkheid van het schepsel te handhaven, leidt tot fatalisme; om zo bezig te zijn met de verantwoordelijkheid van de mens dat men het zicht op de vrijmacht van God verliest, is het schepsel verheffen en God onteren" (17).
Pink zegt dan dat het evenwicht in zijn tijd - hij schreef het boek in 1918 - beslist verbroken was. Altijd maar weer werd er gehamerd op wat de mens kan en moet. Daarom wilde hij in zijn boek bewust die verwaarloosde kant, nl. Gods soevereiniteit, eenzijdig belichten.
Eenzijdig
Als we dan kijken naar de situatie van de kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland in onze tijd, dan zien we naast elkaar twee eenzijdige richtingen: de ene richting wijst voortdurend op de soevereiniteit van de uitverkiezende God; de anderen beklemtonen altijd maar weer de menselijke verantwoordelijkheid.
Vaak is de ene richting een reaktie op de andere. Pink zegt daarover: "Een of ander deel van Gods Woord is gemaakt tot een'lievelingsleer' en deze is dikwijls het kenmerk, het herkenningsteken, van een partij geworden" (17).
Daarnaast zien we echter ook in Nederland kerken en geloofsgemeenschappen, waar de beide waarheden wél in de juiste harmonie gepredikt worden. Wat is het een verademing, als je onder zulk een Woordbediening mag zitten!
Het hart van het geloof
In dit boek legt Pink dus eenzijdig de nadruk op de soevereiniteit van God. En ik ben daar erg blij om, want de belijdenis van de volstrekte soevereiniteit is het hart van het ware geloof.
Hij omschrijft de soevereiniteit van God aldus: "de oppermacht van God, de Godheid van God". "Zeggen dat God soeverein is, is verklaren dat God God is, dat Hij de Allerhoogste is, de Almachtige, de Bezitter van alle kracht in hemel en op aarde, zodat niemand Zijn raad kan teniet doen, Zijn voornemen kan doorkruisen of Zijn wil kan weerstaan (Ps. 115:3)".
"De God van de twintigste eeuw is een hopeloos verwekelijkt wezen, die het ontzag van geen enkel redelijk denkend mens verdient. De God van menige hedendaagse kansel is eerder een voorwerp van medelijden dan van ontzag inboezemende eerbied" (28-29).
Schriftuurlijke kracht
Uitvoerig toont Pink aan dat de Bijbel telkens weer die soevereiniteit van God leert. En dat is zijn grootste kracht. Dan is hij overtuigend.
Maar soms probeert hij die soevereiniteit ook nog enigszins te bewijzen met argumenten vanuit de rede. Dat vind ik een beetje jammer. Zijn Schriftbewijzen zijn zo helder en zo sterk dat ik er geen behoefte aan heb om daar nog eens het kaarslicht van ons menselijke verstand bij te halen.
Een voorbeeld: "Wie verklaren dat het oorspronkelijke plan van de Schepper door de zonde mislukt is, onttroont God. Wie oppert dat God in Eden werd verrast, haalt de Allerhoogste neer tot het peil van een eindige, dwalende sterveling" (p. 29).
Zo redeneerde ik vroeger ook vanuit de scholastiek, de logica van de filosoof Aristoteles. Maar toen ik de Bijbel intenser ging bestuderen, werd ik voorzichtiger en vertrouwde veel minder op mijn redeneervermogen. Ik las bv.: 'Toen berouwde het de Heere dat Hij de mens op de aarde gemaakt had en het smartte Hem in Zijn hart" (Gen. 6:6).
Een God die ergens berouw en smart van heeft, kon ik niet meer rijmen met de absolute en onbewogen God van de filosofen.
Maar ik herhaal: dat redeneren komt slechts hier en daar in het boek voor.
Waarde voor ons bevindelijke leven
In het laatste gedeelte bespreekt Pink "Onze houding jegens Gods soevereiniteit" en "De waarde van dit leerstuk".
Dan is hij op z'n best. Dan laat hij zien wat het leerstuk van de soevereiniteit Gods betekent voor ons bevindelijke leven. We citeren:
"Gods soevereiniteit erkennen is een komen in de tegenwoordigheid van de verheven Majesteit in de Hoge. Het is een zicht hebben op de driemaal heilige God in Zijn verheven heerlijkheid" (115).
"Gelukkig is hij wie ontzag is ingeboezemd op Gods majesteit, die zicht heeft gekregen op Gods ontzaggelijke grootheid, Zijn onuitsprekelijke heiligheid, Zijn volmaakte gerechtigheid, Zijn onweerstaanbare kracht, Zijn soevereine genade" (117)
verder werkt hij uit: "Deze leer verschaft een gevoel van volkomen veiligheid, schenkt troost in droefheid, brengt een geest van zoete overgave voort, roept een lofzang op, waarborgt de uiteindelijke triomf van het goede over het kwaad, schenkt een rustplaats voor het hart" (p. 133 - 140).
U begrijpt dat ik dit boek van harte aanbeveel. Wel is de vertaling volgens mij vaak stroef. Maar ondanks dat komt de bedoeling van de schrijver voldoende uit de verf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
