Op weg naar de eeuwigheid
"De christinnereis naar de eeuwigheid" van John Bunyan is opnieuw verschenen, herschreven in de huidige taal (uitg. De Banier-Utrecht, 176 blz. ƒ 9,75). En ofschoon het geen gewoonte is om een recensie te geven van een herdruk, kan ik het niet nalaten het in dit geval wel te doen.
Waarom spreekt dit boekje evenals het daaraan voorafgaande "De christenreis naar de eeuwigheid" mij en zovele anderen zozeer aan? Ik kan natuurlijk alleen maar voor mezelf spreken.
Het verbaasde mij dat ik steeds weer onder de indruk kom van deze boekjes van Bunyan, want al zijn ze herschreven in de huidige taal. de vorm, nl. de allegorie, is zeer beslist ouderwets.
En toch boeit ook deze "Christinnereis" mij van a tot z. Waarom? Waarschijnlijk omdat ik mezelf zozeer herken in de strijd, de aanvechtingen en in de overwinningen van deze christin. En als ik "overwinningen" zeg, dan aarzel ik al weer, want dan wil ik er meteen aan toevoegen: overwinningen in Christus, want uit en door mijzelf kan ik alleen nederlagen boeken.
In tranen zaaien en met gejuich maaien
Ik ben het hartgrondig eens met Christinne als zij zegt: "De Waarheid zegt dat zij die in tranen zaaien, met gejuich zullen maaien. Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende, maar voorzeker zal hij met blijdschap wederkomen, dragende zijn schoven (Ps. 126:5, 6)" (p. 25).
Dit heeft niets te maken met een zogenaamd "zwaar" christendom. Het zuchten van deze Christin is geen vervelend gezeur, haar tranen zijn niet tevoorschijn geperst door middel van het geredeneer van een of ander bevindelijk stelsel.
Haar tranen zijn echt. Zij schreit, omdat de Heilige Geest haar door het Woord heeft laten zien wie zij is: een schuldige die het verstout heeft te rebelleren tegen de Heilige, de Almachtige, haar Schepper, haar Heere, haar God.
De kracht der godzaligheid
En die tranen komen, naar ik meen, op uit het hart, en soms ook uit de ogen, van elke gelovige. Het zijn tranen die het hart verkwikken, want ze ontspruiten tevens aan het hart van God, van Wie de gelovige weet dat Hij zijn barmhartige Vader is in Christus.
Het is de zielehouding die het gevolg is van het zien van zichzelf als een door en door schuldige zondaar, die desondanks volkomen vergeving heeft gekregen vanwege de liefde van de Vader, die voor onze verzoening met Hem de Zoon heeft gegeven.
Dit schreien blijft de gelovige zijn hele leven lang bij. Deze tranen zijn als het reukwerk der gebeden, "de offerande des lofs" (Hebr. 13:15) die wij aan God "opofferen".
Immers de gelovige weet dat hij God geen gaaf goed werk kan aanbieden, maar slechts de tranen van verdriet om de zondigheid die hem altijd blijft aankleven.
Zij die nooit bij zichzelf zulk een schreien in hun hart bespeuren, doen er goed aan zich af te vragen of ze wel "kennis hebben aan de kracht der godzaligheid" (p. 75).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
