De foltering van een Jodin
Uit de verslagen van de folteringen door de Inquisitie neemt het boek "Inquisitie en contra-reformatie" twee voorbeelden over, waarvan wij er één hieronder laten volgen, vertaalt uit de notulen van de Inquisitiezitting.
Elvira del Campo uit Toledo werd ervan beschuldigd geen varkensvlees te willen eten en zich op zaterdag te verschonen - twee feiten die op joodse ketterij wezen. Bij het verhoor gaf zij weliswaar deze feiten toe, maar ontkende dat zij hiermee ketterse bedoelingen zou hebben. Daarom werd zij in 1568 gefolterd:
"Zij werd naar de martelkamer gebracht, waar haar werd meegedeeld dat ze de waarheid moest spreken, waarop zij antwoordde dat ze niets te zeggen had. Ze kreeg bevel zich uit te kleden. Nogmaals werd ze gemaand, maar opnieuw zweeg ze. Toen ze zich had ontkleed, zei ze: "Heren, ik heb alles gedaan wat van mij gezegd wordt, en misschien is het verkeerd om dat te bekennen want ik zie mijzelf niet graag in deze toestand. Maar bij God, ik heb niets misdaan." Er werd haar te verstaan gegeven dat zij geen valse getuigenis mocht afleggen maar de waarheid moest spreken. Toen werden haar armen vastgebonden en zei ze: "Ik heb de waarheid gezegd. Wat moet ik nog zeggen?" Er werd een lus om haar arm gelegd en ze werd gemaand de waarheid te spreken. Weer zei ze dat ze niets te zeggen had. Toen huilde ze en sprak: "Ik heb alles gedaan wat men zegt." Op de eis om meer bijzonderheden over haar daden te geven, vervolgde ze: "Zeg maar wat u weten wil, want ik weet niet wat ik zeggen moet…" Na nog een omwenteling van de bout zei ze: "Doe het touw wat losser, dan kan ik bedenken wat ik zeggen moet. Ik weet niet wat ik gedaan heb. Ik heb geen varkensvlees gegeten omdat ik er ziek van werd. Ik heb alles gedaan. Maak me los en ik zal de waarheid zeggen …" Ze kreeg bevel te spreken en zei: "Ik heb het niet gegeten; ik weet niet waarom." Opnieuw werd opdracht gegeven de bout een slag te draaien, en ze zei: "Heer, ik heb het niet gegeten omdat ik het niet lustte. Maak me los en ik zal het u vertellen." Ze kreeg bevel te zeggen wat ze ons katholieke geloof had misdaan. Ze zei: "Haal me hier weg en zeg me wat ik moet vertellen. Ze doen me pijn. O, mijn armen, mijn armen!", wat ze vaak herhaalde … De strop werd nog strakker aangetrokken en ze zei: "Heren, hebt u dan geen medelijden met een zondige vrouw?" Jazeker, werd haar te verstaan gegeven — als ze maar de waarheid zou spreken. Ze zei: "Heer, zeg het mij, zeg het mij." Er werd haar bevolen bijzonderheden te geven, waarop ze antwoordde: "Ik weet niet hoe ik het zeggen moet. Heer, ik weet het niet." Daarop werd de strop wat losser gemaakt en er werden zestien wikkelingen geteld. Bij de laatste was het touw gebroken. Na de strop kwam de volgende foltering: "U kunt uw geweten ontlasten door de waarheid te spreken voordat het water in uw keel wordt gegoten." Vervolgens werd de linnen doek in haar keel aangebracht en zei ze: "Haal dat weg, ik stik en mijn maag doet pijn." Daarop werd een kruik water in haar keel leeggegoten en kreeg zij bevel de waarheid te spreken. Ze huilde dat ze wilde biechten omdat ze dood ging. Er werd haar gezegd dat de folteringen zouden doorgaan tot ze de waarheid had gesproken en opnieuw werd ze gemaand te spreken. Maar ondanks de herhaalde vragen bleef ze zwijgen. Toen de inquisiteur zag dat ze door de folteringen volkomen uitgeput was, gaf hij bevel deze te onderbreken."
Na vier dagen werd de arme Elvira opnieuw naar de martelkamer gebracht om te worden gefolterd. (In de praktijk hield men zich dus niet aan het principe dat iedereen maar één keer gefolterd mocht worden.) Haar vertwijfeling werd steeds groter, maar ten slotte wist de inquisiteur haar de bekentenis te ontlokken dat ze in het geheim het joodse geloof aanhing. Ze smeekte om genade en om boete te mogen doen. Alles was volgens plan verlopen, (p. 164-165)
Hoe weerzinwekkend moet deze vertoning van mannelijke overmacht zijn geweest: een naakte vrouw die aldus gemarteld werd door mannen, priesters-inquisiteurs die de celibaatsgelofte hadden afgelegd.
Voeg daaraan toe dit bericht: "Volgens de overlevering zou ook de Heilige Dominicus kort voor zijn dood een zonde hebben gebiecht: hij gaf toe dat hij bij voorkeur mooie, jonge vrouwen tot hel geloof had bekeerd" (16).
De heiligverklaarde Dominicus
Dominicus (1170-1221) is de stichter van de orde van de dominicanen, die zich volledig heeft ingezet voor de Inquisitie en de meeste inquisiteurs heeft geleverd.
"De dominicanen waren in Europa bepaald niet geliefd. Hun naam werd vaak verbasterd tot "domini-canes" of "honden des Heren" (15).
De dominicanen hebben inderdaad een hondje in het ordeteken, maar zij verklaren dat uit het feit dat zijn moeder vóór de geboorte van haar zoon gedroomd had dat zij niet een kind, maar een klein hondje ter wereld had gebracht.
Maar dat bleek dus later niet een lief schoothondje, maar een helse bloedhond te zijn. Dominicus heeft gestaan achter de oproep van paus Innocentius III tot de kruistocht tegen de Katharen met als gevolg: "Steden werden veroverd en verwoest, dorpen en kastelen werden platgebrand, vrouwen en kinderen werden vermoord", en alleen reeds in de Provence (Zuid Frankrijk): "Duizenden vlammende brandstapels met slachtoffers die van ketterij waren beschuldigd en ter dood werden gebracht" (15).
Thomas van Aquino (1225-74), eveneens dominicaan, heeft in Zijn SummaTheologica het recht van de staat om ketters ter dood te brengen (I I-I I. q. 10, art. 8 en q. 11 art.3,c.) en van de kerk om ketters met het oog daarop aan de staat over te leveren (I I-I I, q. 11 ,art. 3 c.), verdedigd.
Kard, de Jong verdedigt in zijn "Handboek der kerkgeschiedenis" (II, p. 330) het recht van de Inquisitie om lijfstraffen toe te passen met een beroep op canon 2214 van het vorige kerkelijke wetboek. Deze bepaling is in het nieuwe wetboek van 1983 canon 1311 en 1312 geworden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1989
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
