ONTMOETINGEN 38
Meestal ben ik btij en rustig, omdat ik mag weten door genade een kind van God te zijn. Ik kan niet leven zonder die zekerheid.
Maar doordat u het boek van ds. Oosten "Wat is een oprecht geloof'? aanbeval, ben ik enigszins gaan twijfelen. Ik stelde mij de vraag: Is mijn geloof wel oprecht? Heb ik het geloof waardoor ik mag weten dat ik het eigendom ben van Christus? Of is daar een ander soort geloof voor nodig?
Zulke vragen maken me verdrietig. Ik krijg daardoor de neiging om in mezelf te gaan wroeten en te piekeren.
En toch weet ik tegelijk dat ik niet mag twijfelen aan Gods liefde en genade. Mijn enige hoop is de Heere, Zijn liefde, Zijn ontferming, Zijn genade. Ik wil zo graag Hem meer liefhebben, steeds meer tot Zijn eer leven.
ANTWOORD:
U moet helemaal niet in uzelf zitten te graven. Dat doe ik ook niet. Ik geniet van de Heere zoals Hij vanuit de Schrift Zich aan mij openbaart.
Het is net als bij het aanschouwen van iets moois, een prachtig panorama, een klassieke schilderij. Dan gaan we toch ook niet kijken of ons oog wel goed funktioneert.
Dat mijn oog dan goed funktioneert, weet ik vanzelf omdat ik al dat mooie kan zien.
Zo is het ook met het geloof. Door het geloof zie ik Christus en in Hem de Vader. Dan heb ik er helemaal geen behoefte aan om na te gaan of ik wel goed geloof. Dat ik goed geloof merk ik wel, omdat ik Christus zie in de schoonheid van Zijn barmhartige liefde.
Ik merk ook aan de manier waarop u schrijft, dat ook u over een goed funktionerend geloofsoog beschikt. U ziet dezelfde levende Christus als ik.
Daarom is er ook die gemeenschap der heiligen tussen u en mij, wanneer u ons blad leest. Dan merkt ook u dat ik over dezelfde Christus der Schriften, de Gekruisigde en de Opgewekte om onze zonden, schrijf.
Wel kom ik nog al eens tot de ontdekking dat ik soms uitdrukkingen gebruik, die bij lezers anders overkomen dan ik bedoel. Dat komt wellicht, omdat ik nog steeds moeite heb met het aanvoelen van de gevoelswaarde van bepaalde termen in bevindelijke kringen, omdat ik pas op latere leeftijd tot de Reformatie ben overgegaan.
Ook blijft het een moeilijkheid dat je voor twee groepen tegelijk moet schrijven: 1. mensen die zich niet willen bekeren en zichzelf de hemel inpraten om gerust naar het vlees te kunnen leven; 2. mensen zoals u die leven in de vreze des Heeren en daarom telkens weer bemoediging nodig hebben.
Uit heel uw brief blijkt toch immers dat u de Heere Jezus persoonlijk kent als uw goede Herder, die Zijn leven heeft gegeven voor u, een schaap van Zijn kudde, de Zaligmaker voor zondaren zoals u en ik.
Daarom beleeft u ook de vreugde van de gemeenschap der heiligen met mij, wanneer ik daarover schrijf. U herkent daarin dan diezelfde Heiland.
Maar die gemeenschap der heiligen mag pas op de tweede plaats komen. De eerste en de eigenlijke Bron van onze vreugde moet Jezus Christus zijn. En Hem leren we steeds beter, steeds inniger kennen naar de mate wij het Woord Gods waarin Hij centraal staat, gelovig overdenken.
Nogmaals: wroet niet in uzelf, maar zie op naar Hem. "Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond" (Hebr. 2:9).
In Christus kunnen alle tegenstellingen overwonnen worden. "Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Daarin is noch Jood noch Griek… daarin is geen man en vrouw, want gij zijt allen één in Christus Jezus" (Gal. 3:27,28). Je zou aan dat rijtje kunnen toevoegen: In Christus is geen reformatorisch noch evangelisch, geen voorwerpelijk of bevindelijk christen, want gij zijt allen één in Christus. Amen! Het zij zo!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1989
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1989
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
