CALVIJN
CALVIJNS LEVENSWERK belicht vanuit zijn brieven; deel 5 "Als leraar in de wijngaard des Heeren", door P. Kuijt (uitg. De Banier - Utrecht, 105 blz. f 14,75).
Met bijzonder veel genoegen heb ik dit boekje gelezen. Ik zou het iedereen aanraden, die vanuit zijn (b.v. roomse) opvoeding het idee meegekregen heeft van Calvijnalseen perkamenten, koude kikker en een meedogenloze diktator.
In dit boekje zie je heel duidelijk de mens Calvijn uit zijn brieven naar voren komen: een diepgelovige man, ootmoedig, vroom, wijs en toch krachtig.
En vanzelf merk je dan weer zijn briljante geest, de uitstraling van de vele gaven die hij van de Heere heeft gekregen.
De roomse priester, François de Mandallaz, had de burgers van Genève opgeroepen om terug te keren naar de alleen zaligmakende Roomse Kerk. Uit het antwoord van Calvijn citeren we:
"U verlangt dat wij het dierbare vlees en bloed van onze Heere Jezus Gode als een offer moeten toebrengen. Nu zegt de Heere evenwel niet dat wij Zijn lichaam Hem ten offer zullen brengen, maar het (aan)nemen moeten: 'Neemt' zegt Hij, 'eet' ".
"U adviseert ons verder de schone, publieke processie in ere te herstellen. Maar wat zou men daarmee? God tevreden stellen met grote pronk en ceremonieel? U zult zeggen: onze bedoeling is dat zulke processies gehouden moeten worden uit eerbied voor God.
Maar wat is dat dan voor eerbied: ons vertrouwen te stellen op kaarsen, fakkels, schitterende en kostbare gewaden, beelden en kisten met relekwieën? Dat is altijd de handelwijze van de heidenen geweest" (44-45). (zie foto hiernaast).
In een brief aan Du Tillet: "Wat mijn terugkeer betreft naar de roomse kerk, ik moet u bekennen dat ik het al heel zonderling vind dat u daarover begint. Een weg zoeken om daarheen weder te keren, waar ik was als in een hel!!!"(71).
Gods verborgenheden
Ontroerend kon Calvijn daarover schrijven: "Laten Gods kinderen zich leren troosten met dat éne woord: Wij zijn töch van het huis Gods. Laat het u genoeg zijn dat God ons de eer aandoet ons tot Zijn paleis en tot Zijn heiligdom te rekenen.
Indien wij tot de kerk van God behoren, leidt Hij ons metzo'n vertrouwelijkheid inde grote en bewonderenswaardige verborgenheden van Zijn wijsheid in, als een vader omgang heeft met Zijn kinderen" (62).
Tranen van Calvijn
De heren uit Genève komen met brieven, waarin gesmeekt wordt of Calvijn wil terugkeren. Calvijn schrijft daarover aan Farel:
"Bewogen legden de Genèvers de toestand van de kerk in hun stad ons voor. Ook uw brief en die van Viret werden voorgelezen. Wat ik sprak behoef ik u niet te zeggen. Ik bezwoer hen op allerlei wijze van mij af te zien. Hoe ernstig mij deze zaak was, konden ze wel zien, want ik schreide meer tranen dan ik woorden kon uitbrengen. Twee keer onderbrak ik mijn antwoord, omdat ik in tranen uitbarstte. Ik moest me dan even verwijderen" (76).
Om verschillende redenen was ik erg blij dit te lezen. Zelf heb ik ook nog wel eens last van tranen en ik geneer mij daar altijd erg voor. Maar als zelfs de grote Calvijn daar moeite mee had, dan hoeven ook wij ons niet te schamen over een dergelijke zwakheid.
BROCHURE T. VANHUYSSE
In dit nummer treft u als bijlage de nieuwe brochure van br. T. Vanhuysse aan. Het leek ons gewenst dat u op deze manier wat uitvoeriger met hem kennis maakt. Velen van u hebben reeds iets gestort in het Vanhuyssefonds. Onze hartelijke dank. De stand van dat fonds is thans 61 %. Wie doet nog mee?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1989
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1989
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
