OPVOEDING 2
(Opvoeding 1 was Ontmoetingen 35)
Deze week had ik extra problemen met de opvoeding en ik wenste wel dat u in de buurt was om raad te vragen. Ik dacht er ook over u te bellen, maar ik werd er ineens mee geconfronteerd. Dan moetje dadelijk reageren. Bovendien kon ik het later met mijn man bespreken.
Toch heb ik er behoefte aan om het achteraf ook nog eens aan u voor te leggen. Misschien hebben anderen dan ook nog wat aan uw advies, ook al is elk geval toch weer anders.
Even nog dit. Het moet mij van het hart, omdat ik daar zo heel erg dankbaar om ben. Mijn man en ik zijn geweldig rijk met elkaar. We voelen elkaar heel harmonieus aan en vullen elkaar aan. We zijn wel met z'n tweeën, maar zijn toch ook weerzo wonderbaar één geworden, zo anders één.
We hadden zogezegd wel een goed huwelijk, maar de laatste jaren zijn we ook geestelijk steeds meer eender gaan denken. We zijn eensvoelend, eensverlangend, eensdenkend en eensdankend geworden. God alleen zij alle eer! Want met verbazing konstateer ik deze gave van Gods liefde in onze onderlinge liefde.
Ik vond het fijn te lezen dat u er ook over denkt om een rubriek over opvoeding te beginnen. Ik ben overtuigd dat daar grote behoefte aan is.
Er zij natuurlijk ook boeken over opvoeding. Ik heb ze ook op mijn verlanglijstje staan. Maar ze zijn nooit gekocht, want het zijn geen Nederlandse schrijvers. Daar komt nog bij: ook al zijn er sommige van in het Nederlands vertaald, ze komen toch uit een ander land met andere gewoontes.
Zo heb ik veel boeken van W. Tobisch en zijn vrouw gelezen, en verder boeken van D. Seamonds en Lloyd Jones; dus al met al heb ik al behoorlijk wat opvoedingsadviezen ontvangen. Maar tóch, zomaar ineens kun je komen te staan voor situaties, die je niet kunt overzien.
Op een afstand bekeken valt alles dan achteraf vaak reuze mee. Maar mag ik u toch dat voorval voorleggen?
Het gaat dus niet over de alledaagse gezinsproblemen, de onverdraagzaamheid soms van de kinderen onder elkaar, pesterijtjes, dwarsliggen als gevolg van leeftijdsfasen. Die kun je wel aan, daar raak je (ook al is het soms zuchtend) aan gewend.
Dinsdag was ik pas na half vier thuis, dus de school was al afgelopen en mijn zoons waren thuis.
Mijn tweede zoon, 10 jaar oud, had dorst. Dat heeft hij altijd na school. Doodleuk pakt hij een fles bier uit de koelkast en drinkt die op (brrr! ik moeter niet aan denken). Hij geeft zijn vriendjes ook nog een slokje, dit alles met een air: Dit mag bij ons! Nu drinken wij helemaal geen bier, alleen heb ik altijd (soms vergeet ik het, hoor) drie a vier flesjes bier in huis voor visite, die het wèl drinkt.
Een kwartier later kom ik thuis. Daar staat dat lege flesje open en bloot op tafel. Hij zegt tegen mij: "Ik had dorst en dat mag toch van jou"!
Nu had hij een schijn (maar meer dan een schijn was het beslist niet) van gelijk. De dag tevoren had hij om bier gevraagd en ik vond het zo'n domme vraag, dat ik dacht dat hij de leukste wou wezen. Daarom zei ik: "Wel ja joh! Maar drink dan wel een heel flesje leeg. dan ben je zeker dat je ziek wordt".
Natuurlijk nam hij toen niets. Maar toen zijn vader die vraag hoorde, was die boos en verbood het kortaf. Dus het leek mij een afgedane zaak. In dier voege had hij de volgende dag dus 'gewoon' een pilsje genomen.
Maar ik was uit 't veld geslagen. Ik was uit alle woorden. Het is een kind, dat wel, maar het is niet enkel naïviteit, want dan had hij gewacht tot ik thuis was. Bovendien had hij het duidelijk verbod van zijn vader gekregen. En dan wordt je zonder knipperen voorgelegd: "Het mag van jou".
Dan kan ik wel huilen van machteloosheid: hoe pak je zo iemand aan?
Je bent dan boos en verdrietig en twijfelt aan jezelf. De vragen rijzen je als haren te berge: Proeft een tienjarige geen verschil tussen ernst en scherts? Word je gruwelijk misbruikt? Wordt een loopje genomen met je eigen woorden? Of is het allemaal toch naïef?
Het ergste vond ik (ik geloof niet dat hij zo'n plezier aan zijn biertje beleefd heeft: ik was boos en hij voelde zich ook niet je-van-hèt) dat hij 's avonds, toen hij naar bed moest, niet bad. Ik vroeg hem: waarom niet? O, zei hij, dat doe ik wel in bed. Daar gaf ik echter niet aan toe, maar toen hij dan vóór zijn bed geknield lag, lukte het niet. Toen gaf ik innerlijk een schreeuw naar Boven om licht en kracht, want wat voel je je dan arm, leeg, zwak, machteloos in jezelf. En toen heb ik voor hèm gebeden (voor het eerst in ons leven) en zijn handen vastgehouden, samen biddend.
Ik was blij voor de ontvangen kracht, maar wat ben je zo'n avond dan down en lusteloos. Dan voel ik me meer dan ooit ongeschikt als moeder. Dan denk ik: vier kinderen! Hoe kom je erdoor? Wat komt er straks nog allemaal? En dat terwijl ik meestal vier kinderen niet eens veel vind.
Til ik niet te zwaar aan zulke voorvallen, niet dat pilsje, maar de manier van doen èn het niet willen bidden? Neem ik een tienjarige te serieus?
Het is nu weer allemaal goed tussen mij en mijn zoon, maar waarom die blijvende triestheid in mij. dat bang zijn voor die donkere wolk van wat mogelijk nog komt? Waarom kan ik dan niet zeggen en zelfs zingen: "Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand"?
's Avonds heb ik, zoals ik al schreef, er met mijn man over kunnen praten en hij heeft toen Ps. 115, zo'n heel mooie en juist nu treffende Psalm, gelezen. En we mochten ons warmen aan de liefde voor en van Hem en elkaar. Daarna mochten we in vrede neerliggen en slapen.
ANTWOORD:
Wat deed me dat goed te lezen over die mooie verhouding met je man. Je hoort tegenwoordig zo vaak over stukgelopen huwelijken en echtscheidingen, d a t j e blij bent als je ook eens naar zo'n oase mag kijken van een man en een vrouw, die opgaan in de Heere en daardoor ook in elkaar.
Je schreef terecht dat dit een genade is. Ja, ik kan begrijpen datje daar erg dankbaar voor bent.
Als ik nu inga op het probleempje dat je me voorlegt, wil ik nadrukkelijk vooropstellen:
De beste stuurlui staan aan wal. Ik kan me indenken d a t j e , als je mijn relaas (gedaas?) leest, mompelt: Hij kan me nog meer vertellen, maar je moet er maar ineens voor worden geplaatst. Daar heb je gelijk in. Misschien zou ik dan ook zo gehandeld hebben. Maar daarom is het wel goed d a t j e af en toe eens naar zo'n voorval kijkt met de ogen van een derde. We dreigen allemaal in onze eigen problemen te verdrinken. Als ik mijn problemen aan jou zou voorleggen, zou je waarschijnlijk vaak antwoorden: Maakt u zich daar nu zo druk over?! En zo'n ontnuchterende vraag zou mijn probleem dan waarschijnlijk als rook in de lucht doen verdwijnen.
Maar nu ter zake. Ik vind het heel juist van je datje, als je ergens niet meer uit komt, zulk een schreeuw naar Boven geeft. Het is een genade dat je die behoefte in je hart voelt.
Er wordt veel te weinig gebeden. Er zijn nogal wat christenen voor wie de hemelse Vader heel ver weg is. Ze menen (misschien onbewust) d a t j e de heilige God niet voor zulke simpele dingen erbij mag halen.
Dat is beslist onjuist. Want Jezus heeft de Heilige Geest die Hij van de Vader zenden zou, de Parakleet genoemd. Letterlijk betekent dat "De erbij (para) Geroepene (Kleet)". Wij mogen dus de Geest van de Vader en de Zoon, dus de ganse Drieëenheid, voor alles erbij roepen. En dan zal die Geest ook komen als antwoord op ons gebedovereenkomstig deze belofte.
De vraag is echter: heb je dat geval toch niet te serieus genomen?
Ik vind dat je zoon een pienter baasje is, die gevoel heeft voor humor. Hij heeft een grap willen uithalen, een grap door hemzelf bedacht. En hij heeft ook de wilskracht opgebracht om het bovendien uit te voeren, ook al zal hij 'm wel een beetje geknepen hebben: "Als dat maar goed afloopt". Er zit beslist kwik in dat ventje.
Ik vraag me ook af: Heeft hij niet een klein beetje minderwaardigheidsgevoel? En de keerzijde daarvan is de geldingsdrang.
Misschien voelt hij zich op school een beetje teruggedrongen en vond hij dit een geschikte gelegenheid om zich groot voor te doen tegenover zijn kameraadjes.
Ik denk - maar nogmaals: de beste stuurlui staan aan wal - dat ik mij er met een kwinkslag van af had gemaakt. Ik zou met hem gelachen hebben: "Dat heb je mooi bedacht! Dat was een goeie! Maar je weet natuurlijk heel goed, dat ik het zo niet bedoeld had. Voor deze keer zand over dat bier".
Ik geloof namelijk niet dat het boos opzet bij hem was, maar ik kan mij vergissen. Hij weet natuurlijk ook dat een echte guitigheid, een stukje geestigheid, door ons allen op wordt gesteld. We vinden het fijn als we ergens hartelijk om kunnen lachen.
Waarschijnlijk heeft hij gedacht: Ik heb ma nu eens echt gevangen met haar eigen woorden. Dat zullen ze zeker grappig vinden.
Ik vind humor erg belangrijk in de opvoeding, maar ook in het hele leven. Door de humor relativeren wij, nemen we veel van het gewicht dat op ons drukt, weg. Gods kinderen mogen blij zijn, lachen en grappen maken, al moeten we ons hoeden voor zouteloze grappen: "Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd" (Kol. 4:6).
Ik heb altijd veel bewondering gehad voor geestige mensen. Die kunnen soms zo sprankelend uit de hoek komen. Daar geniet ik van. En dat mag!
Ik citeer maar weer eens uit de 'blijdschapsbrief: "Verblijdt u inde Heere te allen tijde; weer zeg ik: Verblijdt u" (Fil. 4:4).
Veel liefs en veel blijdschap in Hem, die uit de eeuwige Vreugde is voortgesproten, Jezus Christus de Zoon van Gods eeuwige liefde.
WELKE PREDIKANT
belde ons, omdat hij het boek 'Maria' (zie dec. nr.) had gekregen?
We zijn zijn naam en adres kwijt geraakt.
VAN MEDELANDERS NAAR NEDERLANDERS (uitg. Stichting Studiecentrum SGP, 84 blz.; kan besteld worden door overmaking van f20,-op giro 526317 van Administratie Zicht te Waddinxveen).
Zeer geboeid las ik dit boekje dat mij ter recensie werd toegezonden. We citeren:
Vanwege de bloedplakkaten van Alva en de razernij van de Inquisitie vluchtten velen naar Nederland. "In Amsterdam b.v. bestond de bevolking in 1662 voor een derde uit deze immigranten en hun nakomelingen. In Haarlem was het de helft van de bevolking en in Leiden zelfs tweederde. Hoe groot hun invloed was, blijkt ook uit het feit dat nog in het begin van de zeventiende eeuw meer dan de helft van de predikanten uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig was" (19).
Na de opheffing van het Edict van Nantes kwam een stroom van Franse protestanten, de Hugenoten, naar Nederland. "Men schat het aantal Hugenoten in ons land in de tweede helft van de 17de eeuw op 50.000 tot 70.000 op een bevolking van 1 1 / 2 miljoen inwoners" (21).
Aan het eind van de 16de eeuw vluchtten duizenden Joden, "die aan de vervolgingen van de Spaanse en Portugese Inquisitie ontkomen waren, naar Nederland" (24).
"Van de 140.000 Joden die vóór 1940 in Nederland woonden, bleven er slechts 5.000 over" (25).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1989
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1989
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
