Ontmoetingen 33
Ze is Colombiaanse en woont in de miljoenenstad Bogota. Ik noem haar Carla, maar dat is natuurlijk niet haar werkelijke naam.
In haar jeugd is ze, daartoe geprest vanwege de uiterste armoede van haar familie die telkens aan de rand van de hongerdood leefde, enkele jaren prostituee geweest, maar ze kwam krachtdadig en op ontroerende wijze tot bekering.
Nu getuigt ze van haar Heiland met een gloed die mij doet denken aan Maria van Magdala. Al geruime tijd sta ik met haar in correspondentie en haar brieven zijn telkens weer een heerlijk bewijs hoe de genadige God mensen radikaal door de wedergeboorte kan veranderen.
Ze is getrouwd en hoopte sindsdien al jaren op een kind. Dat die wens niet in vervulling ging, zag ze nog steeds enigszins als een straf, omdat ze zich zo lange tijd voor geld aan de eerste de beste man had gegeven.
Ze verzamelde geboorteaankondigingen en ze had er ook een van mij gevraagd. Het was duidelijk dat deze verzamelwoede een compensatie was voor het gemis van een eigen kind. Maar ik kon en wilde haar dat niet weigeren en zond haar een fotocopie van de geboorteaankondiging van een van onze kinderen. Al verstond ze het Nederlands niet, ze was er heel erg blij mee.
Eindelijk was ze dan toch in verwachting. Ziehier mijn laatste brief aan haar:
Querida Carla,
Wat een ontstellend bericht! Dus je baby bleek een extra-uterine te zijn en moest worden weggenomen, omdat anders niet alleen de baby, maar ook jijzelf zeker zou sterven.
Wat moet ik nu zeggen? Toen Job alles kwijt was geraakt en zijn zeven zonen en drie dochters hem door de dood ontnomen waren, gingen zijn drie vrienden hem bezoeken. "Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen dat de smart zeer groot was" (Job 2:13).
Als ik je nu kon bezoeken, zou ik ook alleen maar stil bij je willen zitten om je door dat zwijgen duidelijk te maken, hoezeer ik met je meevoel en dat welk menselijk woord ook tekort schiet om het verdriet weer te geven dat je nu overstelpt.
Maar daarna zou ik toch moeten spreken, want met alleen maar een bewijs van mijn intens mee-leven en mee-lijden, ben je niet voldoende gediend. Ik kan je pas echt goed dienen met het Woord van God. Alleen dat Woord is in staat om als een lamp voor je voeten je voor te lichten in het pikkedonker waarin je nu verkeert.
Laat ik eerst nog eens met alle stelligheid herhalen wat ik je al vaker schreef: datje nog steeds niet de vreugde van het moederschap mocht ondervinden, mag je op geen enkele wijze zien als straf voor je verleden, waarin je je lichaam voorgeld verkocht. Zo is de Heere niet. Hij vergeeft niet eerst, maar zet het dan achteraf toch nog betaald.
Je moet niet antwoorden met het geval van David na zijn zonde van de echtbreuk met
Bathseba en de laffe vermoording van Uria, de man van Bathseba. Toen nam de Heert het kind dat uit die zonde was geboren, toch weg, ofschoon Hij die zonde aan Davic vergeven had.
Maar David had die zonde als koning van Israël bedreven. Hij had daarmee in he openbaar Gods heilige wet op een grove manier geschonden. Als de Heere dit niei gestraft zou hebben, zou men in Israël kunnen denken dat de Heere het niet zo nauw neemt met Zijn geboden. Die straf was dus bedoeld als een onderwijzing van het volt Gods, niet als een achteraf-vergelding, nadat de Heere de zonde vergeven had.
En vervolgens: men leefde toen nog onder de wet, die slechts "een schaduw dei toekomende dingen" (Kol. 2:17) was. Het Evangelie dat ook reeds in het Oude Testament werd gepredikt, is veel helderder gaan stralen, sinds de Zon dei gerechtigheid. Jezus Christus, over ons is opgegaan.
Je schreef me ook dat je momenten van echte opstandigheid hebt gekend. "Waarom worden er elk jaar honderdduizenden ongewenste kinderen in de moederschoot dooi abortus gedood, terwijl mijn man en ik, die zo vurig naar een babytje uitzien, zo diep worden teleurgesteld? Even mocht ik genieten van het warme besef dat een kindje in mij begon te groeien, en op een wrede manier heeft God dit weggenomen. Maar nauwelijks was die gedachte bij mij opgekomen of ik voelde mij schuldig en vroeg de Heere om vergeving".
Dat die gedachten en gevoelens van opstandigheid bij je opkwamen is heel normaal. We zullen daar tot onze laatste snik last van hebben. We hebben die rebellie tegen God via de moedermelk van Adam en Eva ingedronken. En vooral als je zo iets vreselijks hebt meegemaakt zoals wat jullie is overkomen, dan zoekt de teleurstelling daarover een uitweg en dan kan ze plotseling als een modderfontein uit onze zielen opspuiten. Maar wat een genade dat je in die opstandigheid niet bent blijven steken!
Je zei dat even bij je de gedachte naar boven kwam: Heb ik met die opstandigheid niet de zonde tegen de Heilige Geest bedreven? Maar je zult intussen ook wel zelf tot de overtuiging zijn gekomen dat dit niet het geval kan zijn geweest.
Immers wie de zonde tegen de Heilige Geest heeft bedreven - en uit de Bijbel krijg ik de indruk dat die zonde maar zelden voorkomt - heeft geen enkel berouw meer. Hij is hard, keihard, totaal gevoelloos geworden. Hij maakt zich dan op geen enkele wijze er nog zorg over of hij de zonde tegen de Heilige Geest heeft bedreven. Het kan hem allemaal niets meer schelen. Het laat hem steenkoud.
Nog een vraag. Je schreef daar niet veel over. Hoe ervaar jij dat, als je daarna de Heere om vergeving vraagt?
Als ik wel eens opstandig was en boos werd op de Heere, kwam ook bij mij als een genade vrij spoedig de spijt naar boven en vroeg ik de Heere om vergeving.
Maar daarna was het steeds een zeer blijmoedige bevinding, wanneer ik dan in de ogen van mijn Zaligmaker zo uitdrukkelijk de vergeving zag. Hij zei dan tegen mij: "Ja jongen, dat was volkomen onterecht datje zo kwaad op Mij was, maarlk vergeef het je ten volle, omdat je gelooft in Mijn vergevende liefde. En dat geloofsvertrouwen in
Mijn barmhartigheid - je weet dat - heb Ikzelf in je neergelegd en Ik wek het telkens weer in je op door Mijn Heilige Geest".
Als ik dan zo in intense liefdesverbondenheid naar mijn vergevende goede Herder opzie, kan er zulk een verterende dankbaarheid in mij naar omhoog wellen. Dan begrijp ik enigszins wat er van Petrus geschreven staat. De Heere keerde Zich om naar Petrus en zag hem aan, nadat hij de Meester drie keer onder ede verloochend had. Die droevige, maar vergevende blik in de ogen van Jezus raakten hem zo diep, dat hij naar buiten ging en hij, de grote, geweldige kerel, de Rotsman Petrus, stond daar tegen de muur te schokschouderen van berouw en verdriet.
Uit je vorige brieven heb ik ook beter begrepen dat verhaal van die publieke vrouw, die de voeten van de Heere zalfde, ze besproeide met haar tranen en afdroogde met haar haren.
Tegen de Farizeeër die zulk een milde liefde tegenover een hoer niet verkroppen kon, zei de Heere toen: "Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar die weinig vergeven wordt, die heeft ook weinig lief' (Lk. 7:47).
Jij hebt de Heere zo onuitsprekelijk lief, omdat je je er bewust van bent hoeveel hij je vergeven heeft.
Maar, beste Carla, - dat moet mij even van het hart - jij bent geen haar slechter dan wie van ons ook. Wij zijn van nature allemaal even slecht, zelfs "geneigd om God en onze naaste te haten", zo spreekt onze Heidelbergse Catechismus de Schrift na. Maar ook voor ons geldt dat wij de Heere slechts zullen liefhebben naar de mate dat we zien hoeveel Hij ons vergeven moest en nog steeds vergeven moet.
Geliefde zuster in de Heere, verlost mede-kind Gods, ik weet mij heel innig met je verbonden in Hem. Over alle zeeën en oceanen heen is er die wonderbare eenheid van hen, die vol vertrouwen en met een hart vol liefde opzien naar dezelfde Heere en Zaligmaker.
Ik bid voor je, bid jij ook voor mij.
"De genade zij met allen die onze Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid" (Ef. 6:24), dus ook met jou.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1988
In de Rechte Straat | 31 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1988
In de Rechte Straat | 31 Pagina's
