PERU 4
Vrijdag 22 april. Deze middag opnieuw gesprek voor de radio. Ik heb gezellig met Pablo en Dalila, die mij vragen stelden, kunnen babbelen.
Ze vroegen mij naar mijn bevindingen in Peru. Ik zei: Jullie hebben hier veel zon en warmte, zelfs te veel. Wij hebben in Nederland veel regen, vaak te veel. We zouden dat een beetje moeten uitwisselen, als dat kon. Jullie wat meer regen, wij wat meer zon. Zo is het ook op geestelijk gebied. Ik heb genoten van de warmte, de hartelijkheid en het sprankelende geloofsleven van de Peruaanse christenen. Graag zou ik daar iets van meenemen naar Nederland, als dat kon.
Van de andere kant hebben wij in Nederland het voorrecht dat we kunnen putten uit een rijke reformatorische traditie. Graag willen wij jullie daarmee dienen door middel van de Spaanse editie van IRS.
Daarna eten met het gezin Pablo Correa plus nog vier gasten. Ik geniet heel erg van mijn verblijf in het huisgezin van Pablo. Bij andere reizen moet ik meestal ineen hotel verblijven. Dat is zo koud en onpersoonlijk. Dan begin ik na twee dagen al weer naar huis te verlangen. Dat had ik deze keer niet.
Zo leer je een volk ook veel beter kennen. Het is ook belangrijk voor het vormen van een stevig bruggehoofd in een land. Wanneer je daar enkele mensen hebt, waarvan je zeker weet dat ze betrouwbaar zijn, kun je heel wat projekten in zulk een land starten. En om te weten te komen of iemand betrouwbaar is, is de dagelijkse omgang in zijn gezin een uitstekend hulpmiddel.
Het gesprek aan tafel ging over de (Noord-) Amerikanen. Pablo: "De Amerikanen beweren dat zij de nazaten zijn van reformatorische christenen, die uit godsdienstige overwegingen geëmigreerd zijn, niet met het oog op het maken van veel geld zoals de Spanjaarden en Portugezen, die gedreven werden door de goudkoorts. Daarom heeft God hen rijk gezegend, ook met veel stoffelijke goederen. Daarom zijn de Verenigde Staten een rijk land.
Bovendien hebben de Verenigde Staten Israël, Gods uitverkoren volk, beschermd en ze doen dat nog steeds. Dat is volgens de Amerikanen een tweede reden, waarom God hen zo rijk gezegend heeft".
Mijn opmerking: "Dat lijkt verdacht veel op de roomse en farizeïsche leer van de verdienstelijkheid van de goede werken: Wij hebben die rijkdom van God gekregen, omdat we zo braaf en zo vroom leefden".
Pablo: "De Amerikanen zien zichzelf als een volk met een profetische roeping. Zij hebben van God de opdracht gekregen om de wereld te leiden.
Maar wat is de realiteit? De Indianen waartoe de overgrote meerderheid van de Peruanen behoort, al of niet gemengd met Spaans bloed, zijn eerst door de Spanjaarden geslagen. Ze bogen uiterlijk ootmoedig het hoofd, maar hun woede kropte zich binnen in hen op. Nu worden ze opnieuw geslagen en machteloos gemaakt door de kapitalistische uitbuiting van Amerika. Weer buigen ze uiterlijk ootmoedig het hoofd, maar hun woede kropt zich nog verder op. Ooit moet dat op een vreselijke manier tot uitbarsting komen. Ook het terrorisme, dat met zijn gruwelen ons land en volk verwondt, zie ik als een uiting van die eeuwenlang opgehoopte machteloze woede".
Pablo: "Tijdens een dienst in een van de dorpen in de Selva (= de streek van de bossen) kwamen mensen binnen in de uniform van het leger. Ze vroegen: 'Staan jullie aan de kant van de terroristen?' De dominee: 'Nee, wij zijn evangelische christenen; wij houden ons buiten de politiek'. Daarop begonnen de mannen ineens met hun machinegeweren te maaien, zodat veel gemeenteleden gedood werden. Nog steeds zijn er die menen dat dit gebeurd is niet door terroristen, maar door het leger, maar de regering ontkent dit ten stelligste".
's Avonds lezing over Rome-Reformatie voor de studenten van de Bijbelschool van de Cama (= Christian and Missionary Alliance), ongeveer 350.
Wanneer ik het krijt in mijn vingers voel, ben ik weer in mijn element. Ik heb vroeger erg graag filosofie en geschiedenis van de filosofie gedoceerd. Ik vond het jammer dat ik dat moest opgeven, toen ik in Brazilië de R.-K. Kerk verliet.
Zaterdag 30 april. Deze middag naar een Amerikaanse zendeling. Hij werkt onder de elite van Lima. Twee huizen naast hem woont de vice-president en een blok verder de president van Peru.
Het is begrijpelijk dat hij zich daarbij moet aanpassen en niet kan wonen in een hut. Zijn bungalow is wel een dertig meter lang en heeft een zwembad. Ik krijg een kamer met eigen bad en douche. Hij vertelt mij: "U zult de volgende dag bankiers, advokaten, direkteuren van grote ondernemingen en meer van dit soort mensen onder uw gehoor hebben. U kunt dus gerust wat dieper op de zaken ingaan".
Hij werkt daar anderhalf jaar en het kerkbezoek op zondag is al meer dan zestig. Zijn vrouw is Portugese. Toen zij tot geloof kwam, vond haar moeder dat verschrikkelijk. Zij verlangde dat zij eerst nog een gesprek zou hebben met een priester. Ze stemde daarin toe. Maar deze priester was vrijzinnig. Hij vond de Bijbel slechts het produkt van de vertelkunst van vrome mensen. Toen zij aan haar moeder verslag uitbracht over dit gesprek, hoefde het ook van haar niet meer. Moeder is later ook zelf tot geloof gekomen.
Zondag 1 mei. Eerst spreken tijdens de zondagsschool voor volwassenen over RomeReformatie. Daarna onderbreking van 20 minuten voor een kopje koffie. Vervolgens de zondagse eredienst, waar ik preekte.
Het was de bedoeling dat ik 's middags een projekt voor doven zou bezoeken, maar ik heb dat afgelast. Het kan ook te veel van het goede worden. En de zondag mag toch ook wel een rustdag zijn. 's Avonds gaf ik mijn getuigenis in een andere gemeente. Het was erg druk. Veel belangstellende rooms-katholieken. Daarna beantwoording van vragen.
De kuituur van de chibcha's is een van de beroemste van Zuid Amerika. Hun gebied strekte zich uit van Nicaragua tot Ecuador tussen de grote beschavingscentra Peru en Mexico.
In het centrum van hun godsdienst stond een grote godin, moeder van het heelal, die vereerd werd als de godin van de vruchtbaarheid, van de voorouders en van de mytische helden. Haar naam was Bachúe (ook wel bekend als de Fura-chogue = de goedgunstige, genadige vrouw).
Ze is volgens de legende ontsproten uit de wateren van een klein meer, vergezeld van haar zoon van drie jaar met wie ze later trouwde. Samen met die zoon bracht ze de mensen voort om daarna opnieuw te verdwijnen in de wateren van het meer, nadat beiden de gedaante van een slang hadden aangenomen.
De chibcha's brachten mensenoffers aan de zon, die volgens hen mensen opat. Kinderen werden aan de zonnegod gewijd en als offeranden bestemd tot hun vijftiende jaar. Tot die tijd groeiden ze op in de tempel van de Zon van Sogamosa. Daarna werden ze op een pelgrimstocht meegevoerd langs de wegen, die ook door de mensgeworden held-god Bochica betreden werden. Vervolgens werden zij aan een zuil vastgebonden en met pijlen gedood. Hun hart werd aan Bochica geofferd.
De huidige Cuna-indianen hebben veel van de wrede en donkere trekken overgehouden van de vroegere chibcha-godsdienst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1988
In de Rechte Straat | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1988
In de Rechte Straat | 18 Pagina's
