In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De rechtvaardiging van de goddeloze

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De rechtvaardiging van de goddeloze

4 minuten leestijd

De bijbelse mystiek heeft als basis de rechtvaardiging van de goddeloze en zal die basis nooit verlaten. Over dit fundamentele gegeven schreef prof. dr. J. van Genderen een prachtig boek: "Gerechtigheid als geschenk" (Uitg. Kok-Kampen, 136 blz. f 20,75). We citeren:

"De rechtvaardiging in de bijbelse zin van het woord is te omschrijven als een genadige daad van God, die zondige mensen vrijspreekt van schuld en straf, en hun recht geeft op het eeuwige leven. Dat heil schenkt Hij in Christus en dat mogen wij nu geloven" (p. 9).

Mij interesseerde natuurlijk vooral het gedeelte, waarin prof. van Genderen handelt over de leer van de rechtvaardigmaking bij Rome.

Hij noemt zes punten, waarin deze leer van Rome verschilt van die van de Reformatie. Ik zou daar nog een zevende aan willen toevoegen: nl. dat "de eenmaal gerechtvaardigde mens door zijn goede werken waarlijk het eeuwige leven verdient" (Trente, zesde zitting, canon 32).

Je bemerkt ook dat de grote r.-k. vromen het juist met dit punt moeilijk hebben gehad. Omdat zij zo dicht bij God leefden, konden zij er maar niet toe komen om het eeuwige leven dat volgens Rome bestaat in de aanschouwing Gods, toe te schrijven aan een verdienste van hun kant, want in het licht van Gods heiligheid zagen zij steeds meer hun eigen zonde en onzuiverheid.

Het is waar dat Trente leert dat de volwassen mens zich op de rechtvaardiging moet voorbereiden door mee te werken met de genade die hem geschonken wordt. Van de andere kant leert Trente echter niet dat de rechtvaardigmaking zelf zou kunnen worden verdiend, ook al bereidt men zich daar nog zozeer op voor.

Voor ons als thomistische theologen was dat een grote moeilijkheid. Als de rechtvaardigmaking zelf niet kan worden verdiend, hoe kan men dan zeker zijn dat God die schenken zal?

Onze dogmatiek hield ons als antwoord op die vraag voor: "Facienti quod est in se, Deus non denegat gratiam = God zal de genade niet weigeren aan hem die doet wat in zijn vermogen is". God "zal" dat doen, maar Hij is er niet toe verplicht op grond van enige verdienste onzerzijds, omdat wij zo goed met Zijn voorbereidende genade zouden hebben meegewerkt.

Toerekening en toeéigening

Ook daarover schrijft v. G. zeer verhelderend vanuit Gods Woord. "Het verband van toerekening en toeëigening mogen wij niet zo voorstellen, dat het eerste de ene helft en het tweede de andere helft is. Het zou onjuist zijn te leren dat de toerekening moet worden aangevuld door de toeëigening, de schenking door de deelachtigmaking. De toeëigening door ons is veeleer de keerzijde van de toerekening door God. De genadige toerekening vraagt om de gelovige toeëigening. De gelovige krijgt deel aan het heil door het geschenk van de gerechtigheid aan te nemen" (p. 75).

"Men geeft aan het geloof soms een zelfstandige plaats en functie. Dan zijn de genade van God en het geloof van de mens twee polen die elkaar aantrekken. Ons geloof reageert op Gods handelen en God reageert op ons geloofsvertrouwen. Dat is een voorstelling die in allerlei variaties voorkomt. Maar als het geloof van de mens een zelfstandige factor wordt, wordt afbreuk gedaan aan de genade van God" (p. 76). "Dat het geloof de mens rechtvaardigt, is eigenlijk minder correct. De rechtvaardiging is geen vrijsprekend oordeel van het geloof, maar de vrijspraak door God, die door het geloof wordt aanvaard" (p. 78).

Over rechtvaardiging en heiliging:

"In de rechtvaardiging wordt de gerechtigheid van Christus ons geschonken en toegerekend, en in de heiliging worden wij naar Zijn beeld vernieuwd. De rechtvaardiging is een bevrijding van de schuld en de heiliging een reiniging van de smet van de zonde. In de rechtvaardiging wordt de verhouding tot God hersteld en in de heiliging wordt ons leven aan Zijn dienst gewijd. De vrijspraak is volkomen - een gedeeltelijke rechtvaardiging zou het geweten ook niet tot rust kunnen brengen terwijl onze heiliging nog fragmentarisch is" (p. 96).

"Als God werkt, maakt Hij ons werkzaam. Wij worden door de Heilige Geest niet buiten spel gezet, als Hij ons hoe langer hoe meer heiligt, maar we worden er zelf volledig bij ingeschakeld. We worden door de Heere aangesproken: Weest heilig, want Ik ben heilig (1 Petr. 1:16). We worden aangespoord: Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Heere zien zal (Hebr. 12:14)" (p. 97).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De rechtvaardiging van de goddeloze

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's