In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Muziek van zuiver zwijgen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Muziek van zuiver zwijgen

5 minuten leestijd

De titel van dit boek van drs. K.E. Bras (uitg. Kok-Kampen 173 blz. f 24,90) is ontleend aan strofe vijftien van 'Geestelijk Hooglied' van de Spanjaard Johannes van het Kruis. Het eerste gedeelte bevat beschouwingen van drs. Bras over de christelijke mystiek, in het tweede deel behandelt de schrijver in kort bestek de woestijnvaders en een twaalftal mystici uit latere tijd, waaronder enkele rooms-katholieken.

Een protestant die meent dat wij niets kunnen leren van mensen, die tot hun dood lid zijn gebleven van de R.-K. Kerk, doet er beter aan dit boek niet te lezen. Het is voor hem verloren tijd. Wel zou ik zo iemand dan de vraag willen stellen: Beschouwt u uzelf als een reformatorisch christen? Immers:

Iemand die beweert dat de protestantse belijdenisgeschriften ALLE bijbelse rijkdommen bevatten en op geen enkele wijze meer verrijkt of aangevuld kunnen worden, is in strijd met die belijdenisgeschriften o.a. met art. 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waarin gezegd wordt dat geen enkel menselijk geschrift met de Bijbel mag worden gelijkgesteld.

Hij is dan bovendien nog roomser dan de paus. Want de pausen beweren wel dat alles wat zij tot nog toe als dogma hebben afgekondigd, onfeilbaar waar is, maar ze verklaren tevens dat deze dogma's kunnen worden aangevuld met nieuwe rijkdommen van de Bijbel.

En wat doet zulk een protestant met de vermaning van Paulus: "Door ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf' (Fil. 2:3)? En met de reformatorische leer van de totale bedorvenheid van de gevallen menselijke natuur, waardoor wij wantrouwend moeten blijven staan tegenover al onze menselijke prestaties, dus ook tegenover de resultaten van ons denken?

Wanneer protestanten en rooms-katholieken hun wederzijdse geschriften gaan lezen, doet zich telkens de moeilijkheid voor, dat dezelfde woorden een andere inhoud hebben.

Dat is bv. meteen al het geval met het woord "mystiek" dat in dit boek veelvuldig voorkomt. We schreven daar al eens eerder over. Juist in wat de rooms-katholieken "mystiek" noemen, naderen Rome en Reformatie elkaar heel dicht.

Het lijkt er veel op dat de r.-k. mystici volkomen hetzelfde leren als wat de Reformatoren opnieuw ontdekt hadden. Het lijkt er zelfs op dat zij een nog sterkere nadruk leggen op de lijdelijkheid, het ootmoedige, gelovige afwachten van wat het God behaagt te doen, dan in de bevindelijke richting gebeurt. Wat denkt u bv. van deze uitspraak van Julian van Norwich:

"Dit is de hoogste vreugde die de ziel vatte: dat God Zelf het doen zal. Ik zal niet anders doen dan zondigen, maar mijn zonde zal de uitwerking van Zijn goedheid niet kunnen weerstaan" (p. 113)?

En lijkt de volgende uitspraak van Eckhart (1260-1327) niet veel op de vijf 'nieten' van Schortinghuis: "Hij is een arme mens, die niets 'wil', niets 'weet' en niets 'heeft'. (…) Ten derde is een arme mens iemand die niets 'heeft'. De mens moet zó leeg zijn van alle dingen en werken, innerlijk zowel als uiterlijk, dat hij een eigen plaats kan zijn, waarin God werken kan". Eckhart gaat zelfs nog verder: "Alleen dat is armoede van geest: wanneer de mens zó leeg is van God en al zijn werken dat indien God in de ziel wil werken, Hij telkens Zélf de plaats moet zijn waarin Hij werkt - en dit zal Hij graag doen" (p. 29-30)?

Is er een weg naar dit leeg worden van jezelf om geheel en al gevuld te worden met de liefde Gods?

Niet een weg van verdienstelijke goede werken. Maar het is merkwaardig dat ook de r.-k. mystici datzelfde leren. Zij beschrijven het als iets dat je als een loutere genade overkomt.

Toch is er ook een bijbelse weg naar het "Ik in u en gij in Mij", een weg van uitzuivering van onze zelfzucht. Immers, hoe kan er ruimte in ons zijn voor de ware liefde Gods, wanneer wij in alles alleen maar onszelf zoeken?

Zeker, wanneer de Heere ons langs de weg van het geloof met Zichzelf heeft verbonden, stort Hij tegelijk met Zijn Geest ook Zijn liefde uit in onze harten (Rom. 5:5). Maar, willen wij de minne Gods steeds rijker ervaren, dan zullen we de weg van de zuivering moeten opgaan. Drs. Bras schrijft hierover:

"Hoeveel verborgen eigenbelang en zelfzucht gaat er niet schuil onder het mom van vroomheid! Het is (wanneer men dichter tot God nadert. HJH) of men steeds meer oog krijgt voor zaken die men tot nu toe nooit opmerkte: een gebrekkig, angstig, zelfzuchtig geloof, een wel erg egoïstische hoop, en wat een benepen liefde! Nu moet men echt leren vertrouwen op God alleen, en zich open stellen voor Zijn verborgen leiding" (p. 24).

Bedoelt de Schrift dit niet, wanneer wij worden opgeroepen ons te oefenen in de godzaligheid (1 Tim. 4:7)? En Paulus als hij tegen Felix zegt: "En hierin oefen ik mijzelf om altijd een onergerlijk geweten te hebben voor God" (Hand. 24:16)?

Ik moet eerlijk erkennen dat ook het orthodoxe protestantisme, zelfs van de bevindelijke richting, soms erg verbalistisch op mij overkomt. Ik bedoel daarmee: Men wil alles onder woorden (Latijn: verbum) brengen. Alles moet, liefst zwaar-theologisch, geformuleerd worden. Er moet gepraat worden, eindeloos gepraat. Je wordt pas gewaardeerd, wanneer je werkt met heldere begripsbepalingen en keiharde of althans glasheldere stellingen.

Laten we toch eens ophouden met dat altijd weer babbelen. Het geheimenis Gods is zo verheven, dat dit nooit in begrippen en stellingen is te vatten.

Je kunt dit geheimenis alleen maar dichter naderen naar de mate dat het stil in je wordt. We moeten door het geloof het geheimenis Gods over ons laten komen.

Dan staren we vol ootmoedige, aanbiddende verwondering naar Hem die woont in een ontoegankelijk licht, die Zijn luister omkleed heeft met het duister, opdat wij, Hem ziende door het geloof, niet sterven zouden.

Dan hebben we geen zin meer om (theologisch) te praten. Dan willen we alleen maar genieten van Gods liefde in Christus. Dan weten we ons daardoor voor altijd omvangen door Zijn "eeuwige armen" die onder ons zijn (Deut. 33:27). Oefen u in de stilte!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Muziek van zuiver zwijgen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's