Huilende mannen
'Quis non fleret', schrijven theologen soms in een artikel, en omdat ze verwachten dat dit voor het merendeel van de lezers Chinees is, voegen ze daar de vertaling bij: 'Wie zou niet wenen'. Hierdoor is het ook voor niet-latinisten meteen duidelijk, hoe retorisch deze uitdrukking is. Want wie er ook mag wenen, in elk geval niet de theologische schrijver van die spreuk. Een ander gezegde luidt immers: 'Mannen huilen niet'. Daarmee wordt een feitelijk gegeven aangeduid: 'Het komt niet of nauwelijks voor, dat mannen huilen'. Deze stelling komt overeen met de praktijk. Met schreiende vrouwen is iedereen min of meer vertrouwd, snikkende mannen ontmoet je zelden. Vanwaar dit verschil? Gemeend wordt wel, dat dit aangeboren is. Het lijkt me niet onlogisch te veronderstellen, dat met de mogelijkheid van de vrouw kinderen te baren en te zogen, bepaalde gevoelsmatige kwaliteiten gegeven zijn die bij de man ontbreken, tenminste in die mate. Maar naar mijn idee is het ongegrond te poneren, dat het de vrouw van nature eigen is haar emoties gemakkelijker te uiten dan de man. Ik houd het erop, dat dit alles te maken heeft met de maatschappelijke code die tegenwoordig bestaat.
Het goed recht van deze benadering ontleen ik aan het feit, dat blijkens de Bijbel in het vroegere Oosten een andersoortige praktijk voorkwam. In die tijd was het kennelijk algemeen aanvaard, dat mannen hun tranen de vrije loop lieten, ook in het openbaar. In het bijzonder van David wordt dit verhaald. Bij z'n afscheid van Jonatan schreide hij het uit. Nadat hij op de hoogte was gebracht van de dood van Saul en Jonatan, toen hij jaren later door Absaloms opstand Jeruzalem moest verlaten en toen hij hoorde van Absaloms dood: bij al die gelegenheden jammerde David luidkeels, ten aanhoren van z'n soldaten. Overduidelijk schaamde hij zich er niet voor op deze manier en in gezelschap uiting te geven aan z'n ontroering. Als hij in Psalm 6 aangeeft hoe zwaar hij het heeft door een bepaalde moeite, zegt hij het dan ook onomwonden: 'Ik ben moe van het vele zuchten, elke nacht is mijn bed nat van tranen, mijn kussen doorweekt. Mijn ogen staan dof van verdriet, ik zie door een waas'. Talloze andere mannen uit de Bijbel geneerden zich er evenmin voor te huilen, zelfs niet in aanwezigheid van omstanders. Jakob en Esau alsook Jozef en Benjamin omhelsden elkaar snikkend bij hun ontmoeting na zovele jaren. Toen Elisa in Damascus een gesprek voerde met Hazaël en voor zich zag wat die de Israëlieten zou aandoen, begon hij te klagen. Ook Christus heeft in het bijzijn van anderen gehuild, op het moment dat Hij bedacht wat er met het ongehoorzame Jeruzalem zou gaan gebeuren. Tenslotte schrijft Paulus erover, dat de joodse ongehoorzaamheid hem telkens tranen kostte.
Vanwege deze vroegere praktijk weiger ik het op rekening te zetten van hun aangeboren aard, dat onder ons mannen veelal hun ontroering verbergen. Het gezegde 'mannen huilen niet' moet blijkbaar allereerst als een voorschrift worden uitgelegd: 'Mannen horen niet te huilen'. En inderdaad wordt het snikkendejongens nog al eens toegevoegd: 'Je lijkt wel een meisje'. In de lijn hiervan krijgen volwassen mannen die hun emoties niet kunnen inhouden, te horen: 'Probeer je te vermannen'. Maar al wordt het lang niet altijd op deze manier uitgesproken, alle betrokkenen weten wat van hen verwacht wordt: geen gejammer. Naar mijn overtuiging is het daardoor gegroeid, dat het gros van de mannen niet eens meer in staat is van aandoening te snikken. Ook al willen ze soms misschien anders, door de vorming die de conventie hen heeft laten ondergaan, voelen ze zich innerlijk gedwongen zich groot te houden.
Ik wil er eerlijk voor uitkomen, dat m'n onmacht te huilen me allerminst bevalt. Daardoor acht ik me beroofd van een middel om adequaat op ontroerende gebeurtenissen te reageren. Gelukkig is bij mij het vermogen niet geblokkeerd een brok in de keel te krijgen of tranen in de ogen. Maar soms ondervind ik iets wat me zo aangrijpt, dat ik m'n emoties heftiger zou willen uiten. Wat zou het bevrijdend zijn, als ik in zo'n situatie in snikken zou uitbarsten. Als doorsnee man overkomt het me slechts hoogst zelden. Maar de emoties zijn er wel. Quis non fleret? Mij lukt het niet mee te doen. Al verspil ik daarmee nog zoveel energie, m'n aandoening moet helaas binnen blijven. Huilen is voor vrouwen. Gelukkige wezens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
