In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Kommentaar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kommentaar

8 minuten leestijd

BIJ DE FOTO OP DE VOORPAGINA

Deze foto is de voorgevel van het paleis van de aartsbisschop-kardinaal van Lima. Het trof dat de kardinaal op het bordes stond te praten met een kloosterzuster, toen wij passeerden, zodat ik ook van hem een foto kon maken.

Het paleis is een kunststuk, maar stamt uit de koloniale tijd en is dus gemaakt met behulp van de schatten, het goud en het zilver dat van de Indianen is gestolen.

BIJ DE FOTO OP PAGINA 4

De foto op blz. 4 is een weergave van de kerk van Augustinus in Lima (Peru), gebouwd in de koloniale tijd.

Over de volkerenmoord en de folteringen, die de Spaanse en Portugese indringers hebben toegepast tegenover de Indianen, is een uitstekend gedokumenteerd boek verschenen van Eduardo Galeano: "De aderlating van een continent - Vier eeuwen economische exploitatie van Latijns Amerika" (Kritiese Bibliotheek Van GennepAmsterdam, 372 blz. f 30,50). We citeren daaruit:

"In totaal waren er tussen de 70 en 90 miljoen Azteken, Inca's en Maya's, toen de buitenlandse veroveraars aan de horizon verschenen; anderhalve eeuw later was dat aantal teruggelopen tot slechts 3,5 miljoen".

"Volgens markies De Barinas waren er in het gebied lussen Lima en Paita, waar meer dan 2 miljoen Indianen hadden gewoond, in 1685 niet meer dan 4.000 Indianenfamilies over" (p. 54).

Ongeveer 70 miljoen Indianen werden dus direkt of indirekt door de Spaanse en Portugese kolonialisten uitgeroeid. In vergelijking daarmee verbleekt de uitroeiing van de zes miljoen Joden door Hitier, hoe vreselijk ook dat is geweest.

'De Inca Garcilaso de la Vega vertelt in zijn 'Commentaar voor de koning' dat het grootste deel van het inkomen van de bisschop en de kanunniken en de andere kerkdienaars in Cuzco (Peru) van de belasting op de coca kwam" (p. 65).

"Aan het eind van het koloniale tijdperk behoorde niet minder dan de helft van het onroerend goed en het totale kapitaal in Mexico aan de Kerk, die bovendien nog de controle had over een groot deel van de overige grond door hypotheken" (p. 44). "In Potosi (Peru) waren de altaren in de kerken en de vleugels van de engeltjes in de processies van zilver. In 1658 werden hier ter gelegenheid van Sacramentsdag de straatstenen uit de straten gehaald vanaf de moederkerk tot aan de Recolotoskerk en de weg werd helemaal belegd met zilverstaven". "Het zwaard en het kruis liepen naast elkaar tijdens de verovering en de plundering van de kolonie" (p. 31-32).

"In die tijd waren er in Potosi al 800 beroepsgokkers en 120 beroemde prostituees met schitterend ingerichte salons waar de rijke mijneigenaars naar toe gingen. In 1608 vierde Potosi Allerheiligen met zes dagen toneel, zes dagen gemaskerd bal, acht dagen stierengevechten en drie dagen soirees, twee dagen toernooien en andere feestelijkheden" (p. 34).

Maar de goudkoorts sloeg geen enkele kerk of volk over. "Engeland en Holland, kampioen goud- en slavensmokkelaars, die alle twee enorme fortuinen verdienden aan de illegale handel inzwart vlees,eigenden zich via onwettige middelen naar men schat meer dan de helft van het metaal toe, dat Brazilië als 'vijfde deel voor de koning' aan belasting moest betalen aan de Portugese Kroon". " Het financiële centrum van Europa verhuisde van Amsterdam naar Londen. Volgens de Britse bronnen kwam er in bepaalde perioden 50.000 pond sterling per week aan Braziliaans goud in Londen binnen. Zonder deze geweldige accumulatie van edel metaalreserves had Engeland Napoleon later nooit het hoofd kunnen bieden" (p. 75-76).

De mens geneigd tot alle kwaad

Als je deze en andere gruwelen van de menselijke geschiedenis (en overigens het dagelijkse gebeuren rondom ons heen) beschouwt, dan kun je moeilijk begrijpen dat sommigen het niet eens zijn met wat de Heidelbergse Catechismus leert nl. dat de mens uit zichzelf onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. En al die misdaden werden en worden soms bedreven in de naam van Christus door schijn-christenen. Hoe kan iemand ooit denken dat de mens daarvan verlost kan worden zonder een wonderbaar ingrijpen van boven?

Perverse kerstening

In onze tijd zijn er echter enkele moedige r.-k. priesters en bisschoppen, die de schuld van het verleden, het onrecht dat aan de Indianen is aangedaan, openlijk erkennen. Eén van hen is mgr. Proano. In De Bazuin van 20 mei 1988 stond de vertaling vaneen artikel van hem, waaruit wij citeren:

"Niet alleen de conquistadores, ook de missionarissen zijn indertijd naar Latijns-Amerika gekomen om goud te vinden en zichzelf en de kerk te verrijken. Ze hebben zich te weinig georiënteerd op het evangelie, op de mensen. De verbreiding van het geloof zoals die zich in Zuid-Amerika voltrok, was geen echte, authentieke evangelisatie, maar het tegendeel: een bijna perverse kerstening. Natuurlijk zijn er gunstige uitzonderingen, zoals het werk van de jezuïeten in Paraguay of in de oerwouden van mijn land Ecuador. Uitzonderingen, die echter niets afdoen aan het gewicht van de afschuwelijke feiten."

BIJ DE FOTO OP BLZ. 5

Woensdag 27 april reden we 's morgens om zeven uur naar het vliegveld van Cuzco om terug te keren naar Lima. Nauwelijks waren we gestart of we zagen twee jongetjes, die tegen een muur zaten te slapen, tegen elkaar aangeleund. Ik vroeg de dominee te stoppen, omdat ik een foto wilde maken.

Een van die jongetjes schokte telkens even in zijn slaap, vermoedelijk vanuit de herinnering aan al het leed dat hij heeft moeten doormaken en dat zich bij een mens vaak in de dromen, de nachtmerries, naar boven werkt.

Wat was hun droevige verleden? Zijn ze weggeschopt van huis? Hebben ze ooit ook maar een sprankeitje echte liefde ondervonden? Hebben ze het brute egoïsme gezien van hen, die hen, enkel voor de bevrediging van hun sexuele begeren, in deze barre wereld hebben getrapt?

In de nachten kan het in Cuzco voor Peruaanse begrippen erg koud worden, omdat het zo hoog ligt, nl. 3.400 meter. De temperatuur kan dan dalen tot vijf graden (boven nul).

Zoals u op de foto kunt zien, zijn ze schaars gekleed in wat lompen. In hun ellende hebben ze blijkbaar wat lichamelijke, en misschien ook psychische, warmte gezocht. Uit eerbied voor dit leed wilde ik geen foto maken met flitslicht. Ik was dan ook erg benieuwd of er desondanks voldoende licht was. Maar zoals u ziet is de foto prima gelukt.

Ik legde een briefje van honderd intis in het hemd van het jongetje rechts. (Dat was nog niet veel. Een arbeider in Peru verdient 150 intis per dag).

Ik wilde verder gaan, maar de dominee zei: We moeten ze wakker maken, want anders is er kans dat voorbijgangers dat biljet van hen wegpikken. Wat een trieste samenleving: armen die elkaar bestelen.

Verdwaasd keken de jongetjes ons aan vanuit hun dromen(nachtmerrie)land. Snel reden we verder, maar ik zal dat beeld van de uiterste miserie niet meer vergeten.

Het Avondmaalsbrood voor de hongerende

Tijdens mijn vakantie las ik een boek van Leonardo Boff over de theologie van de bevrijding, dat zich in de bibliotheek van Vlieland bevond. Ik schreef er een stukje uit over, maar vergat de titel van het boek te noteren. Ziehier dat stukje:

"Een vrouw van rond de veertig, maar die er uit zag als een van zeventig, kwam na de mis bij de priester. Diep bedroefd zei ze: 'Eerwaarde, ik ben te communie geweest zonder eerst te biechten'. (In protestantse termen weergegeven: Ik heb deelgenomen aan de viering van het Heilig Avondmaal zonder me voldoende daarop te hebben voorbereid, zonder het nodige zondebesef. HJH).

"Hoe zo dat?" vroeg de priester. 'Eerwaarde, ik kwam iets te laat. U was al bij het offertorium (= het gedeelte in de mis, waarin het te wijden brood aan de Heere wordt aangeboden. HJH). Al drie dagen heb ik alleen maar water gedronken en niets gegeten; ik verga van de honger. Toen ik u bezig zag met het uitreiken van de communie (protestants: het aan elkaar doorgeven van het Avondmaalsbrood), ben ik te communie gegaan, enkel en alleen om mijn honger te stillen met dat beetje brood.' De ogen van de priester vulden zich met tranen" (p. 7).

Wat zouden wij doen, wanneer zulk een vrouw bij onze Avondmaalsviering zou binnenkomen en we op dat moment - iets dat in ons welvarende land nooit zal voorkomen - geen ander voedsel ter beschikking zouden hebben? Ik neem aan dat de gehele gemeente unaniem zou zeggen: Wij staan elk stukje brood dat we anders genuttigd zouden hebben voor de viering van het Avondmaal, af aan deze hongerige vrouw!

En ik ben overtuigd dat we dan de aanwezigheid van Christus intenser zouden hebben ervaren dan bij een viering van het Avondmaal, (want ook dat kan gemakkelijk tot een traditie verworden). Dan zouden de woorden van de Heere Jezus heel konkreet voor ons zijn gaan gloeien: "Ik ben hongerig geweest en gij hem Mij te eten gegeven" (Mat. 25:35).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Kommentaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's