In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Wat wij zijn van onszelf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat wij zijn van onszelf

5 minuten leestijd

Dit is een diep ontroerend woord. Een woord dat ons alles uit handen slaat. Een woord waar eigenlijk niemand aan wil.

Zelfs wie het heeft leren verstaan, die moet er telkens weer worden bijgebracht. Want als de Heere ons in Zijn genade niet onder dat woord gebonden houdt, nadat we het eenmaal leerden verstaan, dan zoeken we er steeds weer onder uit te kruipen.

Want niet waar, wij zijn toch niet de eersten de besten? Er is toch een duidelijk verschil tussen ons en de wereld? Vleselijke mensen, dat zijn toch mensen die leven zonder God en gebod, nu ja wellicht doen ze nog een beetje aan de godsdienst, maar verdergaan ze niet dieper op de dingen in en leven ze maar oppervlakkig.

Maar wij… wij, die ernst maken met de dingen van Gods koninkrijk, die strijden en opkomen voor de waarheid… wij zijn toch geestelijke mensen. Het is toch wel te zien, dat wij uit een ander hout gesneden zijn. We zeggen dat wel niet hardop, maar zo denken we toch wel.

En wanneer dat nu waar was, dan was de zaak eenvoudig: alle kerkmensen komen in de hemel en de anderen niet. Wanneer dat waar was, dan konden wij heerlijk op onze voetstukjes blijven staan. We konden op onze troontjes blijven zitten. We konden uit de hoogte neerzien op de schare, die de Wet niet kent.

Maar nu komt Paulus ons zeggen: Ik ben vleselijk. Maar Paulus denken we: jij vleselijk? Dat kun je immers niet menen? Nee, we begrijpen wel wat je bedoelt. Je bedoelt natuurlijk te zeggen datje vleselijk onder de zonde verkocht bent, maar datje geestelijk een heel vroom mens bent, die God mag danken datje niet zo bent als al die anderen.

Maar wanneer we het zo verstaan, dan ziet het er donker voor ons uit. Het zal geschieden ten tijde des avonds, dat er geen licht zal wezen.

Want als we het zo verstaan, dan zijn we veel te vroom. Dan praten we misschien nog wel dierbaar van de Heere Jezus Christus, maar we voelen ons zonder Hem heel goed op ons gemak.

Maar zo bedoelt Paulus het niet. Niet: ik ben vleselijk verkocht onder de zonde, alsof hij zeggen wil: maar geestelijk heb ik de zonde al aardig onder de knie. Nee, hij zegt kortaf ik ben vleselijk.

En, zo gaat hij dan verder, wil je nu weten wat dat betekent, wel dan zal ik het u zeggen. En dan zet hij de verklaring erachter: ik ben vleselijk, dat wil zeggen ik ben verkocht onder de zonde.

Zo alleen moeten we het verstaan, en zo moet het voor ons gaan leven, want dan proeven we iets van die ontroering. Dan slaat het ons immers alles uit handen. Want als wij zo voor God komen te staan, dan houden wij niets over, waarom wij Hem welbehaaglijk zouden zijn. Onze deugd, onze gerechtigheid, onze werken, hebben niets bij Hem te betekenen. Met onze vroomheid kunnen we bij de Heere niets beginnen. We hebben niets van onszelf, dan dat wij vleselijk zijn.

Is dat niet verschrikkelijk? Nou en of, dat is vreselijk. Maar als het werkelijk voor ons leeft, wanneer we er iets van hebben verstaan, dan is het tegelijkertijd iets, waardoor we tot grote blijdschap kunnen geraken.

Want als wij vleselijk zijn, niets anders dan vleselijk, zodat wij de Wet die geestelijk is onmogelijk kunnen houden, dan wordt daar in het hart die vraag geboren: Hoe word ik rechtvaardig voor God? Dan wordt Hij, de Heere Jezus Christus die de Wet volkomen vervuld heeft, dierbaar in onze ogen. Dan leren we uit nood en ellende de toevlucht nemen tot die Zaligmaker, die het alles volbracht heeft voor een arm en ellendig volk.

Ja zegt er een, maar als we dan toch door Hem gevonden zijn, dan… dan hebben we toch wel iets in handen gekregen, waarmee we voor het aangezicht van God kunnen bestaan, niet waar?

Nee en nog eens nee, dan hebben wij niets in handen gekregen. Nooit, maar dan ligt alles wat we nodig hebben vast in de handen van die gezegende Middelaar, die het aan ons toepast door Zijn Heilige Geest.

Gelukkig maar, dat het daar veilig voor ons bewaard wordt, want wij zouden het anders toch kwijtraken.

Van ons blijft het gelden: Ik ben vleselijk. Diep verootmoedigend, ja zeker, maar ook hoe onnoemelijk zalig. Want waar dat werkelijkheid is in het leven daar blijven wij klein, maar zo kan Christus groot worden en wanneer Hij dan groot wordt, dan gebeurt daar dat grote wonder, dat een vleselijk mens, door de Heilige Geest bereid, een geestelijk mens wordt om eenmaal verlost te aanbidden en lof te zingen tot in eeuwigheid. DS. A. SCHAAP

BEZOEK VAN DE PA US AAN OOSTENRIJK

"Voor het gesprek van de paus met de bisschoppen was slechts drie kwartier uitgetrokken. De paus sprak dus langer met president Waldheim dan met zijn medebroeders in het bisschopsambt". "Deze pausreis kostte ongeveer 6 miljoen gulden". Aldus De Bazuin.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Wat wij zijn van onszelf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's