Geloofszekerheid en geloofstwijfel
In 'Ontmoetingen 29' schrijft u: "De twijfel die ooit bij u soms nog opkomt, is eigen aan elke gelovige".
Ik begrijp niet welke twijfel u bedoelt. Als wij eenmaal echt ons leven toevertrouwd hebben aan de Heere Jezus, als wij Hem aangenomen hebben en Hij ons macht heeft gegeven om kinderen Gods te worden, dan hebben wij de Geest van God, verbonden met onze geest, die getuigt dat wij kinderen Gods zijn: Rom. 8:15 en 16.
Het is toch niet zo dat die Geest de ene dag wel getuigt en de andere niet.
Het is inmiddels al weer ruim 14 jaar geleden dat ik door genade een kind van God mocht worden. Naar waarheid zeg ik dat ik nooit één dag getwijfeld heb over het feit of ik nu wel of misschien toch niet een kind van God ben.
Als je eenmaal een zoon of dochter geworden bent, een huisgenoot van God, dan wéét je toch wie je Vader is. Uw kinderen weten toch ook wie hun vader is. Het heeft alles met geboorte, dus wedergeboorte, te maken. (Of bedoelt u een andere twijfel?)
Enkhuizen
ANTWOORD
U beschrijft slechts één aspekt van het geloof, nl. de objektieve kant. Het is volkomen waar dat ons heil vastligt in iets en in Iemand buiten ons nl. Jezus Christus en Zijn verzoenende sterven. Maar … dat geloofsweten wordt door de Heilige Geest gewerkt IN de mens. Dat is de subjektieve zijde van het geloofsweten.
Kijk ik naar Jezus Christus, dan kan ik niet twijfelen aan mijn heil. Dan juicht mijn hart over en in deze machtige Heiland.
Maar kijk ik naar mezelf, dan moet ik zeggen: "Het kan eigenlijk niet! Ik ben en blijf te zondig. Kind van God zijn betekent dat je deel hebt aan Gods natuur (2 Petr. 1:4). Maar als ik zie naar wat er telkens weer in mij naar boven wil komen, dan zou ik in alle nuchterheid moeten zeggen: Nee, jij hebt alleen maar een bedorven natuur; hoe durf jij te veronderstellen dat jij iets van Gods natuur in je hebt!?"
Vanzelfsprekend blijf ik bij dat laatste oordeel niet staan, maar richt mij dan telkens weer op mijn Zaligmaker en Borg en dan weet ik het weer met geloofszekerheid: Zijn offer was voldoende om AL mijn schuld weg te nemen, zodat ik werkelijk een kind van God ben. Zo roem ik dan in de genade van God, de Heilige, die eigenlijk een grondige afkeer tegen mij moest hebben als Hij naar mij zou kijken zoals ik ben in mijzelf, maar van Wie ik weet dat Hij in liefde voor altijd heeft besloten mij slechts aan te zien in Zijn Zoon.
Wanneer je een van deze twee aspekten van het geloof uit het oog verliest, verlaatje de weg van Gods Woord.
Wanneer je alleen maar ziet naar je eigen zondigheid, kom je nooit tot het roemen in de genade, tot het verheerlijken van Gods barmhartige liefde in Christus. Dat is dan jammer voor zulk een mens zelf, maar het is veel erger dat zo iemand dan jaren voorbij laat gaan, die hij had kunnen besteden aan de lofprijzing van Gods goedertieren liefde. Want het eren van God is de eigenlijke zin van ons leven.
Maar wanneer je je eigen zondige aard niet meer ziet of niet meer wilt zien, word je een onuitstaanbare christen, die de ootmoed mist; die soms keihard anderen veroordeelt.
Dat sommige christenen weinig geloofstwijfels hebben, omdat ze weinig kennis hebben van hun bedorven aard, kan samenhangen met hun aanleg.
Er zijn mensen die de neiging hebben om altijd weer in zichzelf te schouwen (ik behoor ook tot dat type). Zij ontdekken dan ook voortdurend het eigen 'ik', het 'vlees', dat zich niet aan de geest en aan de Heilige Geest wil onderwerpen.
Anderen hebben de tegenovergestelde neiging. Zij willen juist graag naar buiten kijken. Ze hebben een aangeboren weerzin in het omspitten van eigen innerlijk. Ze willen liever niet afdalen in de groeve van het onderbewuste zieleleven.
Zulke mensen hebben weinig geloofstwijfels. Wanneer ze door de Geest tot het zaligmakende geloof zijn gebracht, zien ze altijd maar weer op Jezus en zien dan door het geloof dat ze in Hem alles hebben. Ik heb de indruk dat u behoort tot het tweede type.
Met een geleerde naam spreken we dan over introverte en extroverte typen. Maar deze twee typen moeten elkaar aanvullen.
De meer naar binnen gekeerde mens moet bereid zijn om zich door de ander te laten vertroosten: "Kijk naar Buiten, zie daar de Zon van de gerechtigheid, Jezus Christus! Die Zon staat vanaf de Paasdag voor altijd te stralen aan de hemel van Gods genadige liefde. Zie WAARTOE je verlost bent, welkeen heil God je bereid heeft in Christus.de Zoon van Zijn eeuwige liefde".
De meer naar buiten gekeerde mens moet zich ook laten vermanen door de ander: "Vergeet toch niet WAARUIT je verlost bent en ten koste van welk een verschrikkelijk lijden van de Zoon van God, die mens werd om jou uit de uiterste duisternis te redden. Je bent in jezelf nog geen volmaakte. Dat zegt zelfs Paulus. De volmaaktheid die je mag bezitten, is de toegerekende volmaaktheid van Christus. In jezelf is nog altijd het 'vlees'. Het is waar datje met blijdschap weten mag dat thans de Algoede, God Zelf door Zijn Heilige Geest in je woont als in een tempel. Maar in je 'vlees' woont nog steeds geen goed. En dat 'vlees' zal zich tot het einde toe blijven verzetten tegen de Heilige Geest".
Heel het geloofsleven zit vol spanningen. Haal je die spanningen weg, dan haal je de dood binnen. Want de spanning is eigen aan het leven.
Wanneer je bv. uitsluitend Gods uitverkiezing benadrukt en de menselijke verantwoording wegwuift, wordt je een sombere fatalist of een cynische egoïst, die van de bijbelse waarheid: "Ik kan me niet bekeren; God moet dat doen" een smoesje maakt om zijn eigen smerigheid goed te praten, terwijl hij zich wentelt in het slijk van zijn zondige begeren.
Wanneer je uitsluitend wijst op de menselijke verantwoordelijkheid, maak je de bijbelse oproep: "Bekeert u!" tot een vlag, die de lading van je modderschuit moet dekken. Dan ga je onder allerlei vrome woorden in wezen jezelf verheerlijken: "Ik, ik heb mij dan toch maar bekeerd! Ik heb aan die oproep gehoor gegeven en daarom heb ik van God het eeuwige leven ontvangen. Ik ben dus beter dan al die anderen, die zich niet willen bekeren. O, die geweldige IK! Mijn Naam zij geprezen!"
Tenslotte: de Heilige Geest getuigt in mij dat ik een kind van God ben, NIET in de eerste plaats doordat Hij mij laat zien dat ik inderdaad deel heb gekregen aan Gods natuur, maar doordat Hij mij de Christus DER SCHRIFTEN levend "voorde ogen schildert" (Gal. 3:1) en mij dus iets en Iemand BUITEN mij laat zien.
Hij getuigt dus aan en in mij op grond van heilsFEITEN en niet op grond van een min of meer vage religieuze ervaring dat ik een kind van God ben.
UIT UW TWEEDE BRIEF
Dat sommige christenen krachtig overkomen, heeft niets met hoogmoed te maken, maar met vertrouwen in God. Daarom zijn ze stabiel, daarom hebben ze een vaste tred. Ze leunen op de arm van hun Geliefde, Zijn heilrijke Rechterhand. Ze vrezen niet, ze kijken niet angstig rond, want ze weten: de Heere is mijn kracht; Hij is mijn sterkte ten dage der benauwdheid, ja, mijn psalm in de nacht.
Paulus schrijft: Oefen u in de godzaligheid. Zich oefenen is zich inspannen. En ontbreekt bij menigeen niet die inspanning of althans: is die inspanning wel krachtig genoeg?
WEERWOORD
Met wat u hier schrijft over God die de bron is van onze kracht, ben ik het eens. Ook met uw vertroostende opmerking dat wij mogen leunen op de Geliefde.
Maar als ik deze Geliefde van zo nabij mag aanschouwen, voel ik altijd weer mijn eigen onwaardigheid. Ik kan dan niet nalaten altijd weer tot Hem te zeggen: "Heere, wat bent U rein en wat ben ik onrein". En dan zegt Hij mij altijd opnieuw: "Maar Ik wasje rein in Mijn bloed".
En als ik dat dan uit Zijn mond hoor, springt de dankbare liefde nog sterker in mij naar boven en weet ik mij nog inniger met Hem verbonden.
CHRISTUS IN DE ARMEN
"Veracht de vernederden niet, als bezaten zij geen enkele waardigheid. Bedenk wie ze zijn, dan vindt u hun waardigheid: zij hebben het gelaat van onze Verlosser aangenomen. Want Hij heeft hen in Zijn liefde tot de mensen Zijn eigen gelaat verleend, om daardoor diegenen te beschamen, die zonder medelijden zijn en zich om armen niet bekommeren". Aldus Gregorius van Nyssa, gest. in 394. geciteerd inConcilium 1988-4.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
