Heersen … over God
Dat doen wij, mensen, zo graag. Wij willen een God, die Zich voegt naar ónze wensen, een God die we mee kunnen sjouwen op onze tochten door het leven en die we in een hoek kunnen zetten, wanneer we niet meer van Hem gediend zijn.
De Heere heeft echter de vervloeking over deze diep-menselijke en diep-zondige trek uitgesproken in het tweede gebod, een vervloeking tot in "het vierde (geslacht) van hen die Mij haten" (Ex. 20:5). De beeldenverering is het meest in strijd met het eerste gebod: "Ik ben de Heere, uw God… Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben".
Nadat de Joden op vele wijze de vervloekingen Gods vanwege hun beeldenverering aan den lijve hadden ondervonden, zijn ze door schade en schande wijs geworden en hebben radikaal gebroken met elke vorm van stoffelijke beeldendienst. Tijdens het aardse leven was er in Israël geen spoor meer te vinden van de beeldenverering, waartegen de profeten zich zo vaak heftig gekeerd hadden.
Maar met de geestelijke beeldendienst zijn ze verwoed verder gegaan. Ze hebben gemeend over God te kunnen heersen op grond van hun goede werken. Ze gingen tegenover God staan en eisten van Hem een loon, waarop ze recht meenden te hebben vanwege hun verdiensten.
Deze trek om over God te heersen zien we echter ook weldra weer opduiken bij de christenen.
Het ergste is dat uitgegroeid in de R.-K. Kerk. Rome leert dat de priester de macht heeft om in de mis het offer van Christus weer present te doen zijn. Zoals spiritisten menen de doden te kunnen oproepen, zo denken de priesters de stervende Christus uit het verleden weer te doen verschijnen op het altaar. Dan is Christus daar door een mirakel "waarlijk, werkelijk en substantieel" aanwezig.
Rome zegt dan heel devoot - en dat lijkt tegelijkertijd heel nederig - dat de priesters die macht niet uit zichzelf hebben, maar ze van God gekregen hebben. Maar dat is de slimste truc van de duivel dat hij dat heersen over God heeft ingekleed in veel vrome woorden. Dat is het lokaas waarmee hij argeloze christenen tracht te vangen.
En de priester kan dan die "God in een stukje brood" opsluiten in een kastje (tabernakel) of triomfantelijk in een processie ronddragen: Dit is de roomse God! Die God samenpersen in een stukje brood kunnen de dominees niet. Dat kunnen alleen onze priesters. Zo geweldig is onze kerk, ónze kerk alleen!
Maar die trekt zit ons allen in het bloed. Ook wij, christenen van de Reformatie, hebben die neiging om aan God gelijk te zijn en God aan ons te onderwerpen. We hebben dat zondige begeren overgeërfd van Adam en Eva.
Ook wij willen God vastkluisteren aan ónze dogma's en Hem opsluiten binnen ónze theologische of bevindelijke stelsels. We roemen in onze eigen kerk of geloofsgemeenschap. We roepen het de anderen toe: "Kom bij öns, want God is alleen met óns".
Als we ons een beetje generen voor zulk een kerkelijk chauvinisme, zullen we er wel aan toevoegen dat ook in andere kerken kinderen Gods kunnen zijn, maar God is toch wel op een heel bijzondere manier in ónze kerk. Wie zich bij óns voegt, mag daarom rekenen op die bijzondere gunst van God.
Dit op de loop gaan met de God van ónze dogma's, de God van ónze theologische of bevindelijke stelsels, de God van ónze kerk is de oorzaak van de verschrikkelijke verdeeldheid binnen het protestantisme.
Door heel de kerkgeschiedenis heen is het de zware en pijnlijke roeping vande(NieuwTestamentische) profeten geweest om die eigen gemaakte godsbeelden stuk te slaan. De hervormers en opwekkingspredikers hebben altijd weer teruggeroepen naar de levende God van het levende Woord, de Schrift. Vervolging en hoon was hun deel, ook in de protestantse kerken.
Het wezen van het bijbelse geloof is de persoonlijke relatie met God in Christus. Zeker, de Bijbel bevat ook een leer over die persoonlijke relatie, hoe die ontstaat, welke wezenlijke trekken ze vertoont, enz. En de belijdenisgeschriften hebben getracht die leer in levende taal te verwoorden. Ik verwijs b.v. naar het prachtige antwoord op de vraag: "Wat is een waar geloor van Zd. 7 van de Heid. Cat.
Maar een leer over het geloof is dood en doodmakend, wanneer die persoonlijke relatie ontbreekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
