Hoe gaan we om met genezingsverhalen?
Dit artikel van dr. J.
Pas is er in Engeland een boekje verschenen over goddelijke genezing, geschreven door een gynaecoloog. Het heet Healing Miracles. Daarin staat o.a. kritiekloos een wonder beschreven dat plaats zou hebben gevonden in Chili. Tijdens een kerkdienst daar ontvingen de gelovigen spontaan zilveren vullingen in hun kiezen. En alsof dat niet wonderlijk genoeg was, vertoonde elke vulling ook nog de afdruk van een kruisje…! Bij een dergelijk verhaal zet ik persoonlijk een paar vette vraagtekens. Daarmee wil ik niet zeggen dat we hier te maken hebben met moedwillig bedrog. Stel, je bent een arme, ongeletterde Chileen met kiespijn en je kunt geen tandarts betalen. Je komt in een massale, emotionele pinksterdienst waarin uren gehamerd wordt op het feit dat God geneest. Je moet geloven dat Hij geneest, zo wordt er gezegd, en aan die voorwaarde wil je maar al te graag voldoen. Ik kan me voorstellen datje aan het eind van zo'n dienst oprecht voelt datje tandpijn verdwenen is. Bij het ervaren.van pijn spelen psychische en emotionele factoren een belangrijke rol. We weten b.v. allemaal dat je minder pijn ervaart als je aandacht afgeleid wordt. In oorlogen komt het voor dat soldaten pas merken dat ze een lichaamsdeel zijn kwijtgeraakt als er even een luwte komt in de strijd.
Het getuigt niet altijd van ongeloof om vragen te stellen. Integendeel, oprecht geloof is altijd op zoek naar de waarheid. Daarom, als ik zo'n bericht uit Chili hoor, vraag ik me verschillende dingen af. Zoals: hoe lang bleven die Chilenen van hun tandpijn verlost? Als God geneest doet hij dat grondig en permanent. Voor het bepalen van goddelijke genezing geldt daarom hetzelfde criterium als voor goddelijke profetie: de tijd zal toetsen of dit werkelijk van God was (vgl. Deut. 18:21 v.).
Ontelbaren zijn met het gevoel beter te zijn geworden na een genezingsdienst naar huis gegaan - om na een tijdje weer met dezelfde kwaal te tobben. Dan komen de vragen: "Houdt God wel echt van mij?" "Heb ik wel genoeg geloof?" Maar de enig juiste vraag op zo'n moment is: "Was hier wel sprake van een genezing of zijn in die dienst mijn emoties met mij op de loop gegaan?" Als we ziek zijn willen we maar één ding: beter worden. Niets ligt daarom meer voor de hand dan dat de wens de vader van de gedachte wordt. Maar ook in dit geval geldt: Wordt nuchter opdat je kunt bidden. (1 Petr. 4:7). Vaak wordt ons geloof in genezing ook door vrees gemotiveerd. Want ziek zijn betekent dat we deels de controle over ons lichaam verliezen. Dat is beangstigend. Zo kunnen we ons krampachtig aan die belofte van genezing vast gaan klemmen, al dan niet met gebruik van uit hun verband gerukte bijbelteksten. Vanuit Amerika waait momenteel de zgn. Word of faith beweging over. "Claim it and get it!" is hun leus. M.a.w.: pak een tekst en eis dat God die waar maakt.
De pastorale brokken die gemaakt worden zijn enorm. Wat te denken van die ouderling die weigerde zijn dode kind te laten begraven en zijn vrouw verbood te treuren omdat dat een teken van ongeloof zou zijn? "God heeft immers beloofd dat wij doden zouden opwekken!" Ik zie nog die bejaarde dame voor me die "claimde" dat ze van kanker genezen was. Ze had alleen nog maar last van de symptomen(!). Haar naderende dood was niet bespreekbaar - "God heeft mij toch genezen?" Zo stierf zij zonder dat familieleden de kans hadden gehad om dingen met haar uit te praten of zelfs maar afscheid te nemen. Geloof gemotiveerd door vrees is geen geloof maar bijgeloof. Angst is niet van God: zijn liefde drijft immers alle vrees uit (1 Joh. 4:18). Niets is zo realistisch als echt geloof. Abrahams grootste verlangen was een zoon te hebben. Toch staat er van hem die ons grote voorbeeld in het geloof genoemd wordt, de "vader der gelovigen", geschreven: zonder te verflauwen in het geloof, merkte hij (nuchter!) op dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was (Rom. 4:19).
Vanuit dat geloofsrealisme zou ik een tandarts willen vragen om het gebit van die Chilenen eens nader te bekijken. Mensen met een bona fide bediening tot genezing hebben daarom ook altijd medici in hun staf. Zijn er wel echt nieuwe vullingen verschenen? Of hadden ze, zoals daar vaak gebeurt, voorafgaande aan de dienst een liefdemaaltijd gehad en iets zoets of zuurs gegeten waartegen hun toch al niet beste gebit protesteerde? Zoiets gaat na een uurtje of zo vanzelf over. En dan dat stempel in de vorm van een kruisje op die vullingen… Dat lijkt sterk op de religieuze folklore die b.v. zo typerend is voor de apocriefe evangeliën waarin het kind Jezus van klei vogels maakt die hij daarna weg laat vliegen. In een verhalende volkscultuur zoals die van de derde wereld kom je dit soort legendevorming vaak tegen. Ik zie het als een soort vrome poëzie of beeldspraak die we verder niet letterlijk moeten nemen.
Maar de grootste moeite heb ik met het feit dat God die gebitten niet echt genas. Hij kon blijkbaar niet beter doen dan ze, evenals een tandarts, op te lappen met vullingen. Dat is net zoiets als Jezus die een verlamde niet geneest maar ineens een invalidenwagentje tevoorschijn tovert. Of Jezus die bij die dove niet biddend zijn vingers in de oren stopte maar zo'n ouderwetse hoortoeter.
… Als God geneest, dan doet hij dat grondig en hij heeft het echt niet nodig dat we uit public relations overwegingen een wonder smakelijker opdissen dan het is. Integendeel, ons goedbedoelde enthousiasme kan ongewild die boodschap van genezing ongeloofwaardig maken.
Ik ben als pastor verbonden geweest aan de kerk welke Kathryn Kuhlman als haar thuisgemeente in Californië beschouwde. Verschillende gemeenteleden waren via haar bediening van een ongeneeslijke ziekte hersteld. Een vrouw die geboren was met een kromme rug, haar hele bovenlijf was scheef gegroeid. Een man met een zeer zware hartkwaal, en een tiental anderen - allen in één keer genezen. Deze mensen nodigden we, tien jaar na hun genezing, uit om in een dienst hun verhaal nog eens te vertellen. De medische specialist was erbij en vertelde dat ze bij hem onder behandeling waren geweest, dat hun genezing medisch gezien onverklaarbaar was en dat hij geconstateerd had dat zijn voormalige patiënten nog steeds volkomen gezond waren.
Niets is zo overtuigend als de nuchtere, eenvoudige waarheid, zoals ook de genezingen van Jezus in het Nieuwe Testament zonder enige opsmuk worden verteld. Dit staat in groot contrast met andere wonderverhalen uit de tijd die vaak een showachtig karakter hebben - evenals helaas, veel lectuur op dit gebied vandaag. …
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
