Eenheid met Christus
BRON Het onderwerp dat onze aandacht vraagt, betreft het diepste van ons verborgen leven met God en voor het aangezicht van Christus.
Het oude woord: "Doe uw schoenen van de voeten, want de plaats waar gij staat is heilige grond", is hier volledig van toepassing.
In de behandeling van ons onderwerp laten wij ons uiteraard leiden door tal van Schriftgegevens, die in overvloed voor handen zijn, zo zelfs dat we aan een zekere selectie niet zullen ontkomen. Wij zouden kunnen werken met de oude onderscheidingen van objectief en subjectief, voorwerpelijk en onderwerpelijk. We kunnen bij het element "eenheid" met Christus, het objectief-voorwerpelijk aspect benadrukken, terwijl het element van "de gemeenschap" met Christus meer ademt in het bevindelijke leven in de praktijk van de godzaligheid, de dagelijkse omgang met Christus.
Wel, in deze eerste lezing gaat het ons om de eenheid, de vereniging met Christus. Wat is de zaligheld en het diepst geheim van de Kerk van Christus en al haar levende leden? Christus geeft haar zegeningen, gaven, weldaden, een bont en uitgebreid scala doet zich aan ons voor: wedergeboorte, geloof, bekering, vrede, troost en blijdschap. Het zijn wateren die wellen uit de bron. Wij gaan ad fontes! Ons diepste geheim, onze grootste zaligheid is Hij zelf! De gelovigen zijn het eigendom van Hem, en Hij is het eigendom van de gelovigen. Mijn Liefste is mijn en ik ben zijn: dat is de bruidsverrukking, die het Hooglied doortrekt. En nooit zal dat lied op aarde zwijgen, zolang Christus Zijn Kerk er heeft. Het is een vuur, een vlam die brandt, elk nieuw geslacht weer. "Mijn zuster. Mijn vriendin, Mijn duif. Mijn volmaakte". Dat is de stem van onze Borg en Zaligmaker!
Eigendom en koop
Onze gedachte van de eigendom werken we nu verder uit. Het eigendom van de Zijnen, het bezitten van Christus van Zijn Kerk, is gegrond op het geven des Vaders. Zij zijn Hem gegeven. Johannes 17:6: "Zij waren Uwe en Gij hebt Mij dezelve gegeven". Wat in de beleving van het heil een sluitsteen is: de eeuwige verkiezing, dat zetten wij in de dogmatische kleuring van ons onderwerp voorop. Daarmee dalen we diep af in de mijnschacht van het goddelijk welbehagen„ of zo u wilt: we klimmen hoog in de sferen van het heilige en van het eeuwige: Maar de Schrift openbaart er ons zoveel van, dat het genoeg is tot onze onderwijzing en vertroosting.
Zij waren Uwe! Van alle eeuwigheid in het hart, in het denken van de Vader. Voordat ze geschapen zijn en het licht gezien hebben, zijn ze gegrift in het binnenste van de levende God, omvat in Zijn onpeilbare liefde, en bestemd voor de eer van de Allerhoogste. En zo heeft Hij ze aan de Zoon gegeven tot een bezit, om ze te behouden en voor eeuwig te bewaren. Daarmee correspondeert dat de Vader in dit leven, in de tijd, dit bezit gééft aan de Zoon. Daarin brengt Hij ze Christus toe, persoonlijk, één voor een. In dat geven ligt opgesloten het komen van de uitverkorenen tot Christus, om ook voor eigen besef op deze wijze Zijn eigendom te worden.
Maar alleen de gift door de Vader aan de Zoon volstaat niet. De Zoon wordt ook aan de gemeente gegeven. Denk aan het machtige woord uit Jesaja 9:5 over het geboren Kind en de gegeven Zoon. Hoe worden de gelovigen in de tijd het eigendom van Christus? Er was voor de Zoon van God geen andere weg dan die van de koop. Het vrijkopen. Het loskopen uit de ongerechtigheid en de slavernij van de zonde. Wij hebben ons wederrechtelijk losgewrongen van God, wij hebben onszelf gestolen van de levende God, de ergste vorm van ontvreemding! Onszelf in handen gespeeld van Gods tegenstander van den beginne. Op die vervreemding staat de straf van de dood en de prijs van bloed. Dat laatste is het enige middel dat bevrijdt, de enige prijs, het enige rantsoen dat losmaakt uit demonische binding. Een losprijs, die de Zoon niet betaalt aan de duivel. Soms hoor je gereformeerd prekende mannen, die kapitale vergissing begaan, daarmee tegelijk de diabolos tot een rechtmatig bezitter uitroepend! Het is teveel eer voor hem!
Wij zijn eerrovers van de levende God. Het bloed van Christus betaalt de schuldige eer terug aan onze oorspronkelijke rechtmatige Eigenaar en bezorgt ons terug bij Hem, Die ons schiep en ten eeuwigen leven bestemde! Nu de prijs is betaald, is het eigendom verzekerd. Het gaat hier - juridisch - om de rechtsgrond, de deugdelijkheid van deze dingen. De gelovigen zijn op grond van zuiver recht eigendom van Christus. Het zou ons te ver voeren - hoezeer het ook lokt - hier uit te weiden over de diepe troost, die erin dit stuk ligt, voor de praxis, voor degene, die van dit eigendom - te - zijn, door het geloof verzekerd mag zijn. Laten we deze dingen in ieder geval préken: ons niet storen aan moderne windewaai, al draagt die wat gereformeerde geuren mee. Het juridisch aspect van het verlossingswerk van Christus is geen kwestie pro forma, geen post pro memorie, maar één van de hartszaken in de prediking der verzoening. Preek uw gemeente onbewimpeld de deugdelijkheid van het Middelaarswerk van Christus. De zekerheid en de troost van een in tittel en jota volbracht werk, dat geen van Gods deugden onopgeluisterd liet en dat ons een nameloos diepe troost schenkt: een voldoening in alle stukken, een eigendomsrecht voor Christus, dat eeuwig, onverliesbaar is. Preek de duurte van de koop, schilder haar, stal haar uit, word het nooit moe. Peins er gedurig weer over, bedel om licht over deze dingen, voor u zelf, voor uw dienstwerk, en u hebt, met eerbied gesproken, een gréép op het hart, het geloof, én het léven der gemeente, waardoor we niet vervallen kunnen meer in geestelijk kruimelwerk op de kansel, op gevaar af van de mensen óp te houden en wèg te houden van Hem, die onze Hoop en zaligheid is, een God van volkómen zaligheid. Jawel, volkómen zaligheid. Zeg zelf: is dat niet volkomen: gekocht en betaald door Christus, bezit van Hem. Ik zou alle registers wel willen opentrekken; de dogmatiek is een zingend orgel. Het speelt met het volle werk: Romeinen 8. zondag 1! Dat breed uitwaaierende zicht op de Kerk in de gloria Dei; Openb. 5: "Want Gij zijt geslacht en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed!" Zo is onze dierbare Heere Christus de Triomfator geworden, die door de dood teniet doen zou, dengene die het geweld des doods had, dat is de duivel. Wanneer een sterk gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede (…); maar als één daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en deelt zijn roof uit (Luk. 11:21, 22).
Huwelijk
De eenheid met God in Christus vindt verder haar grond in nog een andere zaak. In dat geval gebruikt de Heilige Schrift het beeld van het huwelijk, een geestelijk huwelijk, ook wel een huwelijksverbond genoemd. We denken dan aan klassieke Schriftplaatsen als Ezechfél 16:8: "Ja, Ik zwoer u en kwam met u in een verbond en gij werdt Mijne". Breedvoeriger zijn ons deze dingen beschreven in Hosea 2:18,19: "En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja. Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht en in goedertierenheid en in barmhartigheden. En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof en gij zult de Heere kennen". Hier gaan de schatten van het heil open op een onzegbare manier. Wat uit de eeuwigheid stamt, duurt tot in eeuwigheid. Het is eeuwig welbehagen van waaruit zondaren aan Christus gegeven zijn. En het staat op Zijn Naam geboekt, dat het huwelijksverbond nooit gebroken zal worden en dat de bondgenoten eeuwig onafscheidelijk van God en Zijn Christus zullen zijn, ondertrouwd in eeuwigheid. En, let wel, niet zonder grond! Die eeuwige eenheid wortelt in de daad van het offer van Christus! Want het is een ondertrouw in gerechtigheid! De Vader heeft er volle vrede mee, en Hij verheugt zich erin. Alles is terecht gebracht, recht gemaakt in het lijden en sterven en de opstanding van Christus. Hoe worden wij één met God, verenigd met Hem, tenzij door de vereniging met Christus? Dat is wat: te naderen, te mogen, te kunnen komen tot God, aan wiens gerechtigheid genoeg gedaan is door Christus en in Hem God te mogen kennen, kinderen Gods te mogen worden! Die eenheid met de Zoon en in Hem met de Vader draagt ook weer het karakter van het vaste, het duurzame. Want God ondertrouwt in gericht. Dat betekent: Hij zal die eenheid, die verbintenis nooit meer ontkennen of ontkrachten. In Zijn gericht neemt Hij het op voor die Hem ten eigendom werden. In dat richten van vijanden en aanklagers, bewaart Hij hen. Prachtig staat dat geschreven in Psalm 17: als 't zwart van de oogappel bewaart God de Zijnen. Laat niemand een vinger uitsteken naar Gods uitverkorenen, naar die in Christus zijn. Die krijgt te doen met de hoogspanning van Gods geducht gericht. En uit gerechtigheid en gericht vloeit al het andere: het verlossende bloed van de Zoon laat de liefde en de barmhartigheid uitstromen naar allen, die het eigendom van Christus zijn. En het is een ondertrouw in geloof! Dat betekent: in trouw, in betrouwbaarheid. Daar kun je op aan. God zal om Jezus' wil ons nooit begeven en nimmer verlaten. En het diepste: gij zult de Heere kennen; de Heere openbaart Zich, doet Zich kennen daarin, geeft Zichzelf weg. En dat kan niet anders ten gevolge hebben dan de overgave van onszelf aan de Heere: zalig zich kwijt te raken aan een God, die Zichzelf wegschenkt… Ach, dat wordt een dolen in de hof van eeuwige liefde. Dat wordt een zwemmen in de zee van eindeloze goedertierenheid. Wie zo door Christus tot God komt, breekt onweerstaanbaar door tot de blijde zekerheid dat wij des Heeren zijn. Deze zal zeggen: "Ik ben des Heeren en gene zal met zijn hand schrijven: ik ben des Heeren". (Jesaja 44:3).
Het eigenlijke
Via deze genoemde aspecten dringen we als het ware steeds meer door naar het meest wezenlijke van ons onderwerp: de eenheid, de vereniging met Christus. Het gaat er ons om het wezen daarvan te ontdekken. Vereniging met Christus. Laat ik mogen zeggen, dat het eigenlijk niet te zeggen is. De Schrift spreekt niet voor niets hierover in beelden, tegemoetkomenderwijs dus. De vereniging met Christus, die we in haar oorsprong en haar grond, zagen, is meer een zaak van geloofservaring dan van puntvaste definities. Het is léven. En wat is leven? Dat is ademhaling, hartslag, bloedsomloop, beweging, vibratie. Zo ervaren wij het. Leven, dat is: ogen, die zien, als een spiegel der ziel. Een levend lichaam en een lijk - wat een aangrijpend verschil is dat. Het gaat ons om de levenstekenen en -tekening van het verenigd zijn met Christus.
Dat is wat anders dan een beschouwing van Christus. Wee ons gebeente, als onze preken daarop en daarin blijven steken. Dan loopt er geen bloed door. Het is zo nodig zelf dat geheimenis van de vereniging met Jezus te kennen: Leven van mijn leven… leven van Jezus in ons sterfelijk vlees, schrijft Paulus. Dat moet uit ons, predikers, uitkomen, aan ons te horen, te zien zijn: met Jezus te zijn. O, ja, als een gewoon mens, want de vereniging met Christus ontmenselijkt ons niet. De grens tussen God en mens blijft gehandhaafd. Jezus - God! - werd mens. Wij worden geen God… Wij blijven mens, gewoon mens, ja, alstublieft! Er is geen reden om met het hoofd in nevelen te lopen, onwezenlijk vroom, half tussen hemelenaarde, wat toch nooit volte houden is. Weet u: het geheim van deze dingen is, annex aan de ganse lijn van het Evangelie, dat het niet gelegen is in ons opklimmen, maar in Gods neerdalen tot ons. Per definitie bloeit de bloem van dit verenigd zijn met Christus in de diepte. De laagte van de verootmoediging, de onttakeling, de ontmanteling, de ontmaskering van onze natuur, de verbrijzeling van ons harde hart, de leegloop van onze opgeblazenheid. Jezus is in ons en met ons in ons nulpunt. Is misschien daarom dit leven een gesloten boek voor deze of gene? Wij kunnen wel preken voor de gemeente óver ontdekking en óver "schuldenaar moeten worden" en óver alles wat er met een mens toch wel gebeuren moet, maar wórden wij ontdekt? Worden, zijn wij schuldenaar? Verkeren wij in de nauwe hoek van de verootmoediging? Het leven met Christus krijgen wij niet binnen handbereik bovenaan onze trappen van vroomheid en orthodoxie.
Het wordt ons geschonken en het gaat leven in ons onder aan die trap, die Christus afdaalde, naar de put van ons verderf, om ons daar te vinden en Zich aan ons te geven! Daaraan is onlosmakelijk, per consequentie, verbonden de overgave van onszelf aan Hem. Radicaal. In een alles - uitleverend geloven, onvoorwaardelijk, totaal, waarbij wij niets van onszelf achterhouden. Dit is het geloof, dat ons met Christus verenigt. Wat is daar al niet voor definitie voor gegeven? Zondag 7, Zondag 23! In de Schrift wordt het ons verklaard onder talloos vele beelden… daarover straks meer. Het geloof dat verenigt met Christus is het geven van de hand aan Hem, en dan zeggen: Ik ben des Heeren, zich toenoemen met de naam Gods.
Broeders, daar hebt u de kern van de zaak: wij zijn van eeuwigheid door de Vader aan de Zoon gegeven. De Zoon heeft ons in sterven en opstaan bevrijd, gekocht, verlost, gerechtvaardigd voor God. Dus met Zich verenigd. Het is de actie van Zij reddend handelen. En nu is het geloof een uitgaan tot Christus, ja een ingaan in Hem, een in-nig contact, dat ook, naar de ervaringszijde van het geloof. Het leidt tot de gelootsvereniging met Hem, de geestelijke band aan Hem, de unio mystica cum Christo. "Opdat Christus door het geloof in uw harten wone", schrijft Paulus in Efeze 3:17.
Het werk van de Heilige Geest
Laten wij hierbij vooral niet veronachtzamen de persoon en het werk van de Heilige Geest. In veel preken komt de Heilige Geest nog wel ter sprake wanneer het gaat over, laten we maar zeggen, de toeleidende weg tot Christus. Dan gaat het over de werkingen van de Heilige Geest in den beginne van het genadeleven: verandering, omkering, stille ombuiging, plotselinge arrestatie, droefheid naar God… het wegvluchten van de zonde, maar ook de honger naar rust en vergeving, die er in Christus is. Laat onze prediking niet ontaarden in pure descriptie of verschralen tot loutere verwijzing naar Christus. De Geest is ook de Geest des geloofs, die een zondaar, schuldig en verloren, meevoert in de handen van Christus, die hem of haar met overtuiging en verzekerdheid Christus doet omhelzen, één plant met Hem maakt. En dan nog is het niet op en uit: dat gaat verder in de daadwerkelijke inwoning van de Geest in de gelovigen als de Geest van Christus. Eén taak heeft de Geest: het eigendom bij de Eigenaar houden, steeds weer. Tuchtigend, besnoeiend, twistend, lieflijk overbuigend, verbrijzelend, ach, het heeft zoveel kanten. Opdat Christus in uw harten wone… door het gelóóf! Broeders, vraagt u zelf af of dit functioneert in uw prediking. En wéér: niet louter descriptief. Je kunt alles beschrijven - als je maar genoeg leest en weet!…
Maar bijbels ademend, dooraderd vanuit uw eigen vereniging en omgang met Christus…
Christus woont in ons door het geloof. Het blijft worstelen met woorden om onzegbare dingen uit te spreken… Door het geloof en - graag onderstreep ik dat - in de liefde. Broeders, als God liefde is, zou dan niet wat van die liefde golven en spoelen in de ziel van een mens, die gevoerd in de armen van Christus, wel eens klaagt en jubelt (dat ligt soms zo verstrengeld): Wie heb ik nevens U omhoog? Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde nevens U toch lusten, niets is er waar ik in kan rusten!… Liefde, dat is liefde Gods, die als stromend water de diepte zoekt van een zondaarshart, dat Christus ten buit werd. En het is die liefde, die de graadmeter is voor dat verenigde leven met Christus. Echte liefde kan geen scheiding verdragen. Evenals die liefde verflauwt of inzinkt, kunnen wij de gemeenschap met Christus zo makkelijk missen. Maar dan valt de duisternis in, dan woekert het vlees, dan regeren onze lusten, dan raken wij het gevoel kwijt. Dan zondigen we, tegen Hem, die sprak: "Mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken". (Joh. 14:23)
Met dat al is het spreken van de Schrift over de eenheid met Christus allerminst uitgeput. Er is nog veel meer. Met name de brieven van Paulus zijn een waar areaal van schatten, die gedolven mogen worden. Ik kan - uit het oogpunt van beperking-slechts aanstippen: Er is sprake van één-zijn: "Die de Heere aanhangt is één geest met Hem" (1 Cor. 6:17). In dit kader noem ik ook de gedachte van het één plant met Christus zijn (Rom. 6:5). En dat in twee opzichten: gelijkmaking aan Zijn dood en aan Zijn opstanding (vgl. Zondag 33 van de Heid. Catechismus). Paulus noemt ook het "aandoen" van Christus (Rom. 13:14); het geworteld zijn in Hem (Col. 3:7). En dan het in-zijn in het een-zijn. Ik behoef voor theologen de machtige betekenis van dit paulinisch spreken niet nader aan de duiden; het wederkerig in-zijn. Ik in hen (Joh. 17), Christus in mij (Galaten 2:20). De ene goudlaag na de andere komt inde Bijbel zo aan de oppervlakte. Het in Hem gedoopt zijn: "Want zovelen als gij in Christus Jezus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan (Gal. 3:27); en Rom. 6:4: "Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood".
Alle gegevens, die een onderwerp apart vergen en rechtvaardigen. Het is: het leven in Hem, dankzij de nauwe verbintenis aan Hem; Hij nooit zonder ons, wij nooit zonder Hem; mede opgewekt, mede gezet door God in de hemel in Christus Jezus. Hij, die de Wijnstok is, wij, die de ranken zijn. Hij, die het Hoofd is, Zijn Kerk, die Zijn lichaam zijn mag. Hij, die de Hoeksteen is, op Welke al Gods kinderen worden gebouwd als levende stenen tot een geestelijk huis!
Broeders, zie daar: de geestelijke eenheid, of vereniging met Christus. Wat is de zin van het aanreiken van al deze dingen? Om u nog eens te laten zien hoe groot God is, hoe zeer Christus alles is, hoe rijk uw voorraadschuur gevuld is, zo vol dat u haar nooit leeg kunt preken. Preek Christus! Bijbels, dat is: voluit. Laat het Evangelie breed over uw gemeente hangen. Ze zal er wel bij varen. Maar vooral: Hebt acht op uzelf, opdat deze schatten u niet vreemd zijn. "Wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest, die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn: dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende." (1 Cor. 2:12,13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
