In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Leer over rechtvaardigmaking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leer over rechtvaardigmaking

5 minuten leestijd

In 'M D-Materialdienst des Konfessionskundlichen Instituts Bensheim' van nov.-dec. 1987 bespreekt prof. dr. Wilfried Härle de vraag: "Zijn de leerveroordelingen over de rechtvaardigmaking kerk-scheidend?".

Hij doet dit naar aanleiding van een publikatie van de Ökumenischer Arbeitskreis" over dit onderwerp. Protestantse en rooms-katholieke theologen die dit dokument opstelden, beweren daarin dat de leer van de beide kerken hierover geen reden is om een kerkscheiding nog langer te handhaven.

Prof. H. wijst op verschillende manco's in dit dokument. Zo is op geen enkele wijze aangegeven wat wèl en wat niet voldoende reden is om het bestaan van twee kerken naast elkaar te rechtvaardigen.

Het dokument probeert op het spoor te komen van het 'Anliegen' van Rome en Reformatie, toen zij in de zestiende eeuw hun leeruitspraken deden. Men wil achter de formuleringen doorstoten naar wat men toen eigenlijk bedoelde.

Op zichzelf is dat een goede methode. Je moet een tegenstander niet op een woord of op een uitdrukking proberen te vangen.

Vooral nu Rome en Reformatie al eeuwenlang uit elkaar zijn gegroeid en woorden gebruiken die bij beiden een andere betekenis hebben (gekregen), is het van groot belang om telkens te proberen aan de weet te komen: Wat bedoelt de ander nu precies? Ik heb al eens een 'vergelijkende woordenlijst' samengesteld, waarin ik heb aangegeven wat termen als 'genade, geloof, enz.' bij Rome en wat ze bij de Reformatie betekenen. (Verkrijgbaar bij 'De Bijbel in elk Huis', Postbus 421,3140 AK Maassluis, 4 blz. f 1,50, verzendkosten inbegrepen).

Ik heb ook al vaker als mijn mening naar voren gebracht dat de deelnemers aan het concilie van Trente de eigenlijke bedoeling van de leer van de Reformatie niet begrepen hebben.

Ik kan dat aantonen uit de teksten van het concilie, maar ik heb het ook aan den lijve ervaren. Destijds leefden wij louter uit de natridentijnse theologie. Maar niemand van ons had ooit het hart van de Reformatie horen kloppen. Wij wezen de leer van de Reformatie af, zonder echt te begrijpen wat wij afwezen.

Maar Mohammed heeft ook nooit de Reformatie begrepen, en Buddha evenmin. Maar zowel Mohammed als Buddha hebben een eigen leer verkondigd, die één gesloten geheel vormt en waarin geen plaats is voor de leer van de Reformatie.

Zo is het ook met de r.-k. leer zoals die door Trente is geformuleerd. Ookdie leeriseen gesloten systeem waarin geen plaats is voor de leer van de Reformatie.

Die eenheid van dezelfde leer valt niet slechts te beluisteren in de 32 canones van de zitting over de rechtvaardigmaking, maar ook in de andere zittingen bv. over de sakramenten. Al die canones afzonderlijk, maar vooral die canones als een theologisch duidelijk samenhangend geheel sluiten de leer van de Reformatie met alle beslistheid uit.

Wie de leeruitspraken van Trente (zie daarvoor mijn brochure 'Rome en de Bijbel', f 2,50 plus f 1,20 verzendkosten) legt naast de belijdenisgeschriften van de Reformatie, kan alleen maar tot de konklusie komen: ze zijn onverenigbaar.

Wil je dat toch proberen, dan ben je als iemand die van een koe een paard wil maken of omgekeerd, of die voorstelt: Laten we voortaan een koe een paard noemen en een paard een koe.

Maar in dat geval doe je zowel Rome als Reformatie onrecht aan en ben je alleen maar oorzaak van een heilloze spraakverwarring en van een enorme tijdverspilling.

Een voorbeeld: Als Trente slechts had uitgesproken dat de eenmaal gerechtvaardigde mens door zijn goede werken het eeuwige leven verdient, zou heel, heel misschien daarover nog te praten zijn. Dan zou je je wellicht af kunnen vragen: Misschien bedoelde Trente het in de zin van de bijbelse loongedachte, die ook door de Reformatie wordt aanvaard, dus als een 'verdienen' in oneigenlijke zin.

Maar Trente heeft zelf een dergelijke interpretatie uitgesloten, doordat het concilie er uitdrukkelijk aan heeft toegevoegd dat het hier om een 'waarlijk verdienen' (vere mereri) gaat.

Wij echter belijden dat het geloof waardoor wij gerechtvaardigd worden, is "… een vast vertrouwen dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade, alleen om der verdiensten van Christus' wil" (Heid. Cat. zd. 7).

"Hoe zijt gij rechtvaardig voor God? Antwoord: Alleen door een waar geloof in Jezus Christus, alzo dat… God, zonder enige verdiensten mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent" (zd. 23).

De leer dat wij "het eeuwige leven waarlijk verdienen" moeten, en de leer dat wij dat eeuwige leven "zonder enige verdienste mijnerzijds" uit louter genade ontvangen, sluiten elkaar als ja en nee uit.

Wat voor waarde hebben menselijke woorden nog, wanneer wij dit ja en nee toch nog tot een eenheid in elkaar kunnen flansen?

Laten we niet meedoen aan milieuverontreiniging, maar evenmin aan woordverontreiniging. Milieuhygiëne is belangrijk, maar woordhygiëne evenzeer, anders bederven we het sociale leefklimaat en kunnen we elkaar niet meer met vertrouwen tegemoet treden.

En zo zijn er vele voorbeelden aan te geven dat Trente de formuleringen (in feite: de vervloekingen over de leer van de Reformatie en over de belijdenis daarvan) zo kras en pertinent heeft gemaakt, dat, als je de bedoeling daarvan nu in twijfel gaat trekken. je elk menselijk woord, ook de woorden van de Bijbel zelf, in twijfel kunt trekken. Prof. H. zegt terecht dat men in dat geval "das Vertrauen in die Solidität des Umgangs mit Texten in fundamentaler Weise untergräbt" = het vertrouwen in de betrouwbaarheid van de omgang met teksten op een fundamentele wijze ondergraaft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Leer over rechtvaardigmaking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1988

In de Rechte Straat | 32 Pagina's