Geloven doe je met je hart
"Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid" (Rom. 10:10).
"Opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis, (namelijk) verlichte ogen van uw verstand (hier staat in het Grieks, volgens de meest waarschijnlijke tekst: kardias = hart. HJH). opdat gij moogt weten welke de hoop van Zijn roeping is en welke de rijkdom der heerlijkheid van Zijn erfenis is in de heiligen; en welke de uitnemende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, naar de werking van de sterkte Zijner macht, die Hij gewerkt heeft in Christus, toen…" (Ef. 1:17-20).
".. opdat Christus door het geloof in uw harten wone en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt; opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods" (Ef. 3:17-19).
Laat bovenstaande teksten eens op u inwerken. Wat een onvoorstelbare geestelijke rijkdommen liggen daarin opgestapeld! Het ontrolt zich allemaal voor de ogen van je hart. Het begrippelijke denken staat er gewoon beteuterd bij te kijken. Met onze redeneringen kunnen we dit alles onmogelijk volgen.
De toegang tot al die heerlijkheid wordt je alleen ontsloten door het geloof. En geloven doe je met je hart. Het geloof komt voort uit het diepste in ons, uit die kern van ons wezen, waardoor ik Herman Hegger bent en u… vul uw naam zelf maar in.
Ik heb het al vaker gezegd, maar het is goed het telkens te herhalen: Het hart is in de Bijbel niet ons gevoel, maar ons eigenlijke 'ik'. Gevoelens komen en gaan. rijzen op en verzinken. Maar wanneer de Heere ons hart heeft geopend door Zijn Geest, dan worden we voor altijd aangesloten op die rijkdommen van de barmhartigheden Gods in Jezus Christus.
Wel zal zulk een ontsluiting van je hart, zulk een wedergeboorte, altijd gepaard gaan met gevoelens. Maar nogmaals, de gevoelens vormen niet het wezen van de wedergeboorte.
Hoe voltrekt zich nu die ontsluiting van het hart, die wedergeboorte?
Doordat een zondaar aan zichzelf ontdekt wordt en tegelijk te zien krijgt wie God is: de Vader die in oeverloze, vergevende, barmhartige liefde ons tegenstraalt in Zijn Zoon Jezus Christus. De ontdekking datje een zondaar bent, dat je volstrekt schuldig staat voor de heilige God, raakt je tot in de kern van je wezen. Je wordt dan helemaal op jezelf teruggeworpen. Je kunt en wilt geen enkele kant meer uit. Je wilt je dan alleen maar ootmoedig op de borst kloppen en zeggen: "O God, wees mij, zondaar, genadig". Maar tegelijk leeft heel je wezen op, doordatje het antwoord op je verslagenheid vóór je ziet in Jezus Christus. Dan snel je naar Hem toe en geef je je in vreugde en vertroosting over aan Hem. die de verzoening met de Vader is, op dat moment en voor altijd.
Paulus herhaalt wat Habakuk zei: "De rechtvaardige zal uit het geloof leven" (Rom. 1:17; Hab. 2:4). En "Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet" (Hebr. 11:1).
Het geloof heeft geen redelijk argument nodig. Het geloof heeft het bewijs in zichzelf. Dat komt omdat je door het geloof de heerlijkheid Gods aanschouwen mag, "want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede. maar alsdan (zullen wij zien) aangezicht tot aangezicht" (1 Kor. 13:12).
Dat "zien door een spiegel in een duistere rede" is het onderpand van de Heilige Geest, die door het geloof in onze harten is gaan wonen (Ef. 1:14). Het is de voorsmaak van wat ons straks in alle volheid te wachten staat.
Tot dit zaligmakende geloof kan een mens langs vele wegen geleid worden. De Heere kan daartoe allerlei overwegingen die in Zijn Woord liggen vervat, inschakelen. Ik noem er enkele:
Vanuit de Bijbel komt de vraag naar de zin van het leven op de mens af. En God kan die vraag soms onderstrepen door allerlei gebeurtenissen in ons leven, waardoor de vergankelijkheid van al het aardse zich meer dan ooit aan ons opdringt, bv. door de plotselinge dood van een van onze dierbaren. Dan kan een tekst als: "Want de gedaante van deze wereld gaat voorbij" (1 Kor. 7:31) zich als een weemoed op ons neerleggen.
Waarvoor leven we? Voor het lichaam met zijn mogelijkheden van genot? Vooreten, drinken, sex? Dwaas! Straks vergaat dat lichaam in het graf.
Voor eer en macht? Waan-zinnig! Waarom zoudt u zich uitsloven voor dat ene exemplaartje van de miljarden mensen, dat … (vul uw naam maar in) heet?
Wat hebben beroemdheden eraan dat hun naam genoemd wordt door de eeuwen heen? "Want er is geen werk noch bezinning noch wetenschap noch wijsheid in het graf, waar gij heengaat" (Pred. 9:10).
Wat heeft Van Gogh die zelfmoord pleegde, eraan, dat onlangs een van zijn schilderijen voor ettelijke miljoenen verkocht werd?
Waar leven we voor? Voor idealen als: de leniging van de nood van de armen, de verdrukten, de Derde Wereld? Maar idealen, al zijn ze nog zo mooi. stralen als kille, abstrakte, onpersoonlijke sterren, ver weg. Ze vullen niet je hart. Ze zijn hoogstens voedsel voor je opgewarmde hersenen.
Leef je voor je man, je vrouw, je kinderen? Inderdaad, aan hen kun je je geven. Tussen hen en jou kun je de band leggen van de liefde. Daardoor wordt een stukje van je eenzaamheid op aarde opgeheven.
Maar … mensen zijn sterfelijk. Je dierbaren kunnen je plotseling ontvallen door de dood. En wat een pijn is dat! Die scheur door heel je wezen heen.
En ook … sommigen moeten zonder man of vrouw door het leven. Welke zin moeten zij dan aan hun bestaan geven?
Nee, de enige Zin van ons leven is God. Ik zou niet kunnen leven zonder de gemeenschap met de levende God. Alleen Hij kan met Zijn liefde mijn hart geheel en al vullen.
Zonder deze kennis van de persoonlijke God in geloof en liefde zou mijn hart op den duur helemaal uitdrogen. Dan zou ik zitten aan de rand van de eeuwige woestijn, terwijl ik al maar door de zandkorrels van de vergankelijkheid door mijn vingers laat glijden.
God is de schreeuw van mijn hart. "Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U. o God! Mijn ziel dorst naar God, naarde levende God" (Ps. 42).
Hoe leef ik met een genadig God?
In dit boek legt ds. Hegger alle nadruk op het werk van Christus in ons, door Zijn Geest. Ik geloof dat dat van groot belang is. Te vaak blijven wij als reformatorische christenen staan bij wat Christus vóór ons heeft gedaan: de rechtvaardiging door het geloof. Dat is goed-bijbels, goed-paulinisch.
Maar Paulus gaat veel verder: hij schrijft ook vaak over het werk van Christus in ons, een werk dat Hij doet door ons Zijn Geest te geven, die in ons woont en werkt.
We vinden bij Hegger geen overdreven 'Geestes'-mystiek, maar een warme 'Woord'-mystiek, waarin hij (terecht!) ruime plaats wil geven aan het werk van de Geest in ons.
Prof. dr. K. Runia in Centraal Weekblad.
"Hoe lééf ik met een genadig God?", 246 blz. f24,80. Verkrijgbaar in de boekhandel. Kan ook besteld worden bij Uitgeverij Desondanks. Boulevard 11, 6881 HN Velp G. Tel. 085-646050. In dat geval plus f I,- als bijdrage in de portokosten; dus totaal f 25,80.
DE WIJN VAN DE DWALINGEN
Uw blad heeft mij zeer versterkt in het geloof. Ik ben daardoor gaan zien wie het huidige Babylon is en welke misleidende middelen Rome gebruikt om de mensen de bedwelmende wijn van haar dwalingen te laten drinken.
Tecun Uman (Guatemala)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1988
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
