Wet en evangelie
Dit boek van prof. dr. W.H. Velema (uitg. Kok - Kampen, 195 blz. f32,50) wil ik met nadruk ter lezing aanbevelen. Wel moet ik ervoor waarschuwen dat enige kennis van theologische termen gewenst is, wil men dit boek niet zonder al te grote moeite lezen. Schaf het u aan, wanneer u zulk een zin gemakkelijk in u opneemt: "De eenheid van zondekennis en vergeving houden we vast, omdat er een eenheid is van wet en evangelie theocentrisch, openbarings-historisch en existentieel-soteriologisch" (p. 159).
Wat vooral in dit boek aan de orde komt? "Dat is de vraag, hoe een zondig mens bij zijn bekering wet en evangelie leert kennen. Komt hij eerst met de wet in aanraking, om daarna pas het evangelie te leren kennen? Of leert hij met het evangelie ook de wet kennen?". "Gaat de kennis van de zonden - ook temporeel - aan die van de vergeving vooraf?" (p. 29).
Alleen de liefde?
Daarnaast komt ook ter sprake de vraag in hoeverre de geboden van Oude en Nieuwe Testament ook nu nog hun geldigheid hebben? Is het voldoende dat we het gebod van de liefde overnemen en vandaaruit zelf vulling geven aan wat wij in allerlei konkrete omstandigheden moeten doen?
Zo zijn er, die met een beroep op het gebod van de liefde de beleving van de homofiele geaardheid goedkeuren. Velema laat echter zien dat niet alleen het algemene gebod van de liefde, maar ook de konkrete geboden van de Bijbel normerend zijn, ook voor ons die leven in deze tijd.
De Tien Geboden als grondwet Hij spreekt over de Tien Geboden als overeen grondwet, terwijl de andere geboden en verboden daar een uitwerking van zijn. "De Decaloog (= de Tien Geboden) is ingebed in het geheel van de wetgeving. Doch binnen dat geheel fungeert de Decaloog als concentratie, als sleutel tot het verstaan van de andere geboden" (p. 79). Die Tien Geboden "blijven als de grondwet van het Koninkrijk der hemelen fungeren.
In de tweevoudige gestalte van liefde jegens God en de naaste heeft Jezus het gebod geconcentreerd. Hij deed dat niet om de geboden terzijde te schuiven, doch om de onverbrekelijke samenhang van liefde en gehoorzaamheid aan de wet te verwoorden" (p. 90).
De Bergrede kritiek op de wet?
Velema spreekt ook over "de profetische kritiek" (een uitdrukking van prof. van Ruler) van Jezus op de wet in de Bergrede. Velema: "God heeft in Jezus Christus, Zijn Zoon. de wet in haar diepste bedoeling geopenbaard. De eigenlijke strekking van de wet komt in Zijn leer en leven openbaar". Jezus uit kritiek op "wat de Joden van de wet gemaakt hebben. Met twee woorden is dat te typeren: Uitwendige gehoorzaamheid aan de letter van de wet èn het verlies van de eenheid van de wet, door haar te doen opgaan in een veelheid van op zichzelf staande geboden. De gezindheid van de liefde ontbrak" (p. 101).
Gebod en situatie
Over de verhouding van het gebod tot de konkrete situatie schrijft Velema: "Naar mijn oordeel moeten we spreken over de theologische prioriteit van het gebod. We kunnen deze echter niet tot zijn recht laten komen zonder de situatie te kennen. Deze moet ook kunnen spreken. Wie de theologische prioriteit van het gebod eerbiedigt, zal geen moeite hebben met een heen en weer tussen gebod en situatie. Door de kennis van de situatie wordt soms het zicht verscherpt op wat het gebod in de situatie vraagt" (p. 114). Hij geeft daarbij een uitgewerkt voorbeeld nl. de transplantatie van organen.
De orde des heils
In hoofdstuk 5 behandelt V. de wet en de orde des heils. "De vraag of wede prediking moeten laten bestaan uit twee elkaar opvolgende onderdelen: eerst de wet, daarna het evangelie. Moeten we ervan uitgaan dat de mens eerst door de wet aan zijn zonde ontdekt moet worden, alvorens hij behoefte heeft aan het evangelie? Moet de wet voorop gaan en door het evangelie gevolgd worden?" (p. 122).
Antwoord van Velema: "Er kan geen sprake van zijn dat Paulus de wet gepredikt heeft of wil hebben, zonder dat er nog van het evangelie gesproken wordt. Dan zou de wet ten opzichte van het evangelie verzelfstandigd zijn geworden.
En dat is precies de zonde van de Joden. Ze hebben de wet uit de ark vandaan gehaald en haar als heilsweg gehanteerd. Eigenlijk moet men zeggen dat wie de wet zonder het evangelie tot kennis van de zonde noodzakelijk acht, hetzelfde doet als de Joden in Jezus' dagen. Hij verwacht weliswaar geen heil van de wet; dat in tegenstelling met de Joden. Hij verwacht van de wet onheil. Dit onheil is de noodzakelijke voorfase voor de beleving van het heil" (p. 136).
"Calvijn wijst erop dat de oproep van Jesaja om de weg des Heeren voor te bereiden, voorafgegaan wordt door de vertroosting en de blijde boodschap. Dat is een bijzonder waardevolle opmerking. Johannes noch Jezus vragen eerst bekering, om pas daarna de boodschap van het Koninkrijk en de genade in het vooruitzicht te stellen. Neen, op grond van de aangebroken heilstijd… worden de mensen tot bekering geroepen. Dit is ook daarom zo belangrijk, omdat geen mens uit zichzelf tot bekering komt" (p. 145). "Duidelijk is dat Calvijn niet wil weten van een opsplitsing van de bekering tot God in verschillende fasen, die één voor één moeten worden doorgemaakt. Het is niet zo dat we eerst een stukje kennis moeten opdoen, en daarna weer een stukje kennis, om dan tenslotte, na aan al deze voorwaarden te hebben voldaan, te mogen weten van het heil in Christus. Een dergelijke opsplitsing impliceert een wetticisme (het is immers de voorgeschreven route). Neen. Calvijn stelt het precies andersom: Alleen vanuit het deel hebben aan Christus bloeit de ware boetvaardigheid op!" (p. 151). "In de lijn van Calvijn: Overal waar berouw en bekering, dat is de boetvaardigheid, niet vanuit de barmhartigheid van Gods zondaarsliefde wordt gemotiveerd, is er sprake van een wetticisme. dat hierin haar kracht zoekt, dat er aan de kennis van het evangelie iets vooraf moet gaan, als een voorwaarde waaraan moet worden voldaan" (p. 153).
Het voorafgaande is slechts een greep uit dit rijke boek. Nogmaals van harte aanbevolen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
